In het eerste decennium van deze eeuw was er volop aandacht voor het leed dat formeel vrouwelijke genitale verminking (vgv), in de wandeling meestal meisjes- of vrouwenbesnijdenis heet. Alom drong door dat de illegale ingreep ook meisjes in Nederland kon treffen – althans, als hun ouders afkomstig waren uit landen waar vgv tot de culturele gebruiken behoort. Vooral rond International Zero Tolerance Day, ieder jaar op 6 februari, brachten de media getuigenissen van experts en ervaringsdeskundigen, en was er aan schrijnende reportages geen gebrek.
De laatste jaren is het naar mijn indruk stiller rond het thema. Ik herinner me alleen twee (zeer prachtige) verhalen over vgv bij in Nederland wonende meisjes uit De Groene Amsterdammer – het ene van eind 2019, het andere van augustus 2020. Alweer even geleden, dus. In het eerste was bijvoorbeeld te lezen hoe migrantenfamilies naar Kenia reisden teneinde daar hun dochtertjes te laten besnijden – liefst zo jong mogelijk, opdat ze het niet zouden verklappen. In het tweede zei een destijds 27-jarige Rotterdamse van Somalische komaf: ‘Ik ben boos dat kinderen die hier geboren zijn nog steeds deze verminking ondergaan.’ En: ‘Niemand probeert hen te bereiken. Ik ben hier opgegroeid en ik weet dat 80 procent van de Somalische vrouwen hier verminkt wordt. Niemand doet iets, onze huisarts heeft nooit iets gezegd, ik heb nooit iets van een campagne gezien.’
Over de auteur
Elma Drayer is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In de Tweede Kamer, het moet gezegd, bleef het thema wél met zekere regelmaat terugkomen. Zo zou met het aantal in opdracht van de overheid geschreven rapporten over vgv inmiddels een boekenkast te vullen zijn. Interessant vond ik vooral het kwalitatieve onderzoek uit mei 2021, naar de pijnlijke discrepantie tussen het geschatte aantal meisjes in Nederland dat het risico loopt op de ingreep (4.200) en het aantal meldingen bij het landelijk netwerk Veilig Thuis (‘nagenoeg nul’). Een van de conclusies: professionals zijn terughoudend met melden omdat ze menen dat ze daarmee de privacy schenden. Ten onrechte, volgens het rapport. Als ‘de veiligheid van een kind’ in het geding is mag je een vermoeden altijd melden. ‘Deze kennis is nog lang niet bij alle professionals geland.’
En hoe is het nu? De vraag drong zich op toen ik vorige week een persbericht zag langskomen van Femmes for Freedom, de lobbyorganisatie die zich sinds 2011 inzet voor vrouwenrechten. Preciezer: voor vrouwenrechten die voor de meesten van ons volstrekt vanzelfsprekend zijn. Zoals het recht om zelf je liefje te kiezen. Het recht om te scheiden. Het recht om je vrijelijk in de publieke ruimte te begeven. En o ja, het recht op een ongeschonden vulva.
Vorige week deed de Raad van State uitspraak in een zaak die al sleept sinds 2018. Aanleiding: berichtgeving indertijd van Nieuwsuur en NRC over een docent van de Haagse As-Soennah-moskee, die in een besloten webinar uitweidde over de wenselijkheid van besnijdenis. De ingreep, citeerde hij, was voor vrouwen niet verplicht maar wel aanbevelenswaardig. Achterliggende wijsheid: vgv werkt lustverlagend. Beste tijdstip: als het meisje zeven dagen oud is. Hij zei er niet bij dat het ritueel strafbaar en/of te bizar voor woorden is. Toen er ophef ontstond vond de moskee uiteraard dat er sprake was van een misverstand, maar Femmes for Freedom nam daar geen genoegen mee en deed aangifte. Eerst kreeg de docent een taakstraf opgelegd, maar in 2022 sprak het gerechtshof hem in hoger beroep vrij.
Daarnaast verzocht Femmes for Freedom de toenmalige burgemeester van Den Haag Pauline Krikke om ‘handhavend op te treden’ tegen de moskee. Dat weigerde zij omdat ze daartoe naar eigen zeggen geen wettelijke mogelijkheden had. De Raad van State beaamt dat nu. De burgemeester kón niet ingrijpen, aangezien de Gemeentewet daarvoor geen ruimte biedt. Een moskee is geen openbare plaats en de openbare orde was niet in gevaar. Ingrijpen zou bovendien botsen met de vrijheid van godsdienst.
Femmes for Freedom, dat spreekt, reageerde verbolgen. Genoemd persbericht meldde het ‘onacceptabel’ te vinden dat ‘een van de ernstigste vormen van geweld tegen vrouwen en meisjes wordt beschermd onder het mom van religieuze vrijheid’.
De Raad van State zal heus gelijk hebben. Maar Femmes for Freedom óók.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant