Home

Ik had een enorm ‘fuck the system’-gevoel, een fijn gevoel om de dag mee te beginnen

In de stad waar ik woon, Amsterdam, is al een paar jaar een hetze tegen geparkeerde fietsen bezig. Waar je je fiets vroeger zonder enige bestraffing tegen elke willekeurige gevel of paal aan mocht knallen, staan nu overal groene borden waarop staat dat fietsen zullen worden weggesleept.

Je dient ze in een afgetekend vak te zetten, dat altijd vol is, of in een ondergrondse fietsenkelder, die ook altijd vol is – behalve de bovenrekken, maar alleen heel grote, sterke mensen in hun volle levenskracht en gezegend met een enorme dosis optimisme kunnen hun fiets in een bovenrek krijgen.

Dus ik ben altijd op zoek naar geheime plekken, steegjes, bomen waar ik mijn fiets in of tegenaan kan zetten zonder dat hij wordt opgemerkt door de fietsenpolitie.

Dicht bij het drukke station waar ik vaak de trein neem, had ik een nieuwe plek gevonden: de ultieme plek. Niemand wist er nog van, behalve ik. Er was tegenover dat station net een McDonald’s geopend en die had, in McDonald’s’ eeuwige queeste om groen, sympathiek en bijna vegetarisch over te komen, een fietsenrek voor de deur gezet. Er stond maar één fiets in, namelijk een groengekleurde bakfiets van McDonald’s zelf, zogenaamd bedoeld om duurzaam hamburgers mee te bezorgen. Die bakfiets stond er natuurlijk voor de show. Hij werd nooit gebruikt.

Ik zette twee ochtenden per week mijn fiets in dat rek en ging dan vrolijk het station in. De stationsfietsenkelder, die voller is dan alle andere in de stad, hoefde ik lekker niet te gebruiken. Ik had een enorm fuck the system-gevoel, en dat is een fijn gevoel om de dag mee te beginnen.

Maar de tijd verstreek en het kon niet anders: meer fietsers ontdekten dit onontgonnen fietsenrek op een A-locatie. Er kwamen steeds meer fietsen in te staan. Ik achtte het inmiddels míjn fietsenrek, en was geïrriteerd. Op sommige ochtenden stond het al helemaal vol, en dan parkeerde ik mijn fiets met hangslot er nog half tegenaan, omdat ik dus vond dat het mijn rek was.

Dat deden ook steeds meer mensen, en op een gegeven moment stond dat rek daar elke dag onder een krankzinnige bos half erin gezette, half eraan hangende fietsen. De immer stilstaande bakfiets van McDonald’s stond ergens tussen al die fietsen, niet meer zichtbaar voor het publiek.

En toen had McDonald’s blijkbaar genoeg van zijn groene imago, althans op dit front, want ze haalden het rek weg. Maar de mensen deden wat mensen dan doen: ze bleven hun fietsen precies op die plek zetten, terwijl er geen fietsenrek meer was, zodat er nu altijd een grote klont fietsen voor de McDonald’s staat, op een heel onlogische plek, want er is geen rek meer om je fiets aan vast te maken.

Op de een of andere manier vond ik dit heel veel zeggen over de wereld.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next