Home

Brieven en opinies over de motie-Becker: ‘Becker met ‘ck’, dat klinkt nogal migratieachtergrondachtig…’

In een inmiddels beruchte motie roept VVD-Kamerlid Benthe Becker het kabinet op om voortaan ‘gegevens over religieuze en culturele normen en waarden van Nederlanders met een migratieachtergrond te gaan bijhouden’. De motie werd aangenomen. Vele lezers reageerden.

Een aantal brievenschrijvers meldden zichzelf meteen aan voor een dergelijk onderzoek naar de culturele en religieuze waarden van mensen met een migratieachtergrond. Hanny Lautenbach uit Pieterzijl (‘Mijn achternaam zegt genoeg’) roept alle Nederlanders met een vreemde (achter)naam op om zich eveneens te melden, ‘dan wordt misschien voor eens en altijd duidelijk of er gedeelde waarden zijn, en welke dan’.

Ook Marc Postelmans uit Lochem (‘Nazaat van een Indisch koloniale, Hugenoot-achtige, Sefardische, in de eerste Wereldoorlog gevluchte, Italiaanse, Spaanse, Vlaamse, Armeense vluchteling, die Duits aangetrouwd is via een Marokkaanse berber, waarvan de Arabisch-Afrikaanse afstamming slechts vastgesteld kon worden via een huwelijk met een Bengaals-Aurinaamse contractarbeider’) kijkt uit naar de rust die hij zal krijgen over de manier waarop hij zijn leven leidt en of hij wel kan functioneren in de samenleving met deze achtergrond, nu Becker dit voor hem zal controleren.

Normen en waarden van politici

Het VVD-Kamerlid zou volgens Postelmans zelf weleens in aanmerking komen: ‘Becker met ‘ck’ klinkt nogal migratieachtergrondachtig. Ben je zelf wel goed geïntegreerd? Ik gun het je, want dit is zo’n heerlijk land.’ Ook Rik van Bemmel uit Zwolle trekt de normen en waarden van leden van de Kamer in twijfel, maar dan in de vorm van een Kamermotie: ‘Overwegende dat data over grondwettelijke normen en waarden inzicht kunnen bieden in de naleving daarvan door (extreem)rechtse politici, verzoekt deze burger de regering om structureel gegevens van (extreem)rechtse politici bij te houden, bijvoorbeeld door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) te vragen dit (periodiek) te onderzoeken.’

Aat de Jong uit Middelburg stelt voor om VVD- en PVV-Kamerleden aan de te registreren doelgroepen toe te voegen, ‘zodat ook inzicht wordt gegeven in hun normen- en waardenpatroon’. De Kamer- en kabinetsleden geven volgens hem niet alleen ‘blijk van een stuitend gebrek aan bestuurlijke competenties’, maar juist zelf van ‘een onderontwikkeld gevoel voor normen en waarden’.

Woede en frustratie

Het Volkskrant Commentaar van 4 december was nog veel te mild over de motie volgens De Jong. ‘Los van de onuitvoerbaarheid van een dergelijke registratie, is de behoefte om een dergelijke databank in te stellen onversneden discriminerend en racistisch, volgens de Middelburger. Peter Rodenburg uit Kudelstaart bedankte Merel van Vroonhoven en Sheila Sitalsing voor het geweldig verwoorden van zijn woede en frustratie.

‘Als het gaat om gedachten die bedreigend zijn voor anderen’, schrijft Annemieke Pelt uit Leiden, ‘moeten ze die van mij, een autochtone, niet-religieuze vrouw in de tweede helft van haar leven, ook maar gaan registreren.’ Haar hoofd zou levensgevaarlijk zijn. Maar: ‘In dit land mag ik gelukkig alles denken wat ik wil.’ En ten slotte: ‘Onze overheid moet niet willen sturen op gedachten, maar op gedrag.’

Andere lezers richtten hun verontwaardiging op Kamerleden die, tegen hun verwachting in, met de motie mee stemden. Nico de Milliano uit Arnhem was teleurgesteld in CDA-leider Henri Bontenbal, die hij juist hiervoor zag als ‘ogenschijnlijk wars van elke vorm van populisme’. En ook volgens Koos Tiemersma uit Drachten was de stemming juist voor Bontenbal een uitgelezen kans om zich te onderscheiden van VVD en NSC. ‘Maar nee, blindelings tekende ook hij bij het van racisme doordrenkte VVD-kruisje’, schrijft Tiemersma, ‘Ontluisterend.’

‘Wij’ en ‘de Ander’

Gürkan Celik, die promoveerde op sociale cohesie, schrijft in een opiniestuk met de titel Ik ken geen hogere titel dan die van burger dat de motie-Becker toont hoe fragiel het sociaal contract tussen overheid en burgers is geworden: ‘De scheidslijnen tussen ‘wij’ en ‘zij’ worden scherper. Politieke retoriek en maatschappelijke spanningen werken in de hand dat mensen worden gereduceerd tot subcategorieën: migrant, moslim, elite, autochtoon.’ Het gevolg is volgens hem dat burgerschap ‘in een verbijsterend hoog tempo wordt uitgehold’. Terwijl dat een begrip dat volgens hem bedoeld is om boven verschillen uit te stijgen en solidariteit te smeden.

Henk van Rinsum, emeritus onderzoeker Koloniaal verleden aan de Universiteit Utrecht, probeert in een opiniestuk zijn vinger te leggen op wat er nou precies mis was met de motie van Benthe Becker. Immers: ‘Voor een antropoloog is inzicht krijgen in normen- en waardensystemen van groepen mensen helemaal geen vreemd tijdverdrijf.’ En voor een historicus is onderzoek naar verschuivingen daarvan dat ook niet. Waar het misgaat, is het definiëren van de ene groep als De Ander vanuit een vermeende superioriteit. Net zoals wetenschappers vroeger de wereld over gingen om De Ander beschaving bij te brengen: ‘Wij waren immers ontwikkeld, die Ander nog niet. De Ander werd zo door onze witte, westerse bril gemeten, verbeeld en gedefinieerd.

Maar identiteit is ‘niet gestold maar meervoudig en gelaagd’, of vloeibaar. En die vloeibare identiteit, legt Van Rinsum uit, loopt langs verschillende lijnen. ‘Ook langs de lijn van gender, armoede, klasse, sociale en (religieus-)culturele afkomst, vaak diepe scheidslijnen van maatschappelijke ongelijkheid.’

Gestolde superioriteit

Wat als Becker haar motie in had gediend zonder de toevoeging ‘met een migrantenachtergrond’, vraagt Van Rinsum zich af? ‘Niks mis mee.’ Dat zou volgens hem leiden ‘tot goede bijdragen aan inzichten in onze samenleving, om te laten zien hoe groepen zich vormen, hoe normen en waarden voortdurend vloeibaar zijn, hoe de rol van religie telkens weer ge(her)definieerd wordt’. Maar dat is waar het nu volgens Van Rinsum mis gaat: ‘De motie-Becker houdt in haar formulering de gestolde superioriteit uit dat koloniale verleden van ‘ons’ ten opzichte van ‘de Ander’ intact.’

Of zoals Rien Vermeer uit Arnhem schrijft: ‘Becker gaat er blijkbaar van uit dat de waarden en normen van mensen uit andere landen en culturen een stuk minder zijn dan die in ons land.’ Iets waar hij zelf weinig bewijs voor ziet. Vermeer stelt dan ook voor om een onderzoek te doen naar de normen en waarden van álle inwoners van Nederland, op punten als eerlijkheid, rechtvaardigheid, medemenselijkheid, luistervaardigheid, solidariteit, verbinding en mededogen.

Het zou volgens hem wel eens kunnen blijken dat immigratie juist cultuurverhogend uitpakt voor Nederland.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next