Home

In het Gelderse Klarenbeek profiteren omwonenden en de natuur van het zonnepark

Nederland haalt volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de afspraken over duurzame energieopwekking op land in 2030 wel. Maar bij het realiseren van de doelen voor 2050 komt nog veel meer kijken. Zonnepark Klarenbeek in Gelderland laat zien hoe je dit doet.

is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.

Zonnepark Klarenbeek leek het te vergaan zoals vele duurzame energieprojecten. Een ontwikkelaar komt met een plan waarop veel panelen en weinig groen is ingetekend. Terwijl de ondernemer financieel profiteert, blijven omwonenden achter met een verpest uitzicht en zoemende omvormers.

Maar zie wat daar gebeurt, deze grijze donderdagochtend. Als in het Gelderse Klarenbeek Erik Heijink (26) van energiecoöperatie deA en Geert Staring (67) van Energierijk Voorst rondleiden. Achter een van de paddenpoelen tussen de panelen, omringd door jonge struiken en bomen, schiet plotseling de hoofdbewoner van het zonnepark weg. De das. ‘Wel gaaf dat we die even zien’, glundert Heijink.

Het komt door omwonenden dat op de wildcamera’s de das steeds vaker te zien is in Zonnepark Klarenbeek, maar ook reeën, steen- en kerkuil. Het dorp kwam een paar jaar geleden in opstand tegen de initiële plannen met veel ‘glas’ en weinig groen van Prowind. De Duitse ontwikkelaar had toen al een pachtovereenkomst gesloten met twee grondeigenaren, onder wie de naastgelegen varkensboer.

Omgevingsfonds

Toch wisten bewoners het zo uit te onderhandelen dat in 2021 zeven van de twintig hectare van het zonnepark in gebruik werden genomen voor het bevorderen van de biodiversiteit. En na tussenkomst van de twee energiecoöperaties kwam de helft van het eigendom ook nog in particuliere handen en profiteren omwonenden en het dorp mee uit een omgevingsfonds. ‘Het was dit of niks voor ze’, zegt Staring over 50 procent mede-eigenaar en exploitant Prowind.

Om de duurzame energiedoelen de komende 25 jaar te halen, zijn veel meer van dit soort initiatieven nodig. Nederland is met zonne- en windparken op land hard op weg de duurzame energiedoelen voor 2030 te halen, concludeerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) donderdag. Maar een blik op de verdere toekomst stemt veel minder hoopvol. Richting 2050 ‘droogt de pijplijn met nieuwe plannen op’. Terwijl de duurzame opwekking van stroom tegen die tijd met een factor drie tot vijf moet groeien.

Door ruimtegebrek en natuurdoelen die naast de klimaatbeloftes óók gehaald moeten worden, zullen energieprojecten veel vaker naar het voorbeeld van Klarenbeek vormgegeven moeten worden. Met grazende schapen tussen de panelen, maar vooral met meer oog voor natuur, omwonenden en andere ruimtelijke uitdagingen. ‘Om doorgroei na 2030 mogelijk te maken’, schrijven de onderzoekers, ‘is het belangrijk om nu goed na te denken over behoud van draagvlak en een integratie met andere ruimtelijke claims, zoals woningbouw en natuur.’

Botsende belangen

In 2019 sloten bedrijven, overheden en natuurclubs onder leiding van VVD-coryfee Ed Nijpels het Nederlandse Klimaatakkoord, de nationale uitwerking van het wereldwijde klimaatverdrag van Parijs uit 2015. De plannen werden vervolgens verder uitgewerkt in dertig zogenoemde Regionale Energiestrategiën (RES). De donderdag verschenen PBL-voortgangsanalyse is het jaarlijkse overzicht dat laat zien hoe het er in de RES-regio’s voorstaat met de opwek hernieuwbare energie.

De onderzoekers zien dat natuur en klimaat steeds vaker botsen. De beschermde wespendief rond de Veluwe last heeft van windmolens, of weidevogels die door zonnepanelen minder grond tot hun beschikking hebben. Toch zal het bij gebrek aan ruimte op veel plekken samen moeten. In twaalf nader onderzochte RES-regio’s ziet het PBL dat ‘in 40 procent van de zoekgebieden voor nog niet vergunde projecten voor wind- en zonneparken ook beschermde natuur ligt’. Mede het gevolg van politiek Den Haag, dat per dit jaar zonneparken op landbouwgrond ongewenst verklaarde.

Geen goede ontwikkeling voor natuurinclusieve zonneprojecten, vinden de onderzoekers. ‘Zo bieden zonneparken vaak gunstige omstandigheden voor vegetatie die voor dieren interessanter is dan landbouwgrond.’ Heijink, die in Wageningen Bos- en Natuurbeheer studeerde, twijfelt er niet aan dat dit opgaat voor Klarenbeek. ‘Hier stond eentonig mais, het is er zeker beter op geworden voor de biodiversiteit.’

Liever niet in achtertuin

Niet dat iedereen enthousiast is, wat Staring wel snapt. ‘Je wilt dit natuurlijk liever niet in je achtertuin’, wijst hij naar de directe buren, die planschade kregen én geld uit het omgevingsfonds van het zonnepark om hun huis te verduurzamen. Het zal nog jaren duren voordat de jonge boomhaag de panelen aan hun zicht onttrekt. ‘Maar negen van de tien mensen snappen dat duurzame energie nu eenmaal ergens moet worden opgewekt. Dan maar beter zo.’

De PBL-onderzoekers ijveren voor een aanpak waarbij het liefst hele gebieden integraal worden aangepakt. Zoals gebeurt met De Baars in regio Hart van Brabant, Zonnepark Abdissenbosch in Noord-Limburg en Energielandschap Meerstad-Noord in Groningen. Grote energieprojecten waarbij het niet alleen gaat over het produceren van hernieuwbare energie, maar ook rekening wordt gehouden met natuur(herstel) en de leefbaarheid voor omwonenden.

De discussie over wat daarbij rechtvaardig is, moeten overheden niet uit de weg gaan, benadrukt het PBL. In het klimaatakkoord staat het streven dat duurzame energieprojecten voor minstens de helft in lokale handen moeten komen. ‘Zonder dit verder uit te werken kan dit leiden tot uitkomsten die door omwonenden als onrechtvaardig worden ervaren’, waarschuwen de onderzoekers. ‘Investerende en risicodragende omwonenden profiteren financieel, anderen niet. Sommigen vinden het eerlijker de opbrengsten gelijk te verdelen via een omgevingsfonds.’

In Klarenbeek doen ze beide, en dat smaakt naar meer. Mocht de kans zich voordoen, dan zien de lokale energiecoöperaties 100 procent eigendom van het zonnepark wel zitten. ‘Winst was nooit ons oogmerk’, zegt Staring van Energierijk Voorst. ‘Maar door de hoge energieprijzen gebeurt dit nu wel. Door het omgevingsfonds profiteert het hele dorp, en hebben we ook nog geld voor andere mooie projecten.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next