Het boek Honderd jaar eenzaamheid is verfilmd door Netflix. In Aracataca, het Colombiaanse geboortedorp van auteur Gabriel García Márquez, kijken de inwoners reikhalzend (en ietwat verbolgen) uit naar de toeristen. ‘Niemand uit ons dorp is gecast in de serie.’
is correspondent Latijns-Amerika van de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.
Voor het geboortehuis van auteur Gabriel García Márquez staat ‘kolonel Aureliano Buendia’ op wacht. Hij is een beetje dik, zijn snor is te kort, de sterren op zijn uniform zijn van plastic. De kolonel glimlacht, maar zijn blik heeft iets droevigs. ‘Een keer landde een gele vlinder op mijn schouder’, zegt hij. Toen was ‘Gabo’, zoals García Márquez wordt genoemd, heel dichtbij.
Sinds tweeënhalf jaar verdient Jahir Antonio Beltrán Rodríguez een klein inkomen met het poseren voor toeristen, als het personage in Honderd jaar eenzaamheid. Aanvankelijk was hij verlegen. Voorheen werkte hij in de kolenmijn, als kolonel moest hij leren om met mensen te praten. Wanneer er even geen toeristen het huis van de Nobelprijswinnaar aandoen, leunt hij tegen het hek en frutselt hij wat aan zijn Colombiaanse vlag.
Toen de seriemakers van Netflix langskwamen in Aracataca, het dorp waar 97 jaar geleden ’s lands meest gevierde auteur werd geboren, namen ze ook foto’s van de 39-jarige Rodríguez in zijn zelfgemaakte kolonelsuniform. ‘We bellen je’, zeiden ze.
Dagenlang verbleef het castingbureau in het plaatsje waar García Márquez de eerste acht jaar van zijn leven doorbracht en dat de inspiratie vormde voor Macondo, het dorp uit Honderd jaar eenzaamheid, zijn beroemdste roman. Zijn ouders verhuisden voor werk naar de stad en lieten de kleine Gabriel achter bij zijn grootouders. Opa Nicolás Márquez was kolonel, oma Tranquilina Iguarán vertelde haar kleinkind bovennatuurlijke verhalen.
Gabo wilde niet dat Honderd jaar zou worden verfilmd. Het lijkt ook een schier onmogelijke opgave om de magisch-realistische wereld van vele generaties Buendia’s te vertalen naar een serie. Toch verschenen woensdag de eerste acht van zestien afleveringen op Netflix. Twee zonen van de in 2014 overleden schrijver werkten mee aan de miljoenenproductie.
Dus maakt Aracataca zich voorzichtig op voor het massatoerisme dat zomaar eens ‘Macondo’ zou kunnen willen bezoeken, wanneer de serie straks miljoenen mensen opnieuw laat kennismaken met Cien años de soledad. Kijk maar naar het Kroatische Dubrovnik, waar een aantal scènes van Game of Thrones werd opgenomen, zegt gids Donald Ramos van het García Márquez-huis. ‘Ik las dat het een van de meest bezochte toeristische plekken is.’
Veel dorpelingen die als gids, souvenirverkoper, restaurant- of hoteleigenaar hun geld verdienen aan het nu nog kleinschalige Gabotoerisme, hopen op een vergelijkbaar scenario. Al vraagt Ramos zich tegelijkertijd af of zijn dorp er wel klaar voor is. ‘Ik vrees eerlijk gezegd van niet. Wij zijn met drie gidsen in het museum.’
Het kleine museum vergt bovendien een milde blik van de bezoeker. Van Gabo’s geboortehuis resteert enkel nog het schuurtje waar de inheemse bedienden woonden. De overige houten gebouwtjes werden nagebouwd en aangekleed met antieke meubels. Witte muren zijn gevuld met citaten en informatieborden.
In de keuken hangen op stokjes de karameldiertjes die matriarch Úrsula maakte en verkocht in Macondo. Heel het dorp likte gretig aan de snoepjes en raakte besmet met de ziekte van slapeloosheid en geheugenverlies.
Het fictieve Macondo is overal in Aracataca. En tegelijkertijd nergens. Op het eerste gezicht is in dit warme, uit de kluiten gewassen betonnen dorp weinig magie te vinden. Jongens hangen op motoren, op de markt schalt muziek uit speakers. Gabokitsch geeft een beetje kleur. De poelier heet Pollo Macondo en heeft een paar simpele vlinders op de façade geschilderd. Het bronzen hoofd van García Márquez steekt uit een stenen boek.
Maar dan fietst een jongen voorbij op een lage tandem met twee brede sturen, het achterste zadel onbezet. De lokale pizzabakker beweert dat een grote pizza uit negen slices bestaat. ‘Ik snij ’m eerst doormidden en daarna in negenen.’
De waard van het Casa Turística Realismo Mágico zegt met zachte stem: ‘Ik verwachtte jullie al.’ Op de binnenplaats van het Gabohuis roept een onzichtbare krakerige luidspreker namen om, achter het museumpje blijkt een schoolplein verscholen te liggen. En langs elke straat groeien mangobomen.
Spraakwaterval María José Olivares (43) keuvelt met collega-verkopers achter kraampjes met sleutelhangers, koelkastmagneten, houten vlinders en miniatuurhuisjes. ‘Gisteren was het zo heet dat je vel losweekt van je lichaam. Soms verkoop ik drie dagen niks en dan plots weer heel veel. Mijn gezinseconomie draait op Gabo. De mannen uit Aracataca zijn womanizers, net als die van Macondo. Nee, ze hebben niemand gecast voor de serie.’
Het is een pijnpunt in Aracataca. Geen van de Cataqueños die auditie deden, werd teruggebeld. Maar wat de dorpelingen nog meer steekt: de serie werd zelfs niet opgenomen in het Caribische noorden van Colombia waar het boek zich afspeelt.
In plaats daarvan bouwde Netflix een complete Macondoset in het bergrijke departement Tolima, nabij hoofdstad Bogotá. ‘Gabo werd híér geboren’, verzucht kolonel Beltrán Rodríguez. ‘Niet in Tolima.’ De seriemakers droegen de set over aan de lokale gemeente, die er een toeristische trekpleister van wil maken.
In de strijd tussen het ‘echte’ Macondo en het Netflixdorp, dat in een dagtrip vanaf de Colombiaanse hoofdstad te bezoeken is, staat García Márquez’ geboorteplaats met een handjevol simpele hotels en evenzoveel eenvoudige Gabo-attracties op flinke achterstand.
Honderd jaar eindigt na zeven generaties met de teloorgang van de familie Buendia. De laatste nazaat uit een zoveelste incestueuze relatie wordt geboren met een varkensstaart en vervolgens verzwolgen door de mieren. Een storm spoelt Macondo van de kaart, de Buendia’s worden voorgoed vergeten.
Aracataca heeft nog een ruime vier decennia te gaan als Macondo; de roman verscheen in 1967. Op het plein voor koffietentje Baruc is de laatste Buendia in brons gevangen. Het jongetje met krulstaart speelt zittend met een houten popje, op zijn sokkeltje zijn mieren geschilderd.
’s Nachts bewaart hij het beeldje van de kleine Aureliano binnen, vertelt ondernemer Baruc. ‘We hadden eerst losse mieren, maar die zijn gestolen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant