Ik was vroeger dol op buttons. Het maakte niet uit welk evenement ik moest bijwonen; als er een button was, dan zat ik de rest wel uit. Sommige kinderen hadden een Doe Maar-button, die was natuurlijk fantastisch – maar een button met bijvoorbeeld Uitmarkt was ook al goed.
Inmiddels weet ik dat alle spullen die ik mijn huis in sleep, er ook ooit weer uit moeten. Dat zorgt ervoor dat ik tot op het vervelende af moet nadenken over of iets wel ‘echt nodig’ is.
Ik blijf een zwakke plek hebben voor de button. Dat je zoiets moois zomaar krijgt! Na het ontvangen van een button denk ik altijd dat ik hem zal gaan dragen, en dat is nooit zo.
Hoewel. Laatst begon ik toch even een zoektocht naar mijn button van het vrouwtje dat een kernraket wegschopt, want die lijkt me hernieuwd relevant. En als íéts de lieve vrede kan helpen, dan is het wel een button.
Source: Volkskrant