Home

‘In Idlib heb ik niets en niemand meer’

Van een massale terugkeer naar Syrië is aan de grensovergang met Turkije vooralsnog geen sprake. Wat daar sinds deze week wel zichtbaar is, zijn de vele praktische problemen die nu opdoemen voor wie, al is het kortstondig, de grens over wil.

schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.

Turkije? ‘Genoeg Turkije’, zegt Mohammed Hera, met een gezicht dat eerder ‘schoon genoeg’ uitdrukt. ‘Het is mooi geweest. Ik ga terug.’

De 50-jarige Syriër schuift aan bij de rij mensen voor grensovergang Cilvegözü, in de Turkse provincie Hatay. Veel heeft hij niet bij zich, twee plastic tassen. Dat is ‘genoeg’, weer dat woord. Zijn hele familie woont in de provincie Idlib, aan de andere kant van de Turks-Syrische grens. Zij zullen straks wel voor hem zorgen.

De alleenstaande vluchteling verbleef vier jaar in Turkije, waar hij werkte in een restaurant in Bursa. Voorheen, in eigen land, was hij kleermaker. Hopelijk kan hij in het nieuwe Syrië dat ambacht weer oppakken. Hij ziet wel.

Koffers en tassen

Hera is een van de honderden Syriërs die zich sinds de val van het Assad-regime dagelijks melden bij een van de twee grensovergangen tussen de buurlanden (woensdag werd een derde geopend). Het meest in het oog lopend zijn gezinnen met kinderen, zeulend met koffers en tassen. Maar talrijker zijn de jonge mannen, niet per se met veel bagage.

Van een massale terugkeer van Syriërs naar hun vaderland is vooralsnog geen sprake. Turkije herbergt ruim drie miljoen geregistreerde Syrische vluchtelingen en de meesten van hen wachten liever eerst af tot het stof van de machtsovername is neergedaald, nog afgezien van allerlei praktische problemen. Bovendien: een deel van de Syriërs blijft waarschijnlijk liever in Turkije wonen.

Voor mannen als Hera en voor de gezinnen met de koffers geldt dat in ieder geval niet. De meesten verbleven in Turkije onder de regeling voor Tijdelijke bescherming, die hen een sobere vluchtelingenstatus bood. Als zij eenmaal de grens over zijn, op Syrische bodem, is dat voorgoed. Terug naar Turkije mogen ze dan niet meer.

Turkije telt nog twee groepen Syriërs, kleiner in omvang. Ten eerste de illegalen, die zich nooit hebben aangemeld als vluchteling. Ook zij mogen naar Syrië, maar pas nadat zij zich bij de Turkse douane alsnog hebben geregistreerd, met vingerafdruk en al. Ook voor hen geldt: weg is weg. Daarnaast zijn er ruim 230 duizend Syriërs die ook een Turks paspoort hebben.

(Niet) heen en weer

Het ligt voor de hand te denken dat alle wachtenden bij grenspost Cilvegözü definitief voor Syrië hebben gekozen, maar dat blijkt bij nader inzien niet het geval. De 31-jarige Misqal Halil bijvoorbeeld wil alleen maar even terug om zijn broer op te sporen, van wie niets meer werd vernomen sinds hij twaalf jaar geleden werd opgesloten in de beruchte gevangenis Sednaya in Damascus.

‘Of hij nog leeft, weten we niet. Misschien is hij wel vrijgelaten afgelopen weekend. Mijn vader zou hem zoeken, maar hij werd ziek. Toen moest een van de zoons gaan, we wonen alle drie in Turkije. De keus viel op mij.’

Pas vanochtend echter, bij de grens, werd hem duidelijk dat het niet zomaar gaat, de grens met Syrië over – in en uit. Mensen met een vluchtelingenstatus hebben daarvoor toestemming nodig van de gouverneur van de provincie waar ze zijn geregistreerd. Die toestemming heeft Halil niet; de aanvraag loopt inmiddels.

Voorgoed terug naar Syrië, dat wil hij voorlopig niet. ‘Met vrouw en twee kinderen heb ik een huis in Mersin en een lap grond, waarop ik paprika’s verbouw. In mijn dorp in Idlib heb ik niets en niemand meer. Mijn ouders wonen in een tentenkamp.’

Halil heeft in de berm van de grensweg, naast een koffiestalletje, gezelschap gekregen van een lotgenoot, de 43-jarige Nejdiye En Naif. Ook zij wil kortstondig heen en weer, ook zij heeft toestemming nodig van de gouverneur. ‘Ik wil mijn ouders zien, die zitten in een tentenkamp in Sarmada. Mijn moeder is ziek’, zegt ze. ‘En dan kan ik meteen kijken of er iets over is van ons huis in Idlib.’

Maar weg uit Turkije wil ze niet, na negen jaar. Al haar acht kinderen wonen er, de oudste vijf zijn al getrouwd. De jongste drie zitten er op school. ‘Mijn man en ik werken op een mandarijnenboomgaard. We hebben een huis in Ceyhan, in de provincie Adana. In Syrië hebben we niets. Assad heeft alles platgegooid met vatenbommen. Het is afgelopen met Syrië. Als mijn moeder niet ziek was, zou ik hier niet staan.’

Vernietigende oorlog

En dan is er nog Khaled, ocharme. Hij boekte in het weekend, na de val van Assad, halsoverkop een vlucht vanuit Keulen, stapte over in Istanbul en meldde zich vanochtend met zijn Duitse paspoort aan de grens. Niet om zich weer in Syrië te vestigen, maar om eindelijk, negen jaar nadat hij als jonge man van 21 de vernietigende stadsoorlog in Aleppo was ontvlucht, alle familieleden die hij had achtergelaten weer eens terug te zien.

De Turkse douane liet hem door, maar aan de Syrische kant werd hij door een man in uniform teruggestuurd: hij had geen Syrisch paspoort. Dat was al jaren geleden verlopen, hij had het ongeldige document weggegooid. ‘De hautaine manier waarop die vent me afwees! ‘Wat is het verschil tussen jou en (gevlucht dictator) Bashir al-Assad?’, riep ik.’

Khaled loopt nog steeds over van verontwaardiging, ook over de Turkse politie, die hem achter in de rij liet aansluiten bij de Syriërs. ‘Ik ben een Duitser! Ze hadden me moeten laten doorlopen. Maar omdat ik een zwarte baard heb, zeiden ze: je bent een Syriër. Dat is racisme!’

De Duitser werkt in Keulen als machinebankwerker en heeft daar een huis. Hij heeft zijn leven op orde, voorgoed terug naar zijn geboorteland hoeft hij volstrekt niet. ‘En na vanochtend wil ik nóóit meer terug’, zegt hij. ‘Zelfs als de grens volgende week opengaat, ga ik niet. Als alle Syriërs zo zijn als die vent, wordt het niks meer met Syrië.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next