Home

Integratiedebat is nodig ja, maar dan wel het juiste debat

Integratie Het integratiedebat moet niet gaan over ‘hun’ integratie, zegt Peter Scholten, maar over hoe we ónze migratiesamenleving bij elkaar houden.

Het integratiedebat is terug van nooit weggeweest. Gekeken naar indicatoren als arbeid, onderwijs en huisvesting gaat het goed met de integratie, zo bleek onlangs uit een CBS-rapport. Maar het kabinet legt de lat in recente plannen steeds hoger. Integratie gaat steeds meer over „culturele en religieuze normen en waarden van Nederlanders met een migratieachtergrond”, zoals VVD-Kamerlid Bente Becker het pas geleden formuleerde in een motie. Dat leidde tot brede verontwaardiging, met nu ook een sterk tegengeluid van die Nederlanders ‘met een migratieachtergrond’.

Peter Scholten is wetenschappelijk directeur van het Leiden-Delft-Erasmus Centre voor de Governance van Migratie en Diversiteit.

Dit voorbeeld laat zien dat een integratiedebat hard nodig is, maar dan wel een ánder integratiedebat. Een debat dat niet alleen gaat over de integratie van mensen met een migratieachtergrond, maar over die van alle Nederlanders. Een integratiedebat over hoe we onze migratiesamenleving bij elkaar houden.

Dat Nederland een migratiesamenleving is geworden, is een sociaal feit. Zo’n 5 miljoen van de in totaal 18 miljoen Nederlanders hebben een eerste- of tweede-generatie-migratieachtergrond, aldus CBS-data. Verreweg de meesten van hen zijn Nederlands staatsburger. In steeds meer steden heeft zelfs meer dan de helft van de bevolking een eerste- of tweede-generatie-migratieachtergrond. Immigratie naar Nederland stijgt al decennia, op een vergelijkbaar tempo met de immigratie naar onze buurlanden. De emigratie stijgt al even lang: steeds meer Nederlanders gaan voor werk, studie of liefde over de grenzen heen. Maar ook migranten verhuizen steeds vaker naar andere landen of terug naar het land van herkomst, zoals na dit weekend wellicht voor sommige Syrische migranten het geval zal zijn.

Integratie is belangrijk in iedere migratiesamenleving. Maar het is vaak niet duidelijk wat integratie behelst, wie waarin moet integreren, wiens verantwoordelijkheid integratie is, en voor sommige migranten ook voor hoelang men dient te integreren. Als integratie ‘meedoen’ betekent, dan laat het recente rapport van het CBS zien dat we er goed voorstaan wat betreft de ‘drie-W’s’; wonen, werken en weten.

Integratieparadox

Twintig jaar geleden liet ook een parlementaire onderzoekscommissie naar integratiebeleid, onder leiding van Stef Blok, al zien dat de integratie in Nederland ‘geheel of gedeeltelijk geslaagd’ was. De commissie constateerde dat dit vooral dankzij migranten en dankzij de ontvangende samenleving is, niet zozeer dankzij beleid. Inderdaad is het integratiebeleid al jarenlang grotendeels ontmanteld (op inburgeringsbeleid na), en is de effectiviteit van beleid uit het verleden heel omstreden. Integratie is, aldus de parlementaire onderzoekscommissie, vooral een succes dankzij de inzet van betrokkenen – dat wil zeggen: de migranten zelf – en van hulp vanuit de samenleving.

De hardnekkigheid van het integratiedebat laat zien dat er meer aan de hand is. Integratie heeft steeds meer een sociaal-culturele betekenis gekregen. Onderzoek laat zien dat migranten zich gemakkelijker identificeren met de stad waar ze leven, maar steeds minder gemakkelijk met Nederland. Men spreekt hier ook wel van de integratieparadox; beter geïntegreerd zijn, maar zich minder thuis voelen. De maatschappelijke reacties op de recente plannen van het kabinet over de-naturalisatie, en de reacties vorige week op de motie-Becker, laten zien dat deze groep ook steeds mondiger is geworden. Tegelijkertijd denkt zo’n 50 procent van de Nederlandse bevolking ‘zonder migratieachtergrond’ negatief over diversiteit. Volgens het eerdergenoemde CBS-rapport gaat het daarbij vooral om diegenen die weinig in aanraking komen met diversiteit.

Integratiebeleid is samenlevingsbeleid

Nederland is sterk veranderd maar heeft nooit een verhaal gevormd over wat het betekent om een migratiesamenleving te zijn. Dit schuurt op vele fronten. Een migratiesamenleving is een samenleving met veel tegenstellingen en ongelijkheden. Rond culturele opvattingen, maar ook rond opleiding, sociaal-economische positie, juridische status, het komen en gaan van groepen, gender, et cetera.

Wat is er nodig om een migratiesamenleving geïntegreerd te houden? Wat voor vaardigheden hebben personen met én zonder migratieachtergrond nodig om in een superdiverse samenleving te leven? En past het onderscheid naar migratieachtergrond eigenlijk wel in een migratiesamenleving – zeker in het geval van een tweede generatie die hier geboren is, en als het gaat over steden waarvan de halve bevolking een migratieachtergrond heeft?

Integratie in een migratiesamenleving zou steeds meer een vorm van samenlevingsbeleid moeten zijn, in plaats van beleid gericht op groepen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) publiceerde in 2020 nog een rapport over wat nodig is te kunnen „samenleven in verscheidenheid”. Daarbij gaat het om goede structuren voor ontvangst en inburgering van nieuwkomers, maar óók om beleid gericht op interculturele competenties in onderwijs, heldere basisregels voor samenleven, goede sociale infrastructuren op buurtniveau en stevige maatregelen ter preventie van discriminatie. Het zwaartepunt van integratie verschuift ook steeds meer naar lokaal niveau, omdat dat het niveau is waar mensen elkaar ontmoeten, naar school gaan, werk vinden en zich blijkbaar ook meer thuis voelen.

We moeten het integratiedebat dus vooral niet uit de weg gaan, maar het wel op een juiste manier voeren. Alleen op deze manier kan Nederland een verhaal voor de migratiesamenleving vormen.

Source: NRC

Previous

Next