Toen de gezinscomputer nog op zolder stond, onder het schuine dak, en de computerspelletjes zó stroperig op gang kwamen dat ik elke dag minuten geduld moest oefenen terwijl de processor loeide en er uit het binnenste van het apparaat een zorgwekkend gekraak en gepiep opsteeg, bestudeerde ik de op een vergeten plank bijeengedreven fotoalbums. Daar zaten ze, in doorzichtige bewaarhoesjes waar je analoog doorheen kon scrollen: gestolde herinneringen aan vakanties, verjaardagen, sneeuwpret, vermiste knuffels en nog meer vakanties. Al bladerend zag ik mezelf, mijn ouders en de wereld verouderen.
Nu, nu de foto’s gedigitaliseerd en door mijn vader in kloeke boeken gearchiveerd zijn, dragen die mapjes niet alleen grote stukken van mijn geheugen, maar maken ze zelf ook deel uit van de herinnering aan wat voorbij is. Ik had er al jaren niet meer aan gedacht, tot ik een filmpje zag waarop iemand achter een stuur zit en bladert door de fotografische geschiedenis van de familie Assad. Zelfde soort mapje als wij ooit hadden.
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Terwijl sportauto’s, designertassen en chocoladefonduesets uit Assads villa’s dezer dagen in triomf worden verdeeld onder de bevolking, komen ook geregeld foto’s voorbij uit het Assad-privéarchief. Het zou zomaar een volgend deel kunnen vormen van In Almost Every Picture, Erik Kessels’ boekenserie rond amateurfotografie: de wrede dictator op zijn vrije dag. Assad liggend op de bank, Assad in een witte onderbroek in de keuken, Assad op een ligfiets. Alledaags, niks bijzonders. Nergens een spoor van de gruwelijke plek die Syrië onder Assads leiding was.
Fotograaf Garry Winogrand merkte eens op: één foto vertelt bijna niets. Je kunt niet eens uitmaken of iemand zijn broek uittrekt of ophijst. Op een foto is één broek geen broek. Het gaat om context. Die ene foto uit Sednaya, het Menselijk Slachthuis waar tienduizenden mensen werden opgesloten en gemarteld, toonde wat stukken touw op een vuile vloer. Pas in combinatie met de filmpjes van de bevrijding van de gevangenen, met de journalistieke reportages ter plekke en met de verhalen over barbaarse martelmethoden (de Piramide: zoveel mogelijk gedetineerden op elkaar stapelen tot de onderste iets breekt – of sterft), werden die stukken touw stroppen.
En iedereen kon al weten wat zich in Sednaya afspeelde. Jarenlang vertelde Mazen al-Humada aan wie het maar horen wilde over de gruwelen van Assads regime, die hij aan den lijve had ondervonden. In de periode dat hij als vluchteling in Nederland verbleef, werd hij geregeld geïnterviewd, onder andere in deze krant. In dat gesprek vertelde Mazen over dat ene beeld dat hem niet meer losliet, dat van een 15-jarige jongen die met een lasapparaat wordt bewerkt, waarna de huid van zijn lichaam valt.
In een documentaire werd Al-Humada gevraagd hoe hij dacht over de mensen die hem hadden gemarteld. Er viel een stilte. Vijf, tien, vijftien seconden. Zijn ogen vulden zich met tranen, en zijn gedachten met beelden. Een antwoord kwam er niet.
In Nederland kon Mazen nooit opnieuw beginnen. Hij was ernstig beschadigd, raakte depressief, werd gekort op zijn uitkering en uit huis gezet. Toen hij in 2020 vaststelde dat hij de wereld had verteld wat er in Syrië gebeurde en dat niemand iets deed, keerde hij terug. Om wéér te worden opgepakt. Maandag werd hij gevonden in Sednaya, vermoedelijk kort ervoor gedood. Hij leefde net te kort om mee te maken hoe een mapje vol alledaagse familiekiekjes de wereld overging. Op die foto’s: niks bijzonders. Slechts een gewetenloze misdadiger, zonder broek.
Source: Volkskrant