De coalitiepartijen en vier oppositiepartijen hebben overeenstemming bereikt over aanpassingen van de bezuinigingen op de onderwijsbegroting, waarover bijna drie weken is onderhandeld. Het meeste geld komt uit de begroting van Volksgezondheid (VWS).
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over onderwijs.
Afgesproken is dat de voorgenomen bezuiniging van ongeveer 2 miljard euro op de begroting van het ministerie van Onderwijs met 748 miljoen euro wordt afgezwakt. Daarmee is steun voor de begroting in beide Kamers verzekerd. In de Eerste Kamer heeft de regeringscoalitie van PVV, VVD, NSC en BBB geen meerderheid, waardoor de onderwijsbegroting daar dreigde te sneuvelen.
Oppositiepartijen CDA, ChristenUnie, SGP en JA21 hadden, aanvankelijk nog in samenwerking met D66, om een ombuiging van 1,3 miljard gevraagd. Vorige week deed de coalitie het aanbod om 650 miljoen euro van de bezuinigingen af te halen, maar dat vond D66 onvoldoende. Die partij verliet het monsterverbond met de andere vier partijen, ook omdat onduidelijk bleef waar het geld vandaan moest komen.
In het nu bereikte akkoord wordt voor 165 miljoen euro weggehaald bij subsidies voor bijscholing en nascholing van medisch specialisten. Ook komen er bestuurlijke afspraken over het aanpakken van uitwassen in de beloning van medisch specialisten in maatschappen. Die zouden 150 miljoen euro moeten opleveren. VWS levert dus bij elkaar 315 miljoen euro in.
Voor verbruiksbelasting op e-sigaretten wordt 75 miljoen ingeboekt en de NPO krijgt de opdracht 50 miljoen meer op te halen uit STER-inkomsten. Op de apparaatskosten van de overheid, zoals dienstauto’s bij ministeries, wordt 173 miljoen bezuinigd. Geld dat was gereserveerd voor de ov-studentenkaart, maar door minder reisbewegingen van studenten niet is uitgegeven, levert 75 miljoen euro op.
Na urenlange onderhandelingen zei CDA-leider Henri Bontenbal woensdagavond: ‘We hebben een slechte begroting minder slecht gemaakt. Wij zijn tevreden over het pakket dat er nu ligt, al vinden we het nog steeds geen fraaie begroting.’ Bontenbal benadrukte dat hij en de andere drie partijen hiermee niet een gedoogpartner van het kabinet zijn geworden.
‘Je kunt altijd langs de zijlijn blijven staan en zeggen wat een ander beter had moeten doen’, zei Bontenbal. ‘Het alternatief is de hele boel tegen de muur te laten rijden. Dat is niet onze stijl van politiek bedrijven.’ De overige oppositiepartijen GL-PvdA, SP, Denk, Volt en Partij voor de Dieren wilden dat de gehele onderwijsbezuiniging van 2 miljard van tafel zou gaan en weigerden daarover te onderhandelen.
PVV-leider Geert Wilders: ‘Er is een deal en daar zijn we allemaal ontzettend blij mee. Ik ben opgelucht, want het was een hele kluif. We hebben voor het terugdraaien van de bezuinigingen een dekking gevonden die op onderdelen pijn doet, maar aan de andere kant zijn we dankbaar dat de oppositie in goede samenwerking heeft gezorgd dat de begroting acceptabel en deugdelijk is. Ik denk dat we hier met z’n allen een hele prestatie hebben neergezet.’
De reden voor de overgebleven oppositiepartijen om door te onderhandelen na het vertrek van D66, was vooral dat eerder al de langstudeerboete door de coalitie werd ingetrokken en de bezuiniging op de maatschappelijke diensttijd deels ongedaan werd gemaakt. Ook wordt meer rekening gehouden met de regio’s bij het beteugelen van de internationalisering in het universitaire onderwijs. Bovendien blijft de toeslag voor leraren in de Randstad behouden.
Ook woensdag verliepen de gesprekken aanvankelijk nog moeizaam. Bij de oppositie werd gesproken van ‘stilstaand water’. De besprekingen zaten vast op de financiële dekking van de aanpassingen. De coalitie ging lang uit van oplossingen binnen de onderwijsbegroting, maar die waren voor de oppositie onaanvaardbaar. Om de pijn neer te leggen bij andere begrotingen, was een hobbel waar juist de coalitie lang tegenaan hikte. Met name het voorstel van de oppositie om het eigen risico niet te verlagen naar 165, maar naar 185 euro, was voor Wilders niet bespreekbaar.
Aan het begin van de avond zei CU-leider Mirjam Bikker dat de partijen langzaam naar elkaar waren toegegroeid. Er moesten nog wel puntjes op i worden gezet. Dat nam uiteindelijk nog vele uren in beslag. Volgens Wilders heeft mede de tijdsdruk zijn werk gedaan. ‘De posities zijn langzaam naar elkaar toegekomen’, aldus Wilders. ‘Er zijn momenten geweest dat het moeilijk was, maar ik heb altijd wel het idee gehad dat we er met elkaar uit wilden komen.’
Met een week vertraging stemt de Kamer donderdagmiddag over alle amendementen en begrotingen. Dat maakt het mogelijk dat ze daarna naar de Eerste Kamer gaan, waar dinsdag 17 december de laatste vergadering voor het kerstreces is. Door het akkoord van woensdag is het probleem opgelost dat de coalitie in de senaat slechts 30 van de 75 zetels heeft. De vier oppositiepartijen die nu steun geven, voegen daar nog eens 14 zetels aan toe.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant