Mensen vergeten het overlijden van hun vader en moeder sneller dan het verlies van hun erfenis. Wie een Agatha Christie leest of een serie als Midsomer Murders ziet, moet het beamen. Dat een dierbare is vermoord, is triest. De acteur of actrice moet even een blik van ontzetting tonen. Dertig seconden later mag de detective enkele vragen stellen (‘Had hij of zij vijanden?’), waarop veelal leugenachtige antwoorden worden gegeven. Daarna gaat de beerput van de nalatenschap open.
Over niets bestaat zoveel oud zeer als over erfenissen. Families kunnen er decennialang over ruziën, waarbij zij elkaar niet wensen te spreken of zelfs elkaar naar het leven staan. Dinsdag stond mediatycoon Rupert Murdoch tegenover drie van zijn kinderen in een rechtszaak over de machtsverdeling. In Nederland procedeerden twee kinderen van de overleden Jaap Blokker tegen hun moeder. Ook bij de families Hazes en Des Bouvrie waren erfenissen dit jaar een splijtzwam. In al deze gevallen bezitten familieleden meer geld dan ze ooit in hun leven kunnen opmaken. Maar ze willen nog meer en offeren daar een goede relatie met ouders, broers en zussen voor op.
Erfenissen zijn eigenlijk een pain in the ass, zoals de Britten zeggen. Wie als buitenstaander zieke oudere mensen met geld helpt, wordt even achterdochtig aangekeken als een verstokte vrijgezel in een peuterspeelzaal.
De wereld zou een betere plek zijn als erfenissen per definitie aan de gemeenschap zouden vervallen. Er zijn liberalen die daarvoor hebben gepleit. Adam Smith en John Stuart Mill waren tegen het erfrecht, omdat mensen in een markteconomie gelijke kansen moeten hebben. Erven staat daar haaks op, omdat deze rijkdom wordt verkregen door geboorte, niet door talent of werkethos. Het is een overblijfsel van de standenmaatschappij.
Geërfde rijkdom leidt tot stapeling van vermogen – met het geld kunnen vastgoed en effecten worden gekocht die tot verdere rijkdom leiden – en groeiende ongelijkheid.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De Amerikaanse econoom Irving Fisher, bepaald niet iemand met linkse ideeën, stelde ruim een eeuw geleden een erfbelasting van 100 procent voor op vermogen ouder dan drie generaties. Zo ver kwam het niet, maar vlak na de oorlog waren er in de VS en Groot-Brittannië tarieven van 80 en 90 procent op erfenissen. Daarna kwam er ook bij erfenissen in de westerse landen een race to the bottom, waardoor in sommige landen zelfs niets meer wordt belast.
In Trouw stelde Bas van Bavel, hoogleraar transities van economie en samenleving, enige tijd geleden dat erven ten onrechte als een natuurlijk recht wordt gezien, terwijl het slechts een verzonnen spelregel is. ‘Door het erfrecht niet kritisch onder de loep te nemen, lopen we het risico onze kinderen achter te laten met het slechtste van twee werelden: de snelle groei van vermogensongelijkheid samen met de bestendiging ervan in erfelijke scheidslijnen van de feodale samenleving.’
Heel veel rijke families zouden gezelliger aan de kerstdis zitten als er geen erfrecht meer was. Dan is er echt eens tijd om de vaders en moeders waardig te herdenken. En Poirot en Barnaby houden in hun werk overspel als motief.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant