Na 35 jaar gaat journalist Rudi Vranckx van de Belgische VRT met pensioen – althans, formeel. Hij was in alle grote conflictgebieden om verslag te doen. ‘Dan dompel je jezelf onder in de gewoonheid van die waanzin van de oorlog.’
is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
Een geschiedschrijver, dat is wat Rudi Vranckx altijd heeft willen zijn. Vanaf de val van de Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu is de Belgische conflictverslaggever vrijwel altijd ter plaatse, of het nu in de Golfoorlog is, in de Joegoslavische oorlogen, of bij alle conflicten in Afrika en Midden-Oosten. Vranckx is er altijd om zo helder mogelijk verslag te doen voor het thuisfront.
Maar na 35 jaar gaat VRT-verslaggever Vranckx (1959) ‘onder lichte dwang’ met pensioen. Zo’n beetje elke grote oorlog maakte hij mee, in de afgelopen 35 jaar. Zelfs als hij er een keer één miste, voelde dat als iets onafs, iets wat eigenlijk niet zou moeten kunnen. Hij wordt er zelfs ‘ongemakkelijk van’, als er een oorlog is waar hij niet bij is.
Vranckx maakte talloze reportages vanuit conflictgebied, en hij maakte series als De vloek van Osama (over de wereld na 9/11), Het verdriet van Europa (over de financiële crisis), en Bonjour Congo (over de vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid van dat land).
Nu hij 65 jaar wordt, moet hij met pensioen, al zal hij volgens broodheer VRT ‘wellicht nooit stilzitten’. Op 15 december zendt de VRT Ciao Rudi uit, een speciaal profiel waarin nog één keer wordt teruggeblikt op zijn carrière. In NRC-podcast Het uur spreekt Vranckx van een ‘soort begrafenis’, maar dan één die hij ‘zelf kan organiseren en bijwonen’.
Maar echt stoppen, dat lijkt ook weer niet het geval. Vranckx wil zich naar eigen zeggen meer toeleggen op het maken van diepgravende documentaires. Maandag start bij de VPRO op NPO 2 bijvoorbeeld Het nieuwe IJzeren Gordijn, een serie waarin Vranckx onderzoekt hoe het voor de buurlanden van Rusland is om naast dat land te leven in deze tijd.
De fascinatie voor oorlog en conflict zat er al jong in. Natuurlijk, Vranckx speelde als kind veel met soldaatjes, maar hij was vooral gefascineerd door de ervaringen van zijn opa in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Altijd stelde hij de vraag of zijn opa mensen vermoordde; nooit kreeg hij een antwoord.
Uiteindelijk waren het oorlogsfilms uit de jaren zeventig die voor hem de bevestiging vormden dat hij meer wilde, met die waanzin van de oorlog. Hij keek naar The Deer Hunter, naar The Killing Fields, en vooral naar Apocalypse Now, een film die ‘zijn hersens deed smelten’. Vranckx citeert in zijn boek Mijn kleine oorlog de door Marlon Brando gespeelde kolonel Kurtz: ‘Gruwel heeft een gezicht, en je moet van gruwel een vriend maken. Gruwel en morele terreur zijn je vrienden. Als het niet je vrienden zijn, zijn het vijanden die je moet vrezen. Je ergste vijanden.’
De ‘verschrikkelijke fascinatie voor oorlogen en conflict’ uit zich uiteindelijk in een studie geschiedenis en geopolitiek. Vranckx wil conflicten leren ontleden, begrijpen wat de mechanismen zijn voor oorlog en vrede. Maar, betoogt Vranckx in zijn boek Mijn kleine oorlog: vijfendertig jaar aan het front, hij wil juist ook voelen en beleven, van het ‘hart naar het hoofd’. Pas dan kan hij een historicus worden, een kroniekschrijver.
In al die oorlogen zag Vranckx het bloed, de chaos en hoorde hij het gehuil, maar ze bezorgen hem geen angst. In zijn boek: ‘Ik probeer slechts één doel voor ogen te houden: te begrijpen. Via het hart naar het hoofd, nog steeds.’ En, over de angst bij zijn reportages, in het Vlaamse interviewprogramma Oorlogsreporters in 2024: ‘Angst is niet slecht. Voordat je landt in conflictgebied, ben je aan het malen, zit de angst in je hoofd. Maar zodra je er bent en midden in die actie zit, dan is dat weg. Dan dompel je jezelf onder in de gewoonheid van die waanzin van de oorlog.’
Natuurlijk waren er onderweg twijfels of hij er wel mee moest doorgaan, maar uiteindelijk liet Vranckx zich altijd leiden door zijn zoektocht naar een moreel kompas, juist ook in oorlogstijd. In Mijn kleine oorlog: ‘Een journalist mag niet de illusie koesteren dat hij de wereld kan veranderen, maar is wel schatplichtig aan zijn eigen samenleving. Journalistiek is slechts een middel om een doel te bereiken: een rechtvaardige en eerlijke samenleving, zonder geweld of haat.’
Bovendien was het ergens ook een ontsnapping, om altijd maar af te reizen naar conflictgebieden. In NRC-podcast Het uur vertelde Vranckx onlangs dat het ongrijpbare gevaar hem juist rustiger maakt: wereldconflicten zijn een stuk eenvoudiger dan conflicten in je eigen omgeving. ‘De onmacht van iets wat jou persoonlijk raakt, is veel moeilijker. In conflictgebied heb ik controle over mezelf, daar kan ik de wereld beschrijven. Oorlog blijft altijd een beetje buiten je, het raakt niet aan de kern van je eigen wezen.’ En in tv-portret Ciao Rudi: ‘Ik moet opletten hoe ik dit zeg, maar voor mij is dit ook een vorm van geluk, omdat je op de plekken bent waar je wil zijn.’
Geen wonder dat niemand in België echt gelooft dat Vranckx daadwerkelijk met pensioen gaat. Daarvoor voelt het voor hem te veel als iets noodzakelijks. In gesprek met het Belgische radio2: ‘Niets belet mij om te blijven nadenken, en te proberen dingen te maken. Dingen die mij boeien, dingen die de mensen hopelijk boeien.’ Vranckx wil naar eigen zeggen onder meer nog een keer gaan kijken in Afghanistan, nu de macht van de Taliban daar steeds verstrekkender gevolgen heeft.
Altijd blijven afreizen dus, omdat het nu eenmaal ongemakkelijk voelt om níet ter plaatse te zijn. In zijn boek citeert Vranckx niet voor niets Hotel California: ‘Je kunt wel uitchecken, maar je kunt nooit vertrekken.’
3x Rudi Vranckx
In 1993 werd planetoïde 14467 vernoemd naar Vranckx.
Rust zoekt hij op zijn boerderij in het Italiaanse Umbrië, waar hij wijn en olijfolie produceert.
In 2023 onthulde Vranckx dat hij een ‘beetje een fetisjist is voor sjaaltjes’, die hij vaak draagt tijdens zijn reportages, naar eigen zeggen omdat ze geluk zouden brengen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant