In Une famille ondervraagt de in haar jeugd door haar vader misbruikte Franse schrijver Christine Angot haar familieleden. ‘Ik had geen ‘relatie’ met jouw man, zoals jij zegt. Ik werd door hem verkracht, snap je het verschil?’
Aan het einde van Une Famille, de autobiografische documentaire die de Franse schrijver Christine Angot maakte over de incest die ze als tiener meemaakte, hoort ze eindelijk de woorden waarnaar ze al haar hele leven op zoek is. ‘Het spijt me dat dit je is overkomen.’
Of eigenlijk wordt gezegd: ‘Het spijt me mama, dat dit je is overkomen’, want het is haar inmiddels volwassen dochter Leonore die de woorden uitspreekt. Zelf is Leonore er niet zo zeker van dat dit de goede woorden zijn. Ook als kijker houd je je adem in, want Angot heeft tot dan toe elk woord van troost, van uitleg, van medeleven, van scherpe repliek gediend.
Christine Angot is boos, sterker: ze ligt op ramkoers. Omdat niemand (in de samenleving maar ook binnen haar familie) ooit echt, oprecht, heeft erkend hoe verschrikkelijk het voor haar is geweest dat ze tussen haar 13de en haar 16de door haar vader werd verkracht.
En het is niet alleen het niet-erkennen, het is ook het doodzwijgen. Zelf is Angot (65) er vanaf het moment dat in 1999 (haar vader was toen vijf jaar dood) haar roman l’Incest uitkwam, altijd over blijven praten. In het boek doet ze nauwgezet verslag van wat haar is overkomen, en probeert ze de complexiteit van haar emoties te duiden. Want incest is niet alleen het misbruik zelf, het is ook de schaamte, de machtsverhouding en wat het doet met de seksuele ontwikkeling, de identiteit en de loyaliteit van het slachtoffer.
Over het boek ontstonden eind jaren negentig heftige discussies in Frankrijk. Het werd zowel geprezen, omdat Angot het taboe op incest doorbrak, als bekritiseerd – vanwege het expliciete karakter werd het soms gezien als exploitatie.
In haar film laat Angot archiefbeelden zien van de keer dat ze te gast was bij een literair tv-programma en door de presentator en de andere gasten werd beschimpt. Ze werd vernederd en haar verhaal werd in twijfel getrokken. Ze was opgestaan en weggelopen, nog net niet uitgejouwd. Het is een staaltje victimblaming dat zijn weerga niet kent en dat met de ogen van nu en in het hedendaagse landschap (hopelijk) niet meer zou kunnen.
Frankrijk loopt wat dat betreft wel wat achter op de rest van de westerse wereld. Zo kreeg Roman Polanski, de voor ontucht met een 13-jarig meisje veroordeelde regisseur, in 2020 bij de uitreiking van de Césars (de nationale filmprijs van Frankrijk, red.) nog de hoogste onderscheiding. En nu pas gaat de eerste grote #MeToo-rechtszaak van start (de andere grote zaak, tegen acteur Gérard Depardieu, werd uitgesteld tot komend voorjaar), waarin actrice Adèle Haenel regisseur Christophe Ruggia ervan beschuldigt dat hij haar op haar 12de heeft misbruikt toen ze in zijn film speelde. Anderzijds is Frankrijk met de rechtszaak rond Gisèle Pelicot, die tien jaar door haar man en andere mannen werd verkracht, het afgelopen jaar een behoorlijke spiegel voorgehouden.
Maar Angot maakte de film, haar eerste en waarschijnlijk ook haar laatste, niet om revanche te nemen op de bully’s van toen of om mee te zeilen op de golf van een veranderde tijd. Ze maakte Une famille omdat de gruwelijke daad waarvan ze het slachtoffer was – en die haar leven heeft getekend – er zoals ze in de film ook zegt ‘nooit niet is’.
Angot is geen zielig slachtoffer. Integendeel. Tijdens het kijken naar de documentaire betrap je jezelf erop dat ze soms ronduit irriteert, te ver gaat en misschien wel het onmogelijke van de mensen om zich heen verwacht. Het lijkt alsof anderen een stuk van haar lijden moeten overnemen, moeten voelen wat zij heeft gevoeld. Niets ontglipt haar, geen blik, geen zucht, geen onhandige formulering.
Maar in de irritatie die dat oproept, zit ook de kracht van de film. Want Angot maakt op haar manier mensen bewust van hun eigen woorden. Het duidelijkst wordt dat in een van de eerste scènes. Ze heeft aangebeld bij de weduwe van haar vader, haar ‘stiefmoeder’, die ze al dertig jaar niet heeft gezien en van wie ze, ook na het verschijnen van haar boeken, nooit iets heeft gehoord.
Dat ze nu met een camera bij haar op de stoep staat is niet de uitkomst van een vooropgezet plan, ze weet op dat moment zelfs nog niet dat ze een documentaire wil maken. Voor de promotie van haar nieuwe boek is ze in Straatsburg, de stad waar haar vader woonde en waar het misbruik plaatsvond. Ter plekke bedenkt ze min of meer spontaan dat ze bij haar stiefmoeder langs moet gaan. Ze neemt een vriendin met camera mee, omdat, zoals ze in interviews uitlegt, ‘mensen met een camera erbij pas onthullen wat ze echt denken’.
Het is een heftige scène, want Angot dringt letterlijk, zelfs met geweld, het huis van de vrouw binnen. Zo boos is ze. Maar zodra ze toch gaan zitten en er een gesprek volgt, wordt duidelijk hoe ze vecht tegen de bierkaai. Hoe mensen het misbruik proberen te verzachten, goed te praten, niet te ontkennen maar ook
zeker niet te erkennen.
Op een zeker moment zegt haar stiefmoeder: ‘Wat ik niet begrijp is hoe je naar mijn huis kon komen, terwijl je wist dat jij en Pierre een seksuele relatie hadden en ik daar was om je gelukkig te maken. Kun je dat uitleggen?’ Het is wonderlijk hoe rustig en gedecideerd Angot dan blijft en antwoord: ‘Ik had geen ‘relatie’ met jouw man, zoals jij zegt. Ik werd door hem verkracht, snap je het verschil?’
Zo gaat ze bij iedereen langs: bij haar moeder die het nog steeds heeft over ‘de breuk’ toen Christine 13 was (een verwijdering die ze niet begreep want ze waren altijd zo close); bij haar ex-echtgenoot, bij haar huidige partner. Met iedereen gaat ze het gesprek aan en legt de vinger precies op de plek waar de ander over zijn eigen schaduw heen moet stappen. En ze leert hun – en de kijker – dat het bij het praten over trauma altijd gaat over erkennen: van het leed, de woede, het verdriet en de pijn. En dat het woordje ‘maar’ daar nooit een plek in heeft.
Documentaire
★★★★☆
Regie Christine Angot
82 min., in ’t Hoogt On Tour in Utrecht
Vanaf 9/1 draait de film in meer zalen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant