‘Doorbraakacties’ in bestaande bouwprojecten en het wijzigen van bouwregels moeten het tempo van de woningbouw opvoeren, staat in de verklaring van de nationale woontop, die minister Mona Keijzer (BBB) woensdag presenteerde. Er zijn wel wat losse eindjes.
is economieredacteur voor de Volkskrant en schrijft over de woningmarkt.
De afspraken van de minister van Volkshuisvesting met onder andere bouwbedrijven, projectontwikkelaars en corporaties moeten nu wel ‘concreet’ leiden tot de beoogde woningbouw van 800 duizend extra woningen tot en met 2030. De productie loopt al jaren achter.
‘Het is een grote opgave’, staat in het document dat woensdag door de betrokken partijen werd ondertekend. Iedere kans op woningbouw moet worden aangegrepen: ‘Alle beetjes helpen. Elke woning is er één.’
Op drie grote woningbouwlocaties, waarover al jaren wordt gesproken, gaat nu echt worden gebouwd. Die ‘doorbraaklocaties’ bevinden zich nabij Utrecht (zie kader) en in Lisserbroek/Nieuw-Vennep-West (6.500 woningen) en Lansingerland (5.000).
Er komt ook extra ruimte voor woningen rond luchthaven Schiphol, in onder meer Rijsenhout en Kronenburg. De bouw moet plaatsvinden ‘zonder de ruimte voor Schiphol in te perken’.
De plannen houden vast aan de eis dat twee derde van de woningen betaalbaar moet zijn, van sociale huur tot middenhuur en goedkopere koophuizen. Er komt vanuit de overheid echter niet nog meer geld om bij te dragen aan de bouw hiervan. Zowel commerciële bouwers als corporaties hadden hierop aangedrongen.
Het kabinet-Schoof had al beloofd nog eens 7,5 miljard euro bij te dragen aan de bestaande geldpot van het Rijk voor wonen. Daar zit nu 12,5 miljard euro in. Minister Keijzer mag de komende jaren nog eens 5 miljard euro besteden aan ondersteuning van woningbouw en 2,5 miljard euro aan onder meer de aanleg van wegen naar nieuwe woonlocaties.
Van gemeenten wordt verwacht dat zij voor de helft bijdragen in de kosten van het vlot trekken van bouwprojecten, aldus de verklaring. Het gaat daarbij vooral om het financieren van projecten met veel goedkopere huizen, waarvan de huuropbrengsten te laag zijn om de bouwkosten te dekken. Gemeenten hebben al aangegeven dat zij daar geen geld voor hebben. Nader overleg moet uitwijzen of het geld er toch nog kan komen.
In de zomer wil het kabinet beslissen welke regelgeving voor woningbouw kan worden geschrapt, van concrete bouwvoorschriften tot (delen van) bezwaarprocedures. Wel wordt nog bekeken ‘hoe we woningzoekenden beter een stem kunnen geven als er bezwaar wordt aangetekend tegen een woningbouwproject’.
Ook moet veel regelgeving worden gelijkgetrokken voor heel Nederland. Minder verschil tussen gemeenten moet veel tijd schelen in zowel vergunningverlening als het bouwproces. Extra eisen aan Nederlandse woningen boven op de bestaande Europese regels, bijvoorbeeld ten aanzien van duurzaamheid, komen er niet. ‘Hierdoor kan er goedkoper en efficiënter worden gebouwd.’
Ook wordt ingezet op meer flexbouw met verplaatsbare woningen, zowel wat betreft locaties als garanties op herplaatsing van de flexhuizen. De mogelijkheid tot herplaatsing moet het aantrekkelijker maken om te investeren in flexibele onderkomens. Uiteindelijk moeten er zeven ‘flexcity’s’ komen, met in totaal 2.500 woningen.
Door het gelijktrekken van bouweisen zou er meer gebruikgemaakt kunnen worden van fabrieksmatige huizenbouw. De beoordeling van bouwplannen wordt daardoor voor gemeenten eenvoudiger.
Overheid en marktpartijen gaan samen controleren of gemeenten erin slagen snel voldoende bouwvergunningen afgeven. In de verklaring wordt nog wel opgemerkt dat er nog onzekerheden bestaan rond zaken als een tekort aan mogelijke stroomvoorziening en de bouwbeperking door overmatige stikstofproductie.
Een ander speerpunt is het beter benutten van bestaande gebouwen en locaties. Volgend jaar moeten er landelijke regels komen voor onder meer splitsing van huizen en woningbouw op boerenerven. Mantelzorgwoningen op eigen erf worden vergunningsvrij, ‘binnen uit te werken voorwaarden’. Die woningen mogen ook worden neergezet voor eigen (pleeg)kinderen.
Hoogleraar woningmarkt Peter Boelhouwer (TU Delft) ziet ‘niet veel nieuws’ in de plannen. Hij noemt het goed dat er wordt gehamerd op meer samenwerking tussen overheid en marktpartijen en de aanpak van onnodige regelgeving. Maar van een ‘echt structurele aanpak’ van de problemen is volgens hem geen sprake. ‘Het is vooral veel wishful thinking.’
Het schort met name aan financiële verbetering, aldus Boelhouwer. ‘Veel partijen hebben aangedrongen op meer geld voor de bouw; van commerciële partijen tot de corporaties. Ook van de gemeenten wordt een grote bijdrage verwacht. Dat geld komt er dus niet.’
Met de instandhouding van de eis dat twee derde van de nieuwe woningen ‘betaalbaar’ moet zijn, ziet Boelhouwer ook geen oplossing voor de problemen van projectontwikkelaars. ‘Die hebben al veel bouwprojecten stilgelegd bij gebrek aan rendement. Ik zie beleggers niet snel terugkeren op de markt.’
Wat komt er in polder Rijnenburg bij Utrecht?
In de polder Rijnenburg en omgeving ten zuiden van de stad Utrecht komen 63- tot 75 duizend woningen, waarvan ruim twintigduizend in de polder zelf. De Utrechtse wethouder Eelco Eerenberg (D66, ruimtelijke ordening) is ‘verheugd’, maar zegt dat er ‘nog veel te regelen is met elkaar’, voordat de bouw in 2035 begint.Hij doelt hiermee op de realisatie van een openbaarvervoerverbinding voor de nieuwe bewoners van Rijnenburg. Het nieuwe stadsdeel ligt ingeklemd tussen de snelwegen A12 en A2. Het Rijk deed woensdag geen concrete toezegging voor een volgens Eerenberg ‘essentiële tramlijn’. Maar de minister van Wonen, Mona Keijzer, ‘erkent dat goed openbaar vervoer nodig is’, volgens de wethouder. ‘Dat vertaal ik als: we gaan dit regelen met elkaar.’ Rijnenburg is meer dan twintig jaar onderwerp van gesprek in Utrecht. Ontwikkelaars en andere belanghebbenden stonden tegenover elkaar als het ging om de bestemming van Rijnenburg. Eerder werd gesproken over een windmolenpark, tientallen hectaren zonnepanelen of een groene, luxe woonwijk.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant