Hasna A., die onderdeel uitmaakte van terreurgroep Islamitische Staat, is veroordeeld tot 10 jaar cel voor onder meer het tot slaaf maken van een jezidi-vrouw in Syrië. De straf is twee jaar hoger dan de eis van het Openbaar Ministerie.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Het is de eerste keer in Nederland dat een IS’er verantwoordelijk wordt gehouden voor misdaden tegen de jezidi-gemeenschap. Hasna A. is schuldig aan vier strafbare feiten, oordeelt de rechtbank in Den Haag: het als slaaf laten werken van een vrouw uit de jezidi-gemeenschap in Syrië in 2015, lidmaatschap van terreurorganisatie IS, het bevorderen van terroristische misdrijven en het in gevaar brengen van haar minderjarige zoon.
Met name het als slaaf laten werken van de jezidi-vrouw laat de rechtbank zwaar meewegen. Dat wordt beschouwd als misdaad tegen de menselijkheid. De slavernijpraktijken waar Hasna A. zich schuldig aan heeft gemaakt vonden plaats tussen mei en oktober 2015, zo stelt de rechtbank. Ze woonde in die periode in het huis van een andere, onbekende IS-strijder in Raqqa.
Daar woonde ook de tot slaaf gemaakte mevrouw Z. Volgens de extremistische interpretatie van de islam door IS mochten jezidi’s, een etnische minderheid met een eigen religie, tot slaaf worden gemaakt.
De rechtbank zegt bij de strafbepaling rekening te hebben gehouden met de psychische toestand van de 33-jarige A. en met het feit dat de IS-vrouw na de val van het kalifaat in 2019 onder erbarmelijke omstandigheden in een Koerdisch detentiekamp heeft gezeten. Wat verzwarend werkt is dat ze nog steeds extremistische denkbeelden heeft. Daarom vond de rechtbank een zwaardere straf dan het OM had geëist uiteindelijk gepast.
Hasna A. reisde in februari 2015 samen met haar verstandelijk beperkte zoon af naar Syrië, waar IS een half jaar eerder een kalifaat had uitgeroepen. Daar trouwde ze met een strijder van de terroristische groepering. Ze sprak in berichten naar haar vader over ‘kuffars’(ongelovigen) en vroeg haar familie in Nederland ook naar Syrië te komen. Daarbij deelde ze foto’s van haar kinderen met hoofdbanden van IS.
Tijdens de inhoudelijke behandeling in oktober vertelde mevrouw Z. hoe ze werd opgesloten, mishandeld en tot seks werd gedwongen door de IS-strijder. Ook vertelde ze hoe Hasna A. haar verplichtte schoon te maken, te koken en te zorgen voor de toen minderjarige zoon van A. Het was de eerste keer in Nederland dat een jezidi-slachtoffer in de rechtbank sprak over de misdaden die plaatsvonden tegen de gemeenschap in Syrië.
Tijdens de eerste zitting vertelde de advocaat van de jezidi-vrouw, Brechtje Vossenberg, dat Hasna A. geen mededogen toonde. ‘Terwijl A. in het kalifaat al internettend en chattend met de buitenwereld haar dagen sleet, smeekte mevrouw Z. haar of ze misschien een keer haar familie mocht bellen. Het werd haar geweigerd’, zo sprak de advocaat.
Vossenberg stelde daarbij dat A. ‘het verschil had kunnen maken’. Volgens de advocaat kon ze misschien geen grote ontsnapping organiseren, maar had ze wel een hand kunnen toesteken. ‘Ze heeft niet willen helpen. Op geen enkele manier.’
De rechtbank rekent A. ook zwaar aan dat ze niets heeft gedaan: ‘Het kwalijke daarbij is dat de verdachte dit deed in de wetenschap dat wat er in de woning gebeurde onderdeel uitmaakte van een groter geheel, de wijdverbreide en stelselmatige aanval op de jezidi-gemeenschap.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant