Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In Syrië begon de triomftocht van het christendom. Hier kreeg de apostel Paulus op weg naar Damascus in het jaar 40 zijn visioen, bekeerde zich en ging het christendom verspreiden in heel Klein-Azië. In Syrië is ook de oudste kerk in de wereld opgegraven: de huiskerk van Dura Europos uit 231.
Maar het land is geen pelgrimsoord geworden. De economie was tot het begin van de burgeroorlog in 2011 vooral gebaseerd op de olierijkdom van omliggende landen en de landbouw. Syrië was een belangrijke exporteur van katoen, suiker, tomaten, sinaasappelen, olijfolie, kippenvlees en eieren naar met name de EU. Het bracht voldoende op om industrieproducten te importeren. Tot 2010 was de handelsbalans van het land vrijwel altijd in evenwicht. Het bbp kwam dat jaar uit op 60 miljard dollar.
Daar is niets meer van over. Het bbp zou volgens cijfers van de Wereldbank niet meer bedragen dan 9 miljard dollar. Sinds het begin van de opstand tegen Assad zijn 13,6 miljoen mensen op de vlucht geslagen, meer dan de helft van de bevolking. Veruit het grootste deel ging naar de buurlanden Libanon, Jordanië en Turkije. Nederland nam er 150 duizend op, ruim 1 procent.
De hoop is dat deze mensen massaal zullen terugkeren naar Syrië om het land opnieuw op te bouwen. Maar het is de vraag of een land in puin zoveel mensen in korte tijd kan opnemen. Politieke stabiliteit is ver te zoeken. ‘Er is een gigantische economische crisis: van de Syriërs die zijn gebleven, leeft 90 procent onder de armoedegrens van 1,26 euro per dag’, aldus het Rode Kruis. Onduidelijk is waar al deze gerepatrieerden zouden moeten wonen. De helft van de huizenvoorraad is sinds het begin van de burgeroorlog in 2011 vernield, net als een derde van de scholen en ziekenhuizen.
Zoals met alle dictators het geval is, gedijde het regime van de Assads op economisch welvaren. Het land zelf was een westers tekentafelproduct dat voortkwam uit een Frans mandaatgebied. Na de oorlog werd het onafhankelijk, waarna er een roerige periode volgde vol staatsgrepen en zelfs een fusie met Egypte.
Pas na de staatsgreep in 1971 waarbij Hafez Al-Assad, de vader van Bashar Al-Assad, de macht greep, kon stabiliteit worden bereikt. Dat was te danken aan de explosie van de olieprijzen na 1974. Hoewel Syrië zelf weinig olie had, profiteerde het land mee dankzij de komst van olieraffinaderijen en financiële steun van rijke olielanden. Daardoor konden vader Hafez en zoon Bashar het samen bijna 53 jaar als machthebbers volhouden.
Nu wordt gehoopt op een nieuw Syrië dat de democratie omarmt en tegelijkertijd voldoende stabiel is. Het zou een wonder zijn als teruggekeken wordt naar de landen waar tijdens de Arabische lente ook afgerekend werd met dictators. Ze zijn in chaos terechtgekomen of hebben nieuwe dictators gekregen. Als Syrië stabiel wil worden, is een mirakel nodig, waarbij economisch herstel doorslaggevend is.
Misschien kunnen de nieuwe machthebbers de woorden van Paulus volgen: ‘Beproef alle dingen; behoud het goede.’ Het zou de triomftocht van een nieuwe lente kunnen zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns