De val van Assad is goed nieuws, vinden Syrische asielzoekers in het azc van Utrecht. Dat het IND een half jaar geen besluit neemt over hun asielaanvragen, vinden de meesten dan weer een slechte zaak.
is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.
In het asielzoekerscentrum van Utrecht is er onder Syriërs weliswaar unanieme tevredenheid over het verdwijnen van Assads regime, maar over wat dat betekent voor hun toekomst – in Nederland of in Syrië – wordt verschillend gedacht.
Zo verwacht Ahmed – ‘geen achternaam, leeftijd en foto’ – dat hij binnen zes maanden, ‘misschien wel drie’, terug kan naar Syrië. ‘Ik heb daar alles’, vertelt hij met behulp van een vertaalprogramma op zijn telefoon, ‘familie, huis, geld.’
Ahmed is drie jaar geleden in Nederland aangekomen en zit nog in procedure. Dat die nu minstens een half jaar stopt, maakt hem niet heel veel uit, zegt hij nadat hij wat verpakkingsmateriaal in een vuilcontainer heeft gegooid. ‘In die tijd wordt wel duidelijk of Syrië voor mij veilig is.’
Het gevolg van zijn vertrek, dat hij bij een eventuele terugkeer naar Nederland weer achteraan moet aansluiten, ziet Ahmed niet als risico. ‘Ik ga hoe dan ook terug naar Syrië.’ Bovendien, zo besprak hij met landgenoten in het azc, lijkt het erop dat het Nederlandse asielbeleid steeds strenger wordt. ‘Straks vinden ze hier dat het in Syrië weer goed is en moeten we allemaal terug.’
Dat is voor Mo – eind-dertiger, ook wachtend op een verblijfsvergunning – juist het angstbeeld. Een stabiel Syrië, hij ziet het niet gebeuren, in elk geval niet de komende vijf jaar. ‘En waar ga ik naar terug? Alle huizen zijn kapot, ik heb geen geld om iets op te bouwen en voor mijn kinderen is er geen school.’
Mo’s woorden worden vertaald door Ehab Abo Jawish, die na een bovengemiddeld snelle procedure zijn verblijfsvergunning kreeg. ‘Ik had geluk, want net voordat de oorlog in Oekraïne uitbrak, kreeg ik mijn status. Voor de Syriërs na mij duurde dat langer.’
Abo Jawish gaat beginnen aan een masterstudie en spreekt, drie jaar en drie maanden na aankomst, moeiteloos Nederlands. ‘Nederlanders denken dat ik hier al tien, vijftien jaar woon. Zeker als ik zeg dat ze mijn naam moeten uitspreken als ehbo, zonder o.’ Hoe heeft hij zo snel zijn draai gevonden? ‘Eigenlijk simpel: ik heb vanaf dag 1 besloten dat ik niet een wachtende, maar een actieve houding zou aannemen.’
Dat is ook het advies dat Abo Jawish geeft aan de Syrische asielzoekers in Utrecht die hij als medewerker van Vluchtelingenwerk begeleidt. Denken die allemaal hetzelfde over de gebeurtenissen in Syrië en de daaruit voortvloeiende zes maanden waarin de IND geen besluiten neemt over asielaanvragen van Syriërs? ‘Vraag het vijftig Syriërs en je krijgt vijftig verschillende verhalen.’
Zo ziet twintiger Nureddin zich, enkele jaren geleden gevlucht voor het Assad-regime, niet in Nederland een bestaan opbouwen. ‘Ik wil heel graag terug naar mijn familie en vrienden. Nu Assad weg is, denk ik dat het veilig voor me is.’
Mustafa denkt er anders over. Hij heeft in tegenstelling tot Nureddin zijn verblijfsvergunning al en wacht op huisvesting. ‘Nederland is een fijn land. Ik wil hier mijn leven opbouwen. Ik ga zeker terug naar Syrië, maar alleen voor vakantie.’
De oudere Mo snapt de onbevangenheid van Nureddin en Mustafa wel. ‘Zij hebben geen kinderen. Dat maakt het denken over veiligheid makkelijker.’ Zo blij als hij is met de val van Assad, zo ‘verdrietig’ is Mo over de zes maanden dat zijn zaak nu stokt. Hij meent dat hij, onafhankelijk van hoe zijn procedure verder verloopt, daardoor in elk geval een half jaar langer moet wachten om herenigd te worden met zijn kinderen, die in Turkije wachten tot ze naar Nederland mogen gaan. ‘Zij begrijpen hier niets van.’
Mo beschrijft een eventuele permanente terugkeer naar Syrië als een toekomstdroom. ‘Veilig is het als er geen strijdende partijen zijn en als het economisch beter gaat, zodat ik werk kan vinden en voor mijn kinderen kan zorgen. Als ik 2.000 euro kan lenen, zou het me misschien lukken.’
Maar dan bedenkt Mo dat hij na het verdwijnen van Assad niet weet wat voor een Syrië hij aantreft als hij ooit terugkeert. ‘Het is onvoorspelbaar. Je weet niet welke andere partij aan de macht komt en wat die dan doet.’ Ook onzeker: de reacties van zijn aanstaande buren. ‘Misschien zeggen ze: je hoort hier niet, want je bent weggegaan. Of ze persen me af omdat ze denken: je bent in Europa geweest, dus je hebt geld.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant