Home

Het kabinet laat weinig heel van Omtzigts belofte om de werkvloer beter bij het beleid te betrekken

Het asielbeleid leidt naar verwachting tot verdere overbelasting van de betrokken organisaties. Maar wil het kabinet die kritiek wel horen?

Het is pas een jaar geleden dat de kiezers twintig Kamerzetels toebedeelden aan een partij die campagne voerde met de belofte van beter bestuur. De tekentafel was te dominant geworden, analyseerde Nieuw Sociaal Contract. ‘Proces- en omgevingsmanagers, juristen en boekhouders zijn het beleid gaan bepalen.’ In plaats daarvan moesten Kamer en kabinet beter gaan luisteren naar de werkvloer en dus ‘meer gebruikmaken van experts, denktanks en mensen met praktijkervaring door hoorzittingen, ronde tafels en eigen onderzoek een vaste plek te geven in het wetgevingsproces’.

Wat een wonderlijke speling van het lot is het toch dat uitgerekend die partij door de kiezers werd gekoppeld aan de minst rechtsstatelijke partij van het Binnenhof, die op haar beurt campagne voerde met de plechtige belofte van ‘het strengste asielbeleid ooit’.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Het kabinet heeft na vijf maanden regeren nog nauwelijks een serieus wetsvoorstel ingediend, maar wil nu toch echt werk gaan maken van dat asielbeleid. Er zijn concept-wetsvoorstellen in omloop om de duur van verblijfsvergunningen in te korten, de vergunningen voor onbepaalde tijd te schrappen, de nareismogelijkheden in te perken, mensen eerder tot ongewenst vreemdeling te kunnen verklaren en het tweestatusstelsel te herintroduceren: de A-status voor persoonlijk vervolgden, de B-status voor oorlogsvluchtelingen om duidelijk te maken dat zij hier echt alleen mogen zijn voor zolang de oorlog duurt.

Over al die voorstellen apart is veel te zeggen. Zeker is dat Nederland meewaait met de dominante windrichting in Europa. De boodschap staat voorop, erkent asielminister Faber zelf: het moet voor iedereen duidelijk zijn dat Nederland veel minder asielzoekers wenst te ontvangen. Een grote meerderheid van de kiezers knikt instemmend.

Maar intussen zijn het ook nog gewoon ingrijpende, complexe voorstellen die niet alleen raken aan de grondrechten van soms zeer kwetsbare mensen, maar ook grote praktische gevolgen hebben voor de mensen die ze moeten uitvoeren.

Dat zijn in de eerste plaats de immigratie-ambtenaren, de rechters en de advocaten die over de asielaanvragen beslissen. Hun vertegenwoordigers kregen van dit kabinet één week de tijd om op de voorstellen te reageren. De orde van advocaten protesteerde daar al met kracht tegen. De Raad voor de rechtspraak en de Raad van State probeerden er nog iets van te maken en kwamen beide tot de conclusie dat het pakket gaat leiden tot een een enorme juridisering van het asielbeleid, tot overbelasting van de immigratiedienst en tot lange rijen bij de rechtbanken. Grote uitvoeringsproblemen dus.

Dat is met nadruk een ‘eerste inventarisatie’, want de tijd ontbrak voor overleg met de ervaringsdeskundigen in de achterban. Waar het precies over gaat, mag de rest van het land intussen niet weten, want het kabinet heeft de voorstellen niet op internet ‘ter consultatie’ aangeboden, zoals normaal gesproken wel gebeurt in het kader van de inspraak en transparant bestuur.

Toen staatssecretaris Teun Struycken van Rechtsbescherming daar dinsdag vragen over kreeg, liet hij laconiek weten dat openbare internetconsultatie weliswaar gebruikelijk is, maar ‘geen verplichting’.

Niet Struycken is hoofdverantwoordelijk voor die gang van zaken, maar asielminister Faber. Maar zij probéért zich tenminste nog aan de belangrijkste verkiezingsbelofte van haar partij te houden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next