Belastingplan Het was een zwaarbevochten deal tussen coalitie en oppositie in de Tweede Kamer, maar nu is er in de senaat toch weer onenigheid over hoe het schrappen van de btw-verhoging moet worden gedekt.
Moet staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen (Fiscaliteit en Belastingdienst, NSC) de 1,3 miljard euro die nodig is om de voorgenomen btw-verhoging op boeken, sport, cultuur en media terug te draaien, ophalen met andere btw-verhogingen?
In de Tweede Kamer waren VVD en D66 het eens, dachten ze. Zij sloten, met de drie confessionele partijen en de rest van de coalitie, een deal zodat het Belastingplan voldoende steun zou hebben in beide Kamers. Het kabinet doet meer voor eenverdieners en houdt de giftenaftrek in stand. In ruil daarvoor steunen oppositiepartijen CDA, ChristenUnie en SGP het Belastingplan. Ook gaat het zoeken naar geld om de voorgenomen btw-verhoging terug te draaien door. D66 steunt het plan in ruil voor die btw-belofte.
Maar in de Eerste Kamer interpreteert D66 de afspraak anders dan de VVD, blijkt maandag als de senaat debatteert over het Belastingplan.
Wat verwarring veroorzaakte, was een vrijdagmiddag verstuurde brief van de staatssecretaris. Hij wil de 1,3 miljard euro ophalen met btw, schrijft hij daarin. Van Oostenbruggen verwijst naar de motie van CDA waarmee de Tweede Kamer btw-verhoging hoopt tegen te houden. De motie roept op te streven naar een vereenvoudiging van het btw-stelsel. De huidige twee btw-tarieven van 9 en 21 procent leveren tientallen rechtszaken op over grensgevallen. Is tandpasta bijvoorbeeld een geneesmiddel? Zo ja, dan valt het in het lage tarief.
Senator Carla Moonen (D66) is niet blij met de brief. Maandagmiddag in het Eerste Kamerdebat noemt ze alleen zoeken naar geld in de btw niet volgens de afspraak. Wat haar betreft kijkt de staatssecretaris „in eerste instantie” wat hij met btw kan ophalen. Maar als de staatssecretaris daar niet genoeg geld vindt, zoekt hij verder.
VVD-senator Paulien Geerdink loopt naar de microfoon, zij ziet het anders. „Voor zover ik weet”, zegt ze, is het juist „een keiharde afspraak” dat hij bínnen de btw zoekt.
Volgens Moonen heeft minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) gezegd dat het kabinet btw als „startpunt” zou nemen in de zoektocht naar geld. Zij wil daarom dat de staatssecretaris terugkomt op zijn brief, omwille van de „eenheid van kabinetsbeleid”.
Geerdink: „Ik heb een totaal andere afspraak gehoord van dezelfde minister.”
Dinsdag, als het debat verder gaat met een reactie van het kabinet, start Van Oostenbruggen – voor het eerst in de senaat als staatssecretaris – met een grap over btw. Hij geeft daarmee blijk zich te hebben verdiept in een senator die regelmatig een doorslaggevende stem voor een meerderheid heeft: senator Martin van Rooijen (50Plus).
Als de staatssecretaris zich niet vergist, zegt Van Oostenbruggen, is het precies vijftig jaar geleden dat Van Rooijen zijn eerste Belastingplan verdedigde. Van Rooijen (destijds KVP) was toen staatssecretaris Fiscale Zaken. Van Rooijen pleitte een halve eeuw geleden, zegt Van Oostenbruggen, voor een btw-verlaging van sierteelt. „De complexiteit in het btw-stelsel is vijftig jaar geleden begonnen.”
Senatoren lachen, ook Van Rooijen. „Dat was geen voorstel van het kabinet”, zegt de 50Plus-senator. „Het was een amendement uit de Kamer.”
In de avond richt Van Oostenbruggen zich tot Moonen. Hij bevestigt dat btw het „startpunt” is. Hij wil daar geld vinden. Verder denken dan btw wil de staatssecretaris niet. Maar Van Oostenbruggen sluit ook andere manieren om het geld op te halen niet uit. Daarmee krijgt Moonen haar zin.
Hoewel het kabinet zich voorneemt de btw-verhoging grotendeels terug te draaien, staat de verhoging wel in het wetsvoorstel. De afspraak is dat het kabinet eerst geld moet vinden, en daarna pas de verhoging uit de wet haalt.
Dat roept vragen op: wat als bijvoorbeeld een poppodium begin 2025 kaartjes verkoopt voor een concert in 2026? Door de wettekst moet het podium dan in principe met verhoogde tarieven rekenen.
Ondernemers met dat dilemma stelt Van Oostenbruggen gerust. Hij zegt dat zij het eerste halfjaar mogen rekenen met het lage tarief. Mocht de zoektocht naar geld mislukken en het hoge tarief alsnog ingaan, dan zal de overheid de ondernemers geen naheffing sturen.
Begin iedere werkdag met een overzicht van al het politieke nieuws
Source: NRC