Home

‘Syrië telt naar schatting meer dan 100.000 vermisten, het regime was zo’n beetje gebouwd op verdwijningen’

De Sednaya-gevangenis is na de val van Assad leeggestroomd. Nu alle levende gevangenen bevrijd lijken, zoeken Syriërs naar informatie over het lot van anderen. Correspondent Jenne Jan Holtland bracht een bezoek aan het beruchte complex.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Ha Jenne Jan, waarom wilde je naar deze gevangenis toe?

‘De Sednaya-gevangenis is voor de Syrische bevolking synoniem geworden met de beestachtigheid waarmee het regime van Assad opereerde. Syrië telt naar schatting meer dan honderdduizend vermisten, het regime was zo’n beetje gebouwd op verdwijningen. Bijna ieder Syrisch gezin heeft te maken gehad met de verdwijning van een familielid, met name sinds het begin van de Syrische opstand in 2011.

‘Van de meer dan honderdduizend mensen zijn een heleboel niet meer in leven, maar mensen willen informatie. Zelfs als familieleden dood zijn, werd dat de mensen niet verteld. Ze gaan er wel van uit, maar hebben geen lichaam en hebben nooit bericht gekregen over wat er met hun familielid of vriend is gebeurd. Ze zijn wanhopig op zoek naar ieder splintertje informatie.’

Je hebt er de hele ochtend doorgebracht. Hoe was dat?

‘Het was ongelooflijk indringend. Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt. En buitengewoon chaotisch. Er stond een file onderweg naar de gevangenis, op ongeveer een half uur rijden vanaf Damascus.

‘Toen we aankwamen, zat het stampvol met mensen die op zoek waren naar familieleden: broers, zwagers, een enkele zus, maar vooral mannen. Sommigen waren al voor de tweede of derde dag op rij naar de gevangenis gekomen. Iedereen is daar om iets van informatie te vergaren, of een teken van leven. Maar dat laatste is eigenlijk uitgesloten.’

Wat trof je binnen de muren aan?

‘Een puinhoop. In de cellen liggen nog een heleboel kleren die mensen hebben achtergelaten. Verder is het er verschrikkelijk smerig. Er hangt een penetrante lucht, een rottingsgeur, die ruikt naar benzine. Overal waren mensen aan het zoeken. Ik werd veel aangeklampt door mensen die heel graag hun verhaal wilden doen. Zij wilden niets liever dan vertellen naar wie ze op zoek waren.

‘Mensen dwalen door het labyrint en kloppen op de muren om te kijken of er nog een holle ruimte achter zit, alles om na te gaan of daar misschien lichamen liggen. De indruk bestaat, en dat is moeilijk te verifiëren, dat er verborgen ruimten zijn in de gevangenis, dat het een soort labyrint is. Een gevaarlijke gedachte, want je houdt de hoop levend dat je nog iemand vindt.

‘De Syrische Witte Helmen hebben de gevangenis uitgekamd met speurhonden. Zij kwamen gisteren met een verklaring waarin ze zeiden dat er niets meer te vinden is. Maar je merkt dat het voor de Syriërs niet meer genoeg is.’

Wat doen de mensen nog meer in hun zoektocht naar sporen van hun familieleden?

‘Het leidt tot ongelooflijke taferelen. De grond van het gebouw lag bezaaid met paperassen. Op sommige papieren staan namen, en dan is het de vraag of het gaat om vermisten of mensen die in de gevangenis werkten. Toen ik binnenkwam, stond een groepje van zes à zeven mensen over een logboek gebogen, speurend tussen de namenlijsten.

‘Ik vond het heel zorgelijk om te zien dat de documenten overal op de grond lagen. Mijn hoop is dat internationale mensenrechtenorganisaties zich heel snel om de documentatie gaan bekommeren. Dat is ook wat mensen hier zeggen. Ze zien mij en andere westerse verslaggevers en vragen: waar is het Westen en waar zijn de VN, we hebben jullie nodig, we hebben antwoorden nodig. Ze rekenen er niet op dat ze die van de Syrische machthebbers zullen krijgen, en ik kan ze daarin geen ongelijk geven.’

Wat doet deze nieuwe werkelijkheid met de Syriërs?

‘De heftigheid waarmee alles nu naar buiten komt, heeft denk ik ook te maken met wat iedereen hier heeft opgekropt. Mensen konden niet over dit soort zaken praten, alleen op fluistertoon. De Sednaya-gevangenis was ook geen plek waar de gewone Syriër kwam, maar een waarvan de mensen het bestaan wel kenden.

‘Ik zat net tv te kijken op mijn hotelkamer, waar een bekende mensenrechtenadvocaat het erover had dat honderdduizend Syriërs zijn verdwenen. De man zei: ik denk dat de meesten van hen dood zijn, waarna hij in huilen uitbarstte. Nu pas dringt bij Syriërs de omvang van dit alles door.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next