Home

Mijn vrouw stuurt de auto de vluchtstrook op en zet de waarschuwingslichten aan. ‘Allemaal de auto uit!’

Na ongeveer een uur rijden klinkt er gepiep en verschijnt op het dashboard een waarschuwing in urgent rood: ‘Storing opladen accu’. Met direct daaronder, in kapitalen: STOP. Mijn vrouw kijkt me aan. ‘Niet stoppen. Gewoon doorrijden’, zeg ik.

Onze auto is hypochonder aangelegd en roept wel vaker dat er iets is en dan blijkt er uiteindelijk niets. En als er dan wel een keer iets is, zoals afgelopen zomer in Spanje, kondigt hij helemaal niets aan van tevoren. Dus kop dicht en doorrijden (voor alle duidelijkheid, dit zeg ik tegen de auto, niet tegen de chauffeur).

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

We rijden over de A1 richting Deventer, het is Sinterklaasmiddag en druk op de weg. De waarschuwing blijft branden en wij blijven rijden. Een kwartier later valt de motor uit.

Mijn vrouw stuurt de auto de vluchtstrook op en zet de waarschuwingslichten aan. Kalm blijven nu. ‘Allemaal de auto uit! Achter de vangrails!’ Terwijl mijn vrouw en dochters rillen in de kou, bel ik de ANBW. Auto’s zoeven voorbij, vrachtwagens denderen vlak langs ons heen.

Na een paar minuten komt er een terreinwagen van Rijkswaterstaat achter ons staan. Een vrolijke man in oranje pak stapt uit en zet een paar pylonnen neer. ‘Ik heb jullie een kruis gegeven’, zegt hij. Daarmee bedoelt hij dat de rechter rijbaan nu is afgesloten voor verkeer. Dankzij ons. Het is nooit de ambitie geweest om een rood kruis te worden op de snelweg, maar nu het dan toch zover is voel ik een – volstrekt ongepaste – trots. Dit heb ik dan maar mooi geflikt.

Even later wordt de auto weggesleept, naar een veilige plek waar iemand van de ANWB straks in alle rust kan kijken wat er precies mankeert. Die veilige plek is tevens de minst vrolijke: het parkeerterrein van een McDonald’s langs de A1. Daar wordt onze auto weer van de sleepwagen gereden en schuin op een parkeervak gezet.

Mijn schoonvader staat daar te wachten, hij neemt mijn vrouw en onze dochters mee. Als de meisjes even niet opletten, laden we de tassen met cadeaus snel over van de ene auto naar de andere. Dan nemen we afscheid. Geen idee hoe lang het gaat duren voordat de pechhulp er is. ‘Het is druk en slecht weer’, had de mevrouw van de ANWB gezegd. Het lukt me nog net om een bedremmeld ‘ja, maar het is Sinterklaas’ te onderdrukken.

Dus nu sta ik op een parkeerterrein naast de A1, tussen een McDonald’s en een obscuur motel. Onze oude, levensmoede auto staat op deze door God verlaten plek te wachten op mechanische hulp als een versleten man van latere middelbare leeftijd die wacht op een afspraak met een clandestiene escort.

Mijn vrouw en kinderen zitten nu binnen bij haar moeder, warm en licht, met een berg cadeaus, speculaas en thee. Hier is het donker, het regent en het waait. En de maan schijnt door de bomen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next