Home

Vis wordt aangeprezen als wondermiddel voor je gezondheid, maar is dat ook echt zo?

Aan vis worden tal van gezondheidsvoordelen toegedicht. Moet vis echt wekelijks op het menu? En vormen visvetzuren uit supplementen of margarine een waardig alternatief?

Minder hart- en vaatziekten, betere algehele gezondheid, een langere levensverwachting: een stortvloed aan onderzoeken promoveerde vis sinds de eeuwwisseling tot wondermiddel voor bijna elk lichaamsdeel. De laatste jaren lijkt die hosannastemming wat uitgedoofd, toch adviseert het Voedingscentrum nog een wekelijkse portie vis, liefst vette vis, zoals makreel, haring of zalm. In de praktijk haalt slechts een op de drie Nederlanders dat, blijkt uit onderzoek van het CBS (2023). Daar valt dus een wereld te winnen, als vis (of visolie) inderdaad serieuze gezondheidsvoordelen biedt. Wat zijn daarover de laatste wetenschappelijke inzichten?

Het nut van vetzuren

‘Recent onderzoek heeft de zaken eerder ingewikkelder dan eenvoudiger gemaakt’, vertelt hoogleraar voeding en hart- en vaatziekten Marianne Geleijnse van de Wageningen Universiteit. Twee decennia terug leek het bewijs nog duidelijk in dezelfde richting te wijzen. Vergelijkend onderzoek had aangetoond dat viseters gezonder waren dan niet-viseters. Wetenschappers zochten vooral nog een verklaring, ook om uit te sluiten dat andere leefstijlkenmerken de gezondheidsverschillen verklaarden. Ze kwamen al snel uit bij visvetzuren: drie vetvarianten die vanwege hun molecuulstructuur ook als omega 3-vetzuren bekendstaan. Met name eicosapentaeenzuur en docosahexaeenzuur komen van nature bijna enkel voor in vis, met hogere doses in vette vis. De stoffen zijn bekender onder hun Engelse afkortingen EPA en DHA.

Van visvetzuren krijg je per portie vis relatief kleine hoeveelheden binnen, een paar honderd milligram, maar ze zijn onmisbaar voor het functioneren van cellen, vertelt hoogleraar voeding voor gezond leven Ingeborg Brouwer van de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Omega 3-vetzuren zijn belangrijk voor de celopbouw en de aanmaak van hormoonachtige stoffen. Ze lijken ook de doorgifte van stroompjes rond het hart te beïnvloeden.’ Daarmee was een theoretische link naar hartkwalen gelegd. Die moest alleen nog wel worden bewezen.

Twijfels rond visolie

Geleijnse coördineerde van 2002 tot 2010 het grootschalige Nederlandse onderzoek Alpha Omega naar de gezondheidsvoordelen van de veelbelovende visvetzuren. Bijna vijfduizend hartpatiënten werden opgedeeld in vier groepen die jarenlang hun boterhammen smeerden met margarine met wisselende hoeveelheden omega 3-vetzuren. Het lukte echter niet de kwestie van A tot Z uit te pluizen.

Visvetzuren hadden in de Alpha Omega-studie verassend genoeg geen significant effect, maar daar zijn lastig conclusies aan te verbinden, licht Geleijnse toe. ‘Tijdens de onderzoeksperiode verschenen veel betere bloeddrukmedicijnen en statines, die cholesterolverlagend werken. We konden niet meer kijken naar plotse hartdood, omdat dat gewoon veel minder voorkwam. Onze oorspronkelijke hypothese hebben we niet kunnen onderzoeken.’

Een recente studie onder dezelfde patiënten, die nog steeds worden gevolgd, toonde juist wel dat consumptie van visvetzuren (nu vooral afkomstig uit vis) bij hen samenhangt met een lager risico: bij regelmatige inname lag de sterftekans aan hartproblemen zo’n 30 procent lager dan bij patiënten die nooit vis aten.

Wisselende resultaten

Zoals een enkele onderzoekspopulatie al wisselende resultaten toont, brachten ook recentere studies naar visvetzuren als supplement geen eensluidend antwoord. De complexiteit van zulk langlopend onderzoek verklaart mogelijk het wisselende beeld: soms zijn kleine voordelen zichtbaar van visvetzuren, soms ontbreekt een effect. Zelfs meta-analyses, die gewoonlijk opheldering bieden door tal van eerdere onderzoeksresultaten te middelen, vallen op die manier uiteen. Geleijnse wijst erop dat het buitengewoon lastig is al het onderzoek op een hoop te vegen: zo zijn resultaten bij hartpatiënten niet een-op-een te vertalen naar de gehele bevolking, en verschillen studies in de hoeveelheden visvetzuren.

Alleen bij zeer hoge doses visvetzuren lijkt zich een duidelijk patroon af te tekenen: recente bevindingen onder hartpatiënten tonen positieve effecten bij een veelvoud van het omega 3-gehalte in vette vis. Maar Geleijnse raadt het slikken van zulke hoeveelheden af zonder onderliggende klachten. ‘Dat kan risico’s opleveren, omdat het onder meer de bloedstolling vermindert.’

Eén conclusie lijkt wel gerechtvaardigd: van reguliere visoliesupplementen hoeven we geen wonderen te verwachten. Dat geldt daarmee nog sterker voor de meeste margarine met omega 3. Die bevatten vaak slechts een van de drie omega 3-vetten: het plantaardige alfalinoleenzuur (ala). Brouwer: ‘Daarvan krijgen we ook minder binnen dan aanbevolen, dus het is niet slecht, maar het vormt geen vervanging voor vis.’

Vis is wel aantoonbaar gezond

Vervalt de aantrekkingskracht van vis niet met het gebrekkige bewijs voor gematigde hoeveelheden visolie? Juist over de gezondheidseffecten van vis zijn studieresultaten veel eenduidiger, zegt Brouwer. ‘Onderzoeken tonen stelselmatig aan dat mensen die vis eten beter af zijn.’ Hoe dat kan? De zoektocht naar enkele allesbepalende stoffen is losgelaten, en omega 3-vetzuren vormen hooguit een deel van het geheim. Dat lijkt eerder te schuilen in tal van nuttige eiwitten en andere voedingsstoffen, zoals een appel ook meer oplevert dan een vitaminepil.

Die parallel wijst op een ander voordeel van vis, vertelt Brouwer. ‘Als je vis eet, eet je iets anders niet. Je maakt er normaal gesproken geen stuk vlees naast klaar.’ Van bewerkt en rood vlees zijn de gezondheidsnadelen overtuigend aangetoond. Een dagelijkse portie van 100 gram verhoogt de kans op hart- en vaatziekten en overlijden bijvoorbeeld juist, becijferde een grote overzichtsstudie in 2022.

Toch aan de vis dus, maar in welke hoeveelheden? De Scandinavische landen kwamen in 2023 zelfs tot een aanbevolen hoeveelheid van minstens 300 gram per week, oftewel zo’n drie porties, op basis van de nieuwste inzichten. Dat lijkt voor weinig Nederlanders haalbaar. Gelukkig levert een wekelijkse portie al veel op, vertelt Geleijnse: ‘Van niets naar iets heb je de grootste gezondheidswinst al te pakken.’

Over de auteur
Pepijn van der Gulden schrijft voor de Volkskrant over praktische vragen op op het terrein van wetenschap en gezondheid.

Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next