Dankzij ‘gelukspaus’ Ruut Veenhoven, internationaal bekend vanwege zijn pionierswerk in het geluksonderzoek, weten we onder meer dat het krijgen van kinderen niet per se gelukkiger maakt. Maandag overleed hij op 82-jarige leeftijd.
Toen Ruut Veenhoven vijf jaar geleden te horen kreeg dat hij ongeneeslijk ziek was, gooide hij zijn leven niet over een andere boeg. De Rotterdamse geluksprofessor, toen al jaren met emeritaat, maakte geen plannen om langgekoesterde wensen nog in vervulling te laten gaan. In plaats daarvan ging hij door met wat hij de afgelopen vijftig jaar deed: onderzoek doen naar geluk.
Het besluit typeerde de hoogleraar: nuchter, pragmatisch en dusdanig toegewijd aan zijn onderzoek dat hij ook vele jaren na zijn emeritaat in 2007 nog lange werkweken bleef maken.
Zelf zag hij zijn keuze om ook de laatste jaren van zijn leven in een grijze kantoorkolos van de Erasmus Universiteit door te brengen, als voorbeeld van levenskunst: een moeilijk in cijfers te vatten talent voor het leven.
Over de auteur
Kaya Bouma is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft over de geestelijke gezondheidszorg, psyche, brein en gedrag.
Dat talent is volgens Veenhoven de afgelopen decennia in welvarende landen als Nederland steeds bepalender geworden voor ons geluk. ‘De omstandigheden waarin je leeft, doen er ook toe, natuurlijk’, zei hij in 2023 in de Volkskrant. ‘Maar die omstandigheden zijn voor iedereen [in Nederland, in de afgelopen vijftig jaar, red.] een stuk beter geworden. Het verschil in geluk wordt steeds meer een kwestie van wat je er zelf van maakt.’
Geluksprofessor, ‘gelukspaus’, godfather van geluk: als hoogleraar sociale condities voor menselijk geluk zette Veenhoven het wetenschappelijk onderzoek naar geluk internationaal op de kaart.
Dat deed hij onder meer door het oprichten van de World Database of Happiness, een online databank waarin hij onderzoek naar geluk bundelde. Dat leverde de bekende lijstjes op waarop landen worden gerangschikt op niveau van geluk. Veenhoven wist de kennis die hij verzamelde te vertalen naar een toegankelijk verhaal voor een groot publiek. Het maakte hem een geliefde vraagbaak voor journalisten.
Geluksonderzoek was nooit het plan. Veenhoven groeide op in een intellectueel gezin in Den Haag. De studie bestuurssociologie moest het opstapje vormen naar een baan bij de overheid. Maar toen raakte zijn vriendin ongewenst zwanger en onderging ze een illegale abortus – abortus was op dat moment (de jaren zestig) nog verboden.
Later zou het stel nog twee kinderen krijgen, maar de gebeurtenis was voor Veenhoven aanleiding zich hard te maken voor legalisering van abortus. Hij werd onder meer voorzitter van Stichting Medisch Verantwoorde Zwangerschapsonderbreking (Stimezo), een organisatie die pleitte voor de legalisering van abortus. Stimezo richtte meerdere abortusklinieken op nog vóór abortus in 1984 officieel werd toegestaan in Nederland.
Veenhovens carrière bij de overheid kwam niet van de grond vanwege zijn activisme rondom een politiek gevoelig thema. Hij kon wel aan de slag als onderzoeker bij de Erasmus Universiteit. Daar begon hij onderzoek te doen naar geluk, een onderwerp dat destijds nog nauwelijks serieus werd genomen. Geluk zou te ongrijpbaar zijn, te individueel, te moeilijk onderzoekbaar.
Maar volgens Veenhoven was één goed geformuleerde vraag genoeg: ‘Alles bij elkaar genomen, hoeveel voldoening schept u in het leven dat u leidt? Geef aan met een cijfer van 1 tot 10.’ Het antwoord op die vraag levert verrassende inzichten op. Zo maakt het krijgen van kinderen eerder ongelukkig dan gelukkig, concludeerde Veenhoven in 1984 in zijn proefschrift ‘factoren van invloed op geluk’.
Slaapgebrek, gebrek aan vrije tijd en druk op de relatie: jonge ouders zien hun geluk gemiddeld genomen iets afnemen ten opzichte van stellen zonder kinderen, bevestigde ook later onderzoek. Eenmaal uit huis lijken kinderen hun ouders wel weer gelukkiger te maken.
Leven in een land met betrouwbare ambtenaren is volgens Veenhoven een belangrijke voorspeller van geluk, belangrijker zelfs dan welvaart. Degelijke ambtenaren zorgen voor een voorspelbare omgeving, waarin mensen hun leven kunnen inrichten zoals ze willen.
In de ruim halve eeuw dat Veenhoven onderzoek deed naar geluk, werden Nederlanders gemiddeld steeds iets gelukkiger, blijkt uit cijfers afkomstig van de World Database of Happiness. In 1975 gaven Nederlanders hun leven gemiddeld een 7,2. In 2023 was dat een 7,8.
Dat komt, vermoedde Veenhoven, onder meer door toegenomen welvaart, maar ook door de manier waarop ouders hun kinderen opvoeden. Draaide de opvoeding vroeger om gehoorzaamheid, tegenwoordig helpen ouders hun kinderen met het ontdekken van wie ze zijn en wat bij hen past. Dat is belangrijk, vond Veenhoven, in een maatschappij waar veel te kiezen valt.
Zelf kreeg de geluksonderzoeker drie kinderen en vier kleinkinderen. Hij scheidde en hertrouwde, gebeurtenissen die de levensvoldoening flink kunnen laten dalen en stijgen. Hij vatte dat nuchter op. ‘Goh, in die cel van de tabel zit ik nu’, dacht hij weleens tijdens turbulente perioden.
Toen Veenhoven in 2019 werd gediagnosticeerd met de ziekte van Kahler, een vorm van bloedkanker waarvan hij niet meer zou genezen, maakte dat tot zijn eigen verbazing weinig uit voor zijn levensgeluk.
Veenhoven beschikte, vermoedde hij zelf, over levenskunst: het talent om te weten wat hem gelukkig maakte en daar zijn leven zo veel mogelijk naar in te richten. ‘Ik maak geen grote reizen meer’, zei hij op 80-jarige leeftijd tegen de Volkskrant. ‘Spannende tochten over hoge bergtoppen zitten er niet meer in, maar ik heb gemerkt dat lekker wetenschappen ook prima is. Dat brengt ook veel geluk.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant