De apenrots van journalist Menno de Galan maakt heel goed inzichtelijk hoe diep de rot zit in de organisatie van NOS Sport.
is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
‘Journalistiek is geen vak voor juffershondjes.’ Was getekend: Eddy Poelmann, oud-redactiechef en jarenlang commentator van NOS Studio Sport.
Het is niet vreemd dat journalist Menno de Galan zijn boek De apenrots - Hoe het misging op de redactie van NOS Sport begint met dit citaat, want als er één ding duidelijk wordt uit deze geschiedschrijving over de sportredactie van de NOS, is het wel dat iedereen die in de ogen van Poelmann en consorten zo’n ‘juffershondje’ was, weinig kans had om te overleven in de slangenkuil die de sportredactie van de NOS jarenlang was – en misschien nog altijd is.
Schrijver De Galan (die jarenlang werkte voor programma’s als Nova en Nieuwsuur en ook meerdere boeken schreef over de hoogtij- én crisisjaren bij Ajax) koos voor deze titel naar aanleiding van uitspraken van hoofdredacteur Gert-Jaap Hoekman, die in aanloop naar de Olympische Spelen van 2024 stelde dat NOS Sport ‘veel minder een apenrots is dan in het verleden’. Uithangborden als Mart Smeets, Tom Egbers, Kees Jansma en Jack van Gelder zijn, deels beschadigd, vertrokken en dus is de giftige werksfeer op de redactie iets van het verleden. Toch?
Wat De Galan goed doet in De apenrots is juist een beeld schetsen waaruit blijkt dat de giftige werksfeer bij NOS Sport niet iets is van individuen of van korte perioden, maar iets dat diep is verankerd in de cultuur van de redactie.
Om te laten zien hoe die zo’n voedingsbodem kon worden voor wangedrag, pesterijen en intimidatie, zoals in 2022 ook uitvoerig beschreven in een verhaal in de Volkskrant, keert De Galan terug naar de jaren zestig. Studio Sport is dan eerst nog Sport in Beeld (1959-1966) en NTS Sport (1966-1969). Dat laatste programma wordt vanaf 1968 geleid door Bob Spaak, man van de spreekwoordelijke oude stempel, en iemand die je vooral niet moet tutoyeren. Al vanaf de eerste stapjes van Studio Sport creëert Spaak een situatie van ‘Studio Sport versus de rest van de wereld’. Altijd moet er weer worden gevochten om de uitzendrechten, altijd moet er worden gebedeld om extra zendtijd.
Maar juist door een muur om die redactie heen te trekken, legt Spaak de kiem voor een redactiecultuur die nooit meer helemaal zou veranderen: een ‘hiërarchisch systeem, dat vooral is gebouwd op persoonlijke voor- en afkeuren. Wie goed ligt, kan niet meer stuk, wie slecht ligt, wordt genegeerd.’ Zoals toenmalig NOS-baas Carel Enkelaar het samenvat: ‘Op de sportredactie groeide angst voor de chef en een virus van eigenbelang en jaloezie, waarbij medewerkers zich isoleerden, niet met elkaar spraken, slechts plichtmatig opdrachten uitvoerden, of hun eigen hobby bedreven.’
De Galan maakt goed duidelijk dat die cultuur ook in de decennia daarna nooit meer helemaal veranderde, ook niet toen Spaak van het toneel verdween. De redactie van NOS Sport barst van het haantjesgedrag, het onderlinge wantrouwen, pesterijtjes, het elkaar continu proberen af te troeven met sportkennis. Tekenend is ook de voortdurende stoelendans aan de top: vaak zijn het de hardliners die overeind blijven, terwijl de buitenstaanders met zoveel argusogen worden bekeken dat overleven in de slangenkuil haast iets onmogelijks werd.
Die omgeving bleek ook de ideale voedingsbodem voor opvliegerige, opgeblazen of instabiele ego’s, zoals Jansma, Smeets, Van Gelder en Egbers. Ook tussen werknemers onderling is de spanning vaak om te snijden: tussen commentatoren Poelmann en Theo Reitsma is bijvoorbeeld jarenlang sprake van een ‘gewapende vrede’. Oud-chef Ad van Liempt spreekt van een ‘apenrots met top-apen en volgelingen’, en vergaderingen die een soort ‘dagelijkse veldslagen’ waren.
Vrouwen zijn jarenlang al helemaal een unicum. Over presentator Daniëlle Overgaag wordt gezegd: ‘Wat weet zo’n Andrelon-model nou van sport?’. Kees Jansma, geciteerd uit zijn eigen boek, over collega Marga van Arnhem: ‘Een vrouw die iets van tennis weet, die grote tieten heeft, en geheel op zichzelf door de omroep banjert.’ Tja, geen wonder dat NOS Sport ‘het laatste mannenbolwerk van Nederland’ wordt genoemd. De apenrots toont het beeld van een mannencultuur, een wereld van macho’s onder elkaar.
In die cultuur vielen nieuwkomers buiten de boot. Dat geldt voor redactiechefs die kwamen en vooral gingen, maar ook voor nieuwe aanwas, zoals presentator Aïcha Marghadi, over wie oud-medewerkers stellen dat haar uiteindelijke vertrek vooral te maken had met een gebrek aan sportkennis, en niet zozeer met discriminatie en racisme, zoals naar voren kwam in het Volkskrant-artikel.
Toch past ook de kwestie-Marghadi uiteindelijk op de lange lijst aan gedoetjes en pesterijen, waaraan ook een kleine zestig jaar na de start van Studio Sport voorlopig geen einde lijkt gekomen. Kijk alleen maar naar het rapport van de commisie-Van Rijn, waarin gesproken wordt van ‘vriendjespolitiek’, ‘familiecultuur’ en ‘maffiacultuur’.
De mastodonten en hun immense ego’s zijn wellicht vertrokken, maar ook Hoekman hield het maar een jaar vol, omdat er op de redactie onvrede ontstond over uitspraken als ‘Ik speel liever met een leuk team op een bijveldje, dan met een heel naar team in de finale van de Champions League’.
De poppetjes veranderen voortdurend, maar een vastgeroeste haantjescultuur, die verander je niet zomaar.
Menno de Galan: De apenrots. Alfabet Uitgevers; 272 pagina’s; € 22,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant