Van Sinterklaas kreeg ik een nepvuurtje op batterijen en een bijpassend geurkaarsje met houtvuurgeur. Wat kende de Goedheiligman, in de vorm van mijzelf, mij toch goed.
Meteen deed ik de batterijen in het nepvuurtje, daarbij milieugedachten over batterijen en plastic even wegdrukkend. In plaats daarvan focuste ik op de astmapatiënten die weldra dankbaar door de straat zouden huppelen.
Het vuurtje flakkerde koud maar verder in eerste instantie realistisch. Als je het in de kachel legde, viel wel al snel op dat het net iets te goed zijn best deed. Een echt houtblok smeult stilletjes; het nephoutblok gloeide elke seconde hevig op. ‘Ik gloei!’, riep het als het ware.
Het was, zoals bij wel meer in het leven, zaak om er een beetje langs te kijken, dan gaf het precies de juiste sfeer.
De geurkaars rook onderwijl alsof er een oom met veel aftershave per ongeluk in de open haard was gaan zitten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant