Home

Syrische martelgetuige uit Hillegom lijkt dood gevonden in ‘slachthuisgevangenis’

Mazen al Hummada, een Syrische vluchteling die in Hillegom woonde, is waarschijnlijk dood gevonden in de Sednaya-gevangenis. Mazen geldt internationaal als belangrijke getuige van martelpraktijken in Syrië. In 2020 keerde hij in verwarde toestand terug naar zijn geboorteland.

Ana van Es en Anneke Stoffelen zijn verslaggevers van de Volkskrant. Van Es is voormalig Midden-Oosten-correspondent. Stoffelen heeft veel geschreven over Syriërs in Nederland.

Zondagochtend openden rebellen de poorten van ‘het slachthuis van Assad’, zoals de Sednaya-gevangenis ook wel wordt genoemd. Daar werd het vermoedelijke lichaam van Mazen aangetroffen tussen veertig andere lichamen, vertelt zijn zwager Amer Obed, die in Nederland woont.

‘We hebben de foto’s van zijn lichaam gezien. We denken voor 70 of 80 procent zeker te weten dat het Mazen is. Als je naar de foto’s kijkt, dan denken we dat hij pas een week geleden is gedood.’

De martelingen die de afgelopen decennia plaatsvonden in Sednaya en talloze andere gevangenissen in Syrië, zijn slechts mondjesmaat opgetekend uit de monden van overlevenden. Mazen was een van de schaarse getuigen die het aandurfde om openlijk en in detail zijn verhaal te doen bij politici en mensenrechtenjuristen in Europa en de VS.

Als activist tegen het bewind van president Bashar al Assad, kwam hij in 2012 voor het eerst in Sednaya terecht, de grootste militaire gevangenis van Syrië. Achteraf zou hij getuigen hoe zijn ribben daar werden gebroken, hij aan zijn polsen werd opgehangen in een raamkozijn en zo zijn spieren scheurde. Ook vertelde Mazen hoe de beulen met een nijptang zijn geslachtsdeel fijnknepen, terwijl hij anaal werd verkracht.

Trauma

Mazen overleefde zijn gevangenschap. Na zijn vrijlating in 2014 belandde hij als asielzoeker in Nederland. Hij kreeg een sociale huurwoning toegewezen in Hillegom. Maar zijn trauma kwam hij nooit te boven.

Zijn zus en zwager vertelden de Volkskrant in 2020 hoe Mazen nauwelijks at, en rokend en blowend wegkwijnde in zijn appartementje. Hij kreeg therapie aangeboden voor zijn oorlogstrauma. Maar hij kon het niet aan dat de behandeling plaatsvond in een afgesloten ruimte, zo vertelden zij. Daarom stopte hij er weer mee.

Nadat de woningcorporatie hem vanwege huurschulden uit huis had gezet, namen zijn zus en zwager hem op in hun Hillegomse woning. Daar zag zijn zwager hem nachtenlang in zichzelf pratend op de grond zitten. In februari 2020 was Mazen tot hun grote schrik opeens verdwenen.

In 2014 sprak de Volkskrant voor het eerst met de toen 36-jarige Syriër die in ‘het slachthuis’ verbleef. Lees hier zijn verhaal terug.

Vreesde voor zijn lot

Het laatste familielid dat hem sprak, was een neef in Duitsland. Hij hoorde Mazen aan de telefoon zeggen dat hij was geland op het vliegveld van Damascus. ‘Bid voor me’, waren zijn laatste woorden. Sindsdien vreesde zijn familie voor zijn lot.

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken stelde zich op het standpunt dat het leveren van ‘consulaire bijstand’ in Syrië niet mogelijk was. Voor zover bekend, deed het ministerie geen pogingen om Mazens verblijfplaats te achterhalen of bij de Syrische autoriteiten aan te dringen op zijn vrijlating.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next