Home

Rechtspraak vreest ‘zeer substantiële verzwaring van de werklast’ door asielvoorstellen Faber

Zowel de Raad van State als de Raad voor de rechtspraak hebben grote bezwaren tegen twee wetsvoorstellen van minister Marjolein Faber (Asiel en Migratie, PVV) waarmee zij het aantal asielzoekers dat naar Nederland komt omlaag wil brengen.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over justitie.

De bezorgdheid van de adviesorganen betreft het voornemen tot herinvoering van het tweestatusselsel en de zogenoemde Asielnoodmaatregelenwet. Zij vrezen de gevolgen van de voorgenomen wetgeving voor de rechtspraak. Die zal, volgens de Raad voor de rechtspraak, leiden tot een ‘zeer substantiële verzwaring van de werklast’ voor de rechterlijke macht. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wijst daarnaast op de ‘forse extra werkbelasting’ voor immigratiedienst IND.

Sinds de Vreemdelingenwet 2000 krijgen asielzoekers die in Nederland mogen blijven allemaal dezelfde status. Het kabinet-Schoof wil terug naar het systeem van voor die tijd, met een A- en een B-status. Vluchtelingen die persoonlijke vervolging hebben te vrezen, krijgen de A-status. Wie vlucht voor oorlog of geweld, krijgt de B-status. Die is tijdelijk en geeft minder rechten bij gezinshereniging. Nareis van volwassen kinderen en ongehuwde partners wordt onmogelijk gemaakt.

Voorts wil het kabinet af van verblijfsvergunningen voor onbepaalde tijd. De geldigheidsduur van vergunningen voor bepaalde tijd gaat bovendien terug van vijf naar drie jaar. Ook de voornemenprocedure wordt geschrapt. Dat is de schriftelijke aankondiging door de IND van het afwijzen van een asielaanvraag, waarop de vreemdeling nog kan reageren. Alle maatregelen bij elkaar zullen leiden tot veel meer juridische procedures, waarschuwen de adviesraden.

Werkverzwaring

Rosa Uylenburg, voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zegt in haar schriftelijke reactie: ‘Ik vraag aandacht voor het feit dat de wetsvoorstellen (...) bij de rechtspraak, zowel in eerste instantie bij de rechtbanken als daarna ook in hoger beroep bij de afdeling bestuursrechtspraak, tot een grote werkverzwaring en hoge kosten zullen leiden.’ Zij voegt daaraan toe: ‘De IND zal het zwaarst belast worden, maar in het verlengde daarvan zal de extra belasting van de rechtspraak evenzeer enorm zijn.’

Hoe die belasting precies uitpakt, kunnen beide instanties nog niet zeggen. Zij kregen van minister Faber slechts een week de tijd voor hun consultatie. Vooral de Raad voor de rechtspraak is daar zeer verbolgen over, omdat deze werkwijze nadelig is voor de kwaliteit van de wetgeving. Voorzitter Henk Naves schrijft in zijn reactie dat de Raad voor de rechtspraak de wettelijke taak heeft adviezen vast te stellen na overleg met de gerechten. Daar was nu geen gelegenheid voor.

Naves: ‘Het belang om een gedegen wetgevingsadvies uit te brengen klemt temeer nu het hier een omvangrijke herziening betreft die potentiële gevolgen kan hebben voor de (grond)rechten van mensen die in een kwetsbare positie verkeren in relatie tot de overheid.’ Hij kondigt aan dat zijn organisatie in de tweede helft van januari met een nader advies zal komen.

De twee wetsvoorstellen zullen in de ministerraad van vrijdag 20 december worden besproken. Faber heeft nu eerst de gelegenheid de consultaties in de voorstellen te verwerken. Eerder reageerde de Nederlandse Orde van Advocaten ook al negatief op beide wetsvoorstellen. Mocht de ministerraad toch met de wetsvoorstellen instemmen, dan gaan ze daarna naar de Raad van State voor een definitief (spoed)advies. Die heeft daar ongeveer zes weken voor nodig.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next