De studieschuld van de eerste groep hbo'ers die onder het voormalige leenstelsel valt, is gemiddeld 7.800 euro hoger dan van de groep die een jaar eerder is begonnen. Bij wo-studenten is dat verschil zo'n 10.000 euro.
Ook hebben door het leenstelsel meer studenten een schuld opgebouwd, blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB).
Het planbureau heeft gekeken naar de schulden van studenten die tussen 2010 en 2017 aan hun studie zijn begonnen. Daaruit blijkt - niet verrassend - dat het leenstelsel grote gevolgen heeft gehad voor de studieschulden.
Volgens het in 2015 ingevoerde stelsel moeten studenten de ontvangen studiefinanciering terugbetalen, ook als ze binnen vier jaar zijn afgestudeerd. Hbo-studenten die op dat moment aan hun studie begonnen en geld leenden, bouwden tijdens hun opleiding een gemiddelde schuld van 21.300 euro op. Wie een jaar eerder was begonnen, kwam uit op gemiddeld 13.500 euro.
Bij wetenschappelijk geschoolden is het verschil nog wat groter. Bij de groep die in 2015 begon en een wo-bachelordiploma behaalde, bedroeg de gemiddelde schuld 21.700 euro. Dat is bijna 10.000 euro meer dan bij de studenten die in het jaar ervoor waren begonnen. Bij wo-masters is dat verschil zelfs nog enkele duizenden euro's groter.
Verder blijkt uit de cijfers dat het aandeel studenten met een studieschuld door de invoering van het leenstelsel flink groeide. Bij hbo'ers ging dit aandeel van het ene op het andere studiejaar van 49 naar 65 procent. Bij wo'ers is dat verschil wat minder groot.
Het leenstelsel verdween in september 2023. Er was zoveel kritiek op het stelsel, dat de politiek besloot ermee te stoppen. Studenten die onder het stelsel vielen, kregen een tegemoetkoming. Maar velen vonden die compensatie niet hoog genoeg.
Het CPB heeft ook gekeken naar de samenhang tussen studieschulden en het inkomen van de ouders. Studenten van wie de ouders niet zoveel verdienden, kregen de ruimte om extra te lenen.
Een deel van de studenten maakte daar gebruik van, maar bouwde daardoor wel een hogere schuld op. Grofweg geldt: hoe lager het inkomen van de ouders, hoe hoger de gemiddelde studieschuld.
Source: Nu.nl economisch