Home

Ondernemers in mineur over Nederlands ondernemingsklimaat. ‘Kijk nu eens over kabinetten heen’

Bedrijven zijn opnieuw negatiever over het ondernemingsklimaat in Nederland. Gaven de ondernemers het klimaat in 2022 nog een 6,7, inmiddels is dat een krappe voldoende: 6,0.

Vorig jaar was dit cijfer ook al gedaald, naar een 6,4, zo blijkt uit de Monitor Ondernemingsklimaat van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en economisch onderzoeksbureau SEO. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Voor de resultaten zijn de antwoorden van 427 bedrijven gebruikt.

Een derde van de ondervraagden gaf dit jaar een onvoldoende. Met name bedrijven die actief zijn in landbouw, industrie, energie en bouw of die internationaal georiënteerd zijn, zijn negatief over het ondernemingsklimaat in Nederland.

Het onderzoek kwam uit op de dag dat minister Dirk Beljaarts (Economische Zaken, PVV) de allereerste Ondernemers Top organiseerde in Eindhoven, waar 180 ondernemers en vertegenwoordigers van brancheverenigingen bij aanwezig waren. Beljaarts wil voor de zomer met ondernemers een pact afsluiten om het vertrouwen weer omhoog te krijgen – de top was hier een aftrap voor. „Mijn ambitie is een 8,0 aan het einde van mijn termijn”, vertelde Beljaarts na afloop.

De ondernemers mochten in kleinere groepen vertellen over wat zij vinden van onder meer de regeldruk, stimulatie van innovatie en tegengaan van netcongestie. In die sessies waren dezelfde klachten te horen als wat uit het UvA/SEO-onderzoek naar voren komt.

Zo is een van de belangrijkste redenen voor het afgenomen vertrouwen volgens het onderzoek de onvoorspelbaarheid van overheidsbeleid. Als voorbeeld werd in Eindhoven gegeven het deze maand last minute intrekken van de afspraak om natuurinclusief te bouwen (denk aan nestkasten in nieuwbouwhuizen) en het weer op losse schroeven zetten van de zero-emissiezones die op 1 januari moeten ingaan.

Tijdens de Ondernemers Top werd dan ook gepleit voor een langere horizon van overheidsbeleid. „Kijk nu eens over kabinetten heen”, zei een aanwezige. „Neem meer regie als overheid op de lange termijn”, zei een ander – uit de sessies mocht geciteerd worden maar zonder toeschrijving aan de spreker.

Die onvoorspelbaarheid geldt bijvoorbeeld voor de energie-infrastructuur in Nederland. Op veel plekken in Nederland zit het stroomnet, zeker voor grootverbruikers, vol. Het betekent dat nieuwe of uitbreidende bedrijven niet zomaar meer een aansluiting op het net kunnen krijgen.

Ook op het gebied van gunstige fiscale regelingen voor bedrijven laat Nederland steken vallen, vinden de ondernemers. De beperkte aanwezigheid van talent en het niet aanbieden van wetgeving op maat voor bedrijven dragen eveneens bij aan het gedaalde vertrouwen.

Naar het buitenland

Een vijfde van de Nederlandse bedrijven overweegt om de komende twee jaar activiteiten naar het buitenland te verplaatsen vanwege het verslechterde ondernemingsklimaat. Van bedrijven met internationale activiteiten denkt een derde na over gedeeltelijk of volledig vertrek uit Nederland. Daaraan liggen echter veelal andere redenen (efficiëntere bedrijfsvoering bijvoorbeeld) ten grondslag dan alleen het Nederlandse ondernemingsklimaat. Dit cijfer is dan ook niet significant anders dan afgelopen jaar.

De resultaten van de Monitor Ondernemingsklimaat passen binnen een trend waarbij Nederland qua concurrentiekracht internationaal terrein verliest. Op de World Competitiveness Ranking van de Zwitserse IMD Business School zakte Nederland dit jaar bijvoorbeeld van plek 5 naar 9.

Kees Groeneveld: ‘Het ontbreekt aan een visie’

„Er moet een visie komen vanuit de overheid, een strategie”, zegt Kees Groeneveld (63), directeur van EuroNordic, een logistiek bedrijf dat werkt in de haven van Rotterdam (omzet 100 miljoen, 125 medewerkers).

„Ondernemers geven een mager zesje aan het ondernemingsklimaat. Ik merk dat veel wel willen, maar het een beetje zat zijn geworden. Die zeggen: ‘We gaan niet meer verder investeren.’

Groeneveld vertegenwoordigt zijn bedrijf ook in DeltaLinqs, de ondernemersvereniging van de haven- en industriële bedrijven in de Rotterdamse haven, en ziet daar dat alle onzekerheid, vooral de zorgen om het stroomtekort, de investeringen parten speelt. „In de haven willen we elektrificeren, we willen waterstof ontwikkelen, we willen walstroom aanbieden aan de schepen. Maar er is zo veel onzekerheid of je überhaupt wel stroom kunt krijgen.”

Andere landen hebben een visie gehad op het gebied van elektrificatie. Als wij dit nu willen, hadden we tien jaar geleden moeten investeren in het stroomnet. Nu zitten we in een situatie waar we het wel willen, maar we ons plotseling realiseren dat het stroomnet dit helemaal niet aan kan. Het ontbreekt aan de visie die nodig is om een nieuwe wereld te kunnen accommoderen.”

Natuurlijk moeten er regels zijn. Maar de overheid mag ook meer faciliteren. Als het elektriciteitsnet niet toereikend is, dan verwacht ik actie. Hoe gaan we dat oppakken? En niet zeggen: dit is een uitdaging en we kijken eens hoe we het gaan doen.”

Toch heb ik een goed gevoel bij het huidige kabinet. Dat wil ons steunen. Maar ja, we moeten inmiddels wel een inhaalslag maken.”

Bas Pije: ‘We hebben ons in onze eigen problemen gemanaged’

Bas Pije (60) is directeur van Heidelberg Materials NL, met zeshonderd werknemers. Heidelberg Materials is een van ’s werelds grootste bouwmateriaalbedrijven. „Ik ben niet pessimistisch”, begint hij. „Het gaat in Nederland niet slecht. Alleen hebben we ons wel een beetje in onze eigen problemen gemanaged.”

Vanuit ons perspectief betekent dat vooral dat we onszelf vastzetten in milieuvergunningen, als gevolg van stikstofbeperkingen. We zien dat de afgelopen anderhalf, twee jaar het bouwvolume – het aantal en de omvang van de bouwprojecten – in Nederland met 30 procent is teruggelopen. We staan te popelen om aan de slag te gaan: nieuwe infrastructuur, energietransitie, klimaattransitie. Maar we komen daar niet aan toe omdat er te weinig vergunningen worden afgegeven en te veel projecten worden stilgelegd.”

Ik denk dat we hier heel veel regels vrij makkelijk kunnen afschaffen. Ik moet nu bijvoorbeeld vanaf 1 juli aangeven hoe mijn werknemers naar het werk komen. Wat schieten we daarmee op?”

We zijn een klein landje waar we heel veel willen. En als we dan iets willen, zijn er ook nog heel veel mogelijkheden om bezwaar aan te tekenen. Waardoor de processen erg lang duren voordat ze uiteindelijk tot uitvoering komen. Dus we hebben ons een beetje in een bureaucratisch dal gewenteld, waardoor het heel lastig is om zaken snel weer op gang te krijgen.”

Maar we zijn ook een beetje hypocriet in het ondernemersveld. Want aan de ene kant zeggen we minder regels, dat vindt iedereen prettig. Aan de andere kant zeggen we dat we regels moeten hebben die het speelveld gelijk maken voor iedereen. Dus daar zit altijd een beetje een discrepantie tussen. Ik denk dat we heel veel regels vrij makkelijk kunnen afschaffen. Op dit moment is de balans verkeerd. Ik wil mijn mensen gewoon nuttig inzetten, in plaats van ze alleen maar bureaucratisch Excel-sheetjes laten maken.”

Annegien van Dijk: ‘Er wordt nu in ieder geval naar ons geluisterd’

„De Nederlandse overheid is relatief streng in relatie tot de Europese regels”, concludeert Annegien van Dijk (46). Ze is architect en vertegenwoordigt de architectenbranchevereniging BNA. „Die worden in veel landen niet zo streng nageleefd.”

Ik denk dat het belangrijk is dat de overheid nadenkt hoe we kunnen zorgen dat de regels zo zijn dat ze het ondernemerschap ten goede komen. We hebben als architecten erg specifieke problemen. Dat geldt vooral de kleinere bedrijven die ik vertegenwoordig. ”

Een probleem speelt ons echt parten en hier willen we vanaf: de aanbestedingsregels. Overheidsopdrachten boven een bepaald bedrag moeten aanbesteed worden. En dan zijn er heel veel architectenbureaus die energie steken in een plan. Soms tegen een vergoeding, soms gratis. Uiteindelijk is er maar één partij die de opdracht gegund krijgt. Dat betekent voor veel architecten een enorme ‘kapitaaldrain’. Want het kost enorm veel geld, tijd en mankracht Dat komt de kwaliteit van het werk niet altijd ten goede.”

„Misschien hoeven die regels niet eens aangepast te worden. Het gaat eigenlijk meer om hoe ze gebruikt worden. De overheid zou daar een belangrijke voorbeeldfunctie in kunnen nemen. Maar goed, er wordt nu in ieder geval naar ons geluisterd.”

Uitgelichte artikelen

Source: NRC

Previous

Next