Home

Plotseling is iedereen welkom in Syrië: de grens staat wagenwijd open

Zo potdicht als de grens van Syrië onder dictator Assad was, zo open is hij nu. Iedereen kan doorrijden. ‘Het nieuwe Syrië is van ons allemaal.’

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Beiroet.

De weg naar het nieuwe Syrië heeft geen douaniers. Er zijn geen stempels die in paspoorten moeten worden gezet, geen scanners voor bagage, geen morsige hokjes vol formulieren.

Er is eigenlijk helemaal niks, afgezien van een handvol mannen op sneakers. Ze dragen sjaals om hun hoofd, een kalasjnikov om de schouder. Het zijn mannen als Abu Abdallah (45), een reus van een kerel. Sinds anderhalve dag bemant hij de Syrische grenspost met Libanon.

Ongehinderd doorrijden

Zo potdicht als de Syrische grens tot voor kort was, zo open is die nu. ‘Iedereen is welkom’, zegt Abu Abdallah. ‘Je nationaliteit maakt niet uit. We hebben geen problemen met wie dan ook.’ De ene auto na de andere kan ongehinderd doorrijden. Drie keer toeteren voor de revolutie.

Het profiel van deze werkschuwe grenswachten is veelzeggend voor het Syrië van na dictator Bashar al-Assad. Vroeger, als reizigers op het vliegveld van Damascus landden, werden ze welkom geheten in Suriyet al-Assad, letterlijk: het ‘Syrië van Assad.’

Het land was het privébezit van één familie. Nu word je welkom geheten door mannen met baarden uit Kfar Yabous, het dorpje naast de grens. Ze zijn niet door een ministerie naar de grens gezonden, ben je mal. Ze zijn hier gewoon omdat dit hun streek is.

Een nieuw tijdperk

In het dagelijks leven verkopen ze olijfolie, of hoeden ze schapen. Eentje stelt zich voor als lid van Hayat Tahrir al-Sham (HTS), de militie waarvan de naam nu van ieders lippen rolt. ‘Dit is een nieuw tijdperk’, aldus Abu Abdallah, terwijl iemand verderop het mes zet in de beeltenis van de dictator. ‘Het nieuwe Syrië is van ons allemaal.’

In de nacht dat het regime viel, van zaterdag op zondag, moest er volgens de mannen ‘licht’ worden gevochten. Er vielen twee of drie doden. Toen was de grens in handen van de rebellen, en kort daarop het hele land.

Vanaf de grens is het niet ver naar Damascus. Langs de snelweg: pantserwagens en tanks die rokend en kapotgeschoten voor oud vuil zijn achtergelaten. Er liggen propjes legeruniformen in het dorre gras. Soldaten hebben ze haastig uitgetrokken, om vervolgens stilletjes op te gaan in de menigte.

De achterblijvers boffen: als het aan de machthebbers van HTS ligt, krijgen alle soldaten die hun verplichte diensttijd uitzaten amnestie. Eerder zei HTS-leider Ahmed al-Sharaa (bekend geworden onder zijn nom de guerre Abu Mohammed al-Jolani) dat hij niets wil weten van wraakoefeningen.

Museumstukken

Muurschilderingen van Assad en diens vader Hafiz (president tussen 1971 en 2000) zijn er nog, maar boezemen geen ontzag meer in. Sinds 48 uur zijn het museumstukken geworden, en eigenlijk is zelfs dat teveel gezegd. In het geboortedorp van de Assad-clan, tot vorige week nog een toonbeeld van loyaliteit, ging maandag een standbeeld van Hafiz tegen de vlakte.

Eenmaal in Damascus is er één type voertuig dat eruit springt. Het zijn pick-ups en terreinwagens, volledig beschilderd met een dun laagje modder. De zandkleur geeft een camouflage-effect. De nieuwe machthebbers proberen op deze manier hun gezag te tonen. Het is niet duidelijk of ze bij HTS horen, of bij een andere rebellengroep.

Of dat effect zal hebben, moet nog blijken. Het machtsvacuüm geeft Syriërs ruim baan om te plunderen, hetgeen geen verrassing mag heten in een land waar 90 procent volgens de Verenigde Naties onder de armoedegrens leeft. Sommigen kwamen afgelopen weekend met grote vuilniszakken tevoorschijn uit de Centrale Bank, anderen deden zich te goed aan het servies in het presidentieel paleis. Uit andere streken komen berichten over plunderingen in winkels, staatsgebouwen en woningen.

Plunderingen

De nieuwe machthebbers kunnen er weinig tegen uitrichten, daarvoor zitten ze er te kort. Op straat maken ze, ofschoon allemaal gewapend, een vriendelijke indruk. Hun baarden en gelooide gezichten verraden dat de meesten niet uit Damascus komen, maar uit plattelandsprovincies als Deir Ezzor en Hassakeh.

‘Het zijn Syriërs net als wij’, vindt Nour al-Doqqi (32). ‘Ze waken over ons. Aanvankelijk vond ik het angstaanjagend dat we zouden overgaan op een heel nieuw bewind, maar toen zag ik: deze rebellen zijn vreedzaam.’ Haar twaalfjarige dochter poseert vrolijk voor een foto, een vlaggetje van het vrije Syrië op haar wang.

Op het stampvolle Omajjadenplein is het ’s middags urenlang feest. Uit de boxen dreunen revolutionaire liederen, terwijl dolenthousiaste jongemannen hun magazijnen legen op de blote hemel. Tak-tak-tak. De rotonde ligt vol hulzen, je hoort ze knerpen onder de autobanden.

Feest

Takbir’, brult iemand in een microfoon, de leus die in de Arabische wereld geldt als uitnodiging voor een welluidend: ‘God is de grootste.’ De menigte smult ervan. ‘Het is lang geleden dat we zo hebben kunnen feesten’, zegt de 24-jarige Ali Ammar.

Sommigen zijn zelfs te paard gekomen. Ruiter Ahmad Alloush (28) geeft al jaren paardrijles. Maar hij moet ook iets anders kwijt. Alloush heeft negen jaar lang in angst geleefd, bang als hij was om opgeroepen te worden voor Assads moorddadige leger. ‘Ik heb me al die tijd verstopt. Een enkele keer wisten de opsporingsambtenaren me te vinden. Dan kocht ik ze om.’

En nu? Nu is de angst van zijn schouders gevallen. Voor het eerst is hij te paard de stad ingegaan. Hij hoeft zich niet meer te verstoppen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next