Home

‘Gisteren moest er iemand víjf bomen hebben. Een Duitser, hè? Dan krijg je dat’

Op de hoek van mijn straat staat een paaltje met daarop een bordje: ‘Lever hier uw kerstboom in’. Het leek me wat voorbarig, maar misschien wilde de gemeentereiniging er vanaf zijn, om de rest van de maand ongestoord rond hun eigen boom te kunnen hangen. (De kerstboom van de gemeentereiniging hangt vol kleine, zilveren vuilniszakjes, bezempjes, ratjes en meeuwtjes, met een piek in de vorm van een reiger.)

De opvattingen over de houdbaarheid van zo’n afgezaagde boom in je huis lopen trouwens nogal uiteen. Ik heb een stel gekend, twee vrouwen, die half november (want dan had je er ‘lekker lang plezier van’) al twéé bomen naar hun huiskamer sleepten, want ze bezaten zo veel versieringen dat ze die in één boom niet kwijt konden.

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Die bomen lieten ze tot half januari staan, twee volle maanden dus. Die naalden vielen natuurlijk uit; op het laatst zag je het vrijwel kale skelet van dat erbarmelijke boslijk tussen die overdaad aan glimmende ballen en slingers doorschemeren (dit was ver vóór de tijd van lollige boom-ornamenten in de vorm van halve avocado’s, hotdogs, vibrators en badeendjes; ja, zelfs die moddervette Coca-Cola-kerstman had je hier toen nog niet, met zijn ellendige rendieren. Mooie tijden.)

Zelf wil ik het liefst helemaal geen boom, maar elk jaar weer sleept huisgenoot P. zo’n kolossale spar de trap op, die hier vervolgens wekenlang gaat staan zieltogen. Omdat de duivel niet graag alléén in de hel is, ging ik gisteren bij zo’n kerstbomenstal staan kijken hoe mijn stadgenoten moeizaam zo’n woudreus in hun achterbak probeerden te worstelen.

De verkoper, een stoppelig Oostbloktype met zware wallen onder de ogen stond juist lusteloos het condoom van een bifiworstje te stropen, toen er een jonge blonde vrouw uit een Birò stapte, zo’n piepklein stadsautootje dat evengoed 18 mille kost.

‘Hee maat’, zei de vrouw tegen de verkoper. ‘Ik moet er drie hebben. Een grote voor m’n man, een medium voor mij, en een kleintje voor Xavi. Xaaf is 5, dus doe maar zóiets.’ Ze wees ergens ter hoogte van haar heup, en vervolgde: ‘Zet jij ze voor me klaar? Top! Dan komt Mitch ze eind van de middag halen. Werk ze!’

En weg was ze weer, in dat autootje. ‘Drie bomen!’, riep ik verbaasd. ‘Dat is de zoveelste al’, hoestte de verkoper. ‘Gisteren moest er iemand víjf bomen hebben. Een Duitser, hè? Dan krijg je dat.’ Terwijl ik me vruchteloos afvroeg waarom juist een Duitser vijf kerstbomen zou willen hebben, nam hij een hap van het worstje, haalde zijn schouders op en sprak, volkomen terecht: ‘Nou ja. Handel is handel.’

Source: Volkskrant

Previous

Next