Home

‘Ook anderen schoten gericht, het leek wel oorlog’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Operationeel brigadier Ondermijning John (51) heeft in 2009 tijdens de strandrellen in Hoek van Holland gericht geschoten.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Dit incident ligt nog steeds gevoelig, dus ik noem liever geen namen van collega’s. Op 22 augustus 2009 gingen we met een man of acht naar dancefestival Sunset Grooves op het strand in Hoek van Holland. Ik zat bij de ROG, de Regionale Ondersteunings Groep, politiemensen die extra zijn getraind in groepsoptreden bij evenementen.

‘De afspraak was: de politie gaat niet het terrein op. Dus we surveilleerden er in koppels omheen. Er kwamen tienduizenden festivalgangers, veel meer dan verwacht. Eerst was de sfeer jolig, maar tegen de avond werd het grimmig.

In noord

‘De leiding stuurde vier politiemensen in burger het terrein op om de situatie te peilen, maar zij werden door Feyenoordsupporters als politie herkend. Ineens klonk door mijn oortjes: ‘Assistentie! Spoed!’ Die vier collega’s waren in nood. Dan laat je alles uit je handen vallen en ga je direct naar ze toe, dwars door die mensenmassa, je duwt en mept iedereen aan de kant.

‘Een van onze collega’s in burger stond daar met getrokken vuurwapen. De menigte scandeerde: ‘Kankerlijers! Oprotten!’ en: ‘Rotterdam hooligans!’ Vanaf de overkant kwam nog een groep collega’s helpen. Dat waren geen ROG-leden, maar gewoon collega’s uit de wijkteams. We werden bekogeld met flessen, glazen en lichtjes die de bezoekers bij de ingang hadden gekregen.

‘We vormden een linie en voerden korte charges uit – dan raak je met je wapenstok alles wat je raken kunt –, sloegen die menigte uiteen en konden onze vier collega’s ontzetten. Toen richtten die relschoppers zich massaal tegen ons. Zij waren met honderden, wij met een man of veertig. ‘Achteruit! Terugtrekken!’, schreeuwden commandanten. Ik hoorde een waarschuwingsschot en zag bij een collega vlammen uit de loop van zijn pistool komen.

Nooduitgang

‘We moesten weg, uit het zicht van die wraakzuchtige meute. Met veel moeite klommen we aan de rand van het terrein door een reeks dranktenten, achter barren over bierkratten naar een nooduitgang. Ondertussen draaide die dreunende housemuziek gewoon door, heel idioot.

‘We kwamen in de duinen terecht en sloten het hek van het eventemententerrein achter ons, maar de massa scandeerde weer ‘Rotterdam hooligans!’, telde af van tien tot nul en stormde steeds tegen dat hek twee meter voor ons, dat uiteindelijk plat ging.

‘Wij liepen door het duinzand achteruit en kregen toen ook strandstoelen, terrastafels, keien en uit de grond gerukte verkeersborden naar ons hoofd. We hadden geen hoofdbedekking, geen helm, niks. Ook sloegen ze een geparkeerde auto aan gort.

‘Ik zag collega’s hun wapen trekken en riep naar de agent die vlak achter mij stond: ‘Doe dat ding weg!’ Weer klonken waarschuwingsschoten, maar dat hielp niet. Een commandant brulde: ‘Charge!’, en ik schreeuwde terug: ‘Nee! We hebben collega’s bij ons die daarin niet zijn getraind!’ Hij riep terug: ‘Bedankt John, dat je meedenkt.’

Oorlog

‘Twee collega’s liepen niet snel genoeg achteruit. Een jongen vlak voor hen pakte een grote steen op en wilde die naar hen gooien. Toen heb ik gericht geschoten. Hij liet die steen vallen en liep weg. Ook anderen schoten gericht, het leek wel oorlog. Ineens kwamen twee, drie gasten uit die massa, die iemand beethadden aan handen en voeten. Die persoon werd één, twee hup, bam! voor onze voeten gegooid. Hij was neergeschoten.

‘Onze linie deed bewust een stap naar voren, zodat ik achter hen die jongen hulp kon verlenen met een collega. Ik zag overal bloed uit komen. Stenen bleven overvliegen, ik voelde een harde klap op mijn rug. Iemand loste me af, zodat ik weer de linie in kon. Omdat we zo belaagd werden, trokken we ons verder terug en sleepten dat slachtoffer mee.

‘Godzijdank kwamen op dat moment politieruiters, die met hun paarden charges uitvoerden. De menigte stoof uiteen. Toen ging bij ons de druk eraf. Ik zag politiemensen bellen en huilen. Ik was al vier jaar gestopt met roken, maar zei tegen een collega: ‘Nou lust ik wel een sigaret.’ Hij antwoordde: ‘Die krijg je niet, jij rookt niet.’ ‘Al moet ik je uitkleden’, reageerde ik, ‘ik weet zeker dat ik er bij jou eentje ga vinden.’ Daarna liep ik naar de commandant en meldde: ‘Ik heb geschoten, dan weet je dat.’

Noodweer

‘Dan ben je verdachte, wordt je wapen ingenomen en volgt de hele nasleep: rijksrecherche, advocaat, verhoren. Afschuwelijk. En dan de verlossing: noodweer. Die neergeschoten jongen was overleden, niemand van ons werd vervolgd. Ik heb er veel van geleerd, waardoor ik nu collega’s kan steunen die ook hebben geschoten. Ik weet wat je doormaakt en wat je te wachten staat.

‘Ik weet nu ook dat ik onder hoge druk de juiste keuzen maak. Altijd vroeg ik me af: wat doe ik als ik die trekker moet overhalen? Doe ik het wel of niet? Dat moet je kunnen, sommigen verstijven. Maar sinds die strandrellen weet ik: als het erop aankomt, doe ik het. Dat geeft vertrouwen.’

Johns achternaam wordt om veiligheidsredenen niet vermeld.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next