Brancheorganisaties in de zorg, kinderopvang en het onderwijs maken zich zorgen nu de Belastingdienst strikter gaat handhaven op schijnzelfstandigheid. Zij vrezen niet meer zonder zzp’ers te kunnen. Ouderenzorginstelling Libertas Leiden bewijst: het kan wél – al is het niet eenvoudig.
Op het eerste oog is er niets buitengewoons aan het verpleeghuis van Libertas in Leiden. Dertig ouderen in fleurige bloesjes kijken ingespannen naar een elektronische bingomachine waarop in grote letters nummertje 16 verschijnt. Er wordt als vanzelfsprekend gelachen om een valse bingo, vrolijk gekeuveld met de kleinkinderen. Toch gebeurt hier iets dat volgens veel werkgevers en brancheorganisaties onmogelijk is.
Bij Libertas zijn namelijk alle medewerkers in loondienst. Van de assistent die deze donderdag met een karretje vol prijzen op elke ‘bingo!’ afrijdt, tot de thuishulp die in de Leidse wijken zorg verleent. Het is het gevolg van de beslissing die bestuurder Benjamin Martens twee jaar geleden nam: hij stopte rigoureus met de inhuur van zzp’ers en uitzendkrachten.
Daarmee loopt hij voor op de stap die veel werkgevers zullen zetten. Vanaf januari begint de Belastingdienst met het handhaven op schijnzelfstandigheid. Wie zzp’ers inschakelt voor werk dat eigenlijk in loondienst hoort, riskeert een boete. In de zorg, het onderwijs, de media en kinderopvang leidt het tot onrust. Een deel van de Tweede Kamer wil zelfs alweer afzien van de strengere handhaving.
En dat terwijl die al acht jaar lang is uitgesteld. Sinds 2016 is er een wet die bepaalt wanneer er sprake is van zelfstandig ondernemerschap. ‘Een ondernemer is iemand die kapitaal in zijn onderneming investeert en werkgelegenheid creëert’, zegt hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp. ‘Daarom krijgen zzp’ers allerlei fiscale voordelen. Nu maken mensen die eigenlijk werknemer zijn, zoals verpleegkundigen, hier onterecht gebruik van waardoor we belastinginkomsten mislopen.’
De afgelopen jaren werd dat door de Belastingdienst gedoogd, met als gevolg dat nergens in de EU het aantal zelfstandig ondernemers zo sterk groeide als in Nederland. Was het zzp-schap aanvankelijk voor werkgevers een manier om werkgeverslasten en - risico’s af te wentelen, op de krappe arbeidsmarkt is het voor werkenden in tekortsectoren als de zorg een manier geworden om hogere tarieven, betere roosters en fatsoenlijke voorwaarden af te dwingen.
Bestuurder Martens ondervond bij zijn aantreden in 2021 waar die massale flexibilisering toe had geleid. Naast 650 vaste medewerkers stonden bij Libertas 1.500 zzp’ers en uitzendkrachten geregistreerd die (soms eenmalig) diensten draaiden. ‘Ik dacht dat ik ging werken voor een hechte, Leidse organisatie’, vertelt Martens. ‘Maar toen ik mijn eerste weken ging meedraaien op de werkvloer merkte ik dat dat een beetje verloren was gegaan.’
Vaste verpleegkundigen moesten hun werkdag twee uur eerder starten om te zien: wie komt er vandaag, kan iedereen in de systemen en bij de spullen? Martens: ‘Ook van cliënten hoorde ik dat zij die wisselende gezichten aan hun bed niet altijd aangenaam vonden. Zzp’ers en uitzendkrachten doen hun werk natuurlijk met de beste intenties, maar zij weten niet precies wat iemand fijn vindt. Ze hebben geen band met die mensen.’
En dan was er ook nog het financiële aspect. Martens trad aan in een tijd dat Libertas er niet rooskleurig voor stond. ‘Dan is het moeilijk te verkopen dat 10 procent van onze personeelskosten opging aan mensen buiten de organisatie, die twee tot tweeënhalf keer duurder zijn dan mensen in loondienst.’ Martens, die een achtergrond heeft in de verslavingszorg, wist wat hem te doen stond: ‘cold turkey afkicken van de flexverslaving’.
Er werd een datum geprikt. Op 1 september 2021 zou Libertas stoppen met de inhuur van zzp’ers en uitzendkrachten. Ter voorbereiding werd die zomer de thuiszorg afgeschaald en probeerde Martens de flexwerkers te verleiden om in dienst te komen. Zonder veel succes: slechts een handvol ging in op het aanbod.
Dus toen het eenmaal september werd, was het crisis. ‘Noem het ontwenningsverschijnselen’, zegt Martens. ‘Ik heb twee maanden lang mijn agenda leeggeveegd en ben mee gaan werken. We hebben een appgroep aangemaakt met kantoorpersoneel: als je kunt helpen – al is het een boterham smeren – doen.’
Er kwam een energie los die sterk deed denken aan de eerste coronamaanden. Maar er kwam ook een griepgolf, uitgerekend op de toch al mager bezette nieuwjaarsdag. De planners begonnen toen wel voorzichtig te opperen: zullen we niet toch een zzp-bureau inschakelen? Maar Martens was resoluut: ‘Tegen iemand met een alcoholverslaving zeg je ook niet: je mag deze ene avond nog een fles wijn.’ Dus riep hij de hulp van familieleden in.
Het zal voor veel werkgevers klinken als een vleesgeworden nachtmerrie. Toch durft Martens na twee jaar en veel slapeloze nachten te stellen dat het een succes is geworden. Al is het alleen al om de kosten die hij bespaart aan externe inhuur: 150 duizend euro per maand, waarvan iedere maand weer 60 duizend euro als arbeidsmarkttoeslag terugvloeit naar de vaste medewerkers. Toeval of niet, hun aantal groeide afgelopen jaar van 630 naar 750.
Ook die medewerkers zélf zijn enthousiast. Diëtist Joke Stil, die al sinds 1980 voor Libertas werkt, ziet dat de eenheid onder collega’s terug is. ‘Medewerkers voelen zich weer gezamenlijk verantwoordelijk. Als ‘s ochtends blijkt dat iemand ziek is, neemt iedereen er gewoon één cliënt bij. Dat leidt tot extra werk, maar daar staat tegenover dat je niet meer elke ochtend hoeft te starten met: wie is er nieuw vandaag en weet diegene hoe de systemen werken?’
Martens hoopt dan ook dat werkgevers en politiek eensgezind blijven vasthouden aan hun streven een einde te maken aan schijnzelfstandigheid. Want zolang er alternatieven bestaan, zal de zzp’er in de zorg niet zomaar terug in loondienst gaan. Martens is daarbij de eerste om toe te geven dat het ook van organisaties verlangt dat zij goede arbeidsvoorwaarden bieden. ‘We moeten op de werkvloer weer een familie worden, het samen doen.’
Nu de Belastingdienst strenger gaat handhaven, hebben meer werkgevers aangekondigd te stoppen met het inhuren van zzp’ers. Zo stoppen veel kinderopvangorganisaties per 1 januari 2025 met de inzet van zelfstandigen, net zoals verschillende ziekenhuizen en gehandicaptenzorgorganisaties. Ook zzp’ers zélf geven er de brui aan: in de eerste negen maanden van dit jaar schreven 100 duizend zelfstandigen zich uit bij de Kamer van Koophandel, een kwart meer dan vorig jaar.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant