Ineens zit rebellenleider Abu Mohammad al-Jolani in Damascus. Wat een harde veldtocht had moeten worden, is een soepele zegetocht gebleken. Eerst viel Aleppo, toen Hama, daarna Homs en ten slotte hoofdstad Damascus, in minder dan twee weken.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in Oost-Europa en Zuidoost-Azië.
In interviews met hem is maar gedeeltelijk verhelderd wat voor soort leider aan het hoofd staat van de zegevierende rebellen van Hayat Tahrir al-Sham (HTS). Is hij een terrorist, zoals de Verenigde Staten, de Verenigde Naties en de Europese Unie zeggen? Of is hij dat niet meer, en is hij echt zo gematigd geworden als hij zelf beweert? Een mens verandert, maakt verschillende fasen door, en Al Qaida is voor hem een voorbije fase, zegt hij zelf.
Abu Mohammad al-Jolani is zijn nom de guerre. Hij werd in 1982 geboren als Ahmed Hussein al-Shara. Zijn Syrische ouders woonden in de Saoedische hoofdstad Riyad, waar zijn vader als ingenieur werkte in de olie-industrie. In 1989 keerden ze terug naar Syrië, waar ze gingen wonen in de buurt van Damascus.
Over de vormende jaren van Jolani is niets bekend. Hij praat nooit over die tijd. Zijn geschiedenis lijkt te beginnen in 2000, tijdens de Tweede Palestijnse Intifada tegen Israël. Die inspireert en radicaliseert hem. Als de Verenigde Staten in 2003 Irak binnenvallen, pakt hij zijn spullen en trekt hij naar dat land, waar hij zich aansluit bij Al Qaida om te vechten tegen de Amerikanen.
In 2006 wordt hij gearresteerd door Amerikaanse troepen, die hem vijf jaar gevangen houden, waarna hij terugkeert naar Irak. De beruchte Abu Bakar al-Bagdadi, op dat moment hoofd van Al Qaida in Irak, stuurt hem met zes man en een maandbedrag van 50 duizend dollar naar Syrië om ook daar een afdeling van Al Qaida op te zetten: dat wordt het al even beruchte Al Nusra Front.
Als Bagdadi zich in 2013 afscheidt van Al Qaida en het latere IS opricht, volgt Jolani hem. In die tijd geeft hij ook interviews, altijd met bedekt gezicht. In een daarvan, in 2014 met tv-zender Al Jazeera, zegt hij dat Syrië geregeerd moet worden onder islamitische wetgeving en dat er in zijn versie van Syrië geen plaats is voor minderheden als de christenen en alawieten (de Syrische dictator Bashar al-Assad behoort tot de laatsten). Op zijn hoofd staat sinds zijn IS-tijd een Amerikaans losgeld van 10 miljoen dollar.
Gaandeweg drijft Jolani weg van IS: hij ijvert niet langer voor een wereldwijd kalifaat, maar voor de bevrijding van Syrië. Zijn strijdgroep draagt voortaan de naam Hayat Tahrir al-Sham (‘organisatie voor de bevrijding van de Levant’, HTS).
In 2016 maakt hij zich helemaal los van IS en van Al Qaida. In een video, waarop voor het eerst zijn gezicht is te zien, verklaart hij dat zijn nieuwe organisatie, HTS, zelfstandig is en ‘geen enkele relatie heeft met enige externe partij’. Hij verandert ook van kledingstijl, de tulband verdwijnt en hij draagt voortaan een jasje, of een mosterdkleurig uniform.
Met de kleding veranderde ook zijn stijl van praten. In interviews spreekt hij bedachtzaam, professioneel en gedisciplineerd. ‘De tijden van chaos en willekeur zijn voorbij’, zegt Al-Jalani in een interview met CNN. Dat geldt vooral voor zijn strijders. Die hebben jarenlang gezamenlijke trainingen gehad waar discipline en het opvolgen van de bevelen centraal stonden. ‘Als ze vooruit moeten, gaan ze vooruit, en als ze moeten terugtrekken, trekken ze terug’, zegt hij tegen CNN.
Diezelfde discipline heeft hij doorgevoerd in het bestuur van het stadje Idlib, dat grotendeels door HTS wordt gecontroleerd. Daar heeft hij een regering gevestigd zoals die hem ook voor de rest van Syrië voor ogen staat: technocratisch, geïnstitutionaliseerd en gebaseerd op wetten en regels, en zonder Assad.
Ook Jolani’s eigen bewind is in Idlib betrapt op autoritaire trekjes. Hij kent bijvoorbeeld geen pardon voor critici, en zijn troepen zouden eerder dit jaar zelfs met scherp hebben geschoten op demonstrerende burgers. Maar van streng islamitische wetgeving lijkt geen sprake: hoofddoeken zijn onder HTS nooit verplicht geweest (al draagt elke vrouw er een). Ook verder gelden geen extreme regels: muziek en roken zijn er niet verboden.
Ook de toon waarop hij spreekt over minderheden heeft hij inmiddels aangepast aan zijn nieuwe imago. Toen zijn troepen de stad Aleppo naderden, verbood hij zijn soldaten de bevolking angst aan te jagen. ‘Aleppo was altijd, en is nog steeds, een kruispunt van beschavingen en culturen, met een lange geschiedenis van culturele en religieuze diversiteit’, zegt hij tegen CNN. Meerdere malen heeft hij de afgelopen week minderheden verzekerd dat ze wettelijk zullen worden beschermd. Ze zijn er al eeuwen, en ‘je kunt mensen niet jouw ideeën opdringen’.
De matiging van zijn toon is met de jaren gekomen, zegt hij: ‘Een mens doorloopt meerdere fasen.’ Hij is niet meer de heethoofdige jongeman die hij was toen hij naar Irak trok, maar hij wil wel nog steeds dat Syrië een islamitisch land wordt. ‘Dat past in een traditie in de regio’, zegt hij. Het is aan Syrië hoe het dat straks invult. Als het maar wettelijk is geregeld. Het mag niet meer gebeuren dat één sekte wordt voorgetrokken, zoals dat onder Assad met de alawieten het geval was.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant