De VN-top over plastic in Zuid-Korea liep vorige week uit op een fiasco en Saoedi-Arabië speelde daarin – wederom – een glansrol. Al meer dan dertig jaar grijpt het steenrijke olieland elke gelegenheid aan om klimaatakkoorden te torpederen. Hoe kan het dat ze daarin zo waanzinnig effectief zijn?
is economieredacteur. Hij schrijft over de energietransitie.
Afgelopen maandag liep de VN-top over plastic in Zuid-Korea uit op een mislukking. Na dagen onderhandelen konden 178 landen het niet eens worden over een tekst over het terugdringen van de wereldwijde vervuiling door plastic. In dit fiasco speelde Saoedi-Arabië een hoofdrol. Samen met onderhandelaars uit Rusland en India weigerde het in te stemmen met teksten over het inperken van de productie van nieuw plastic.
Een week eerder, tijdens de klimaattop in Bakoe, haalde het steenrijke olieland ook al het nieuws als spelbreker voor een schonere wereld. Met name Europese onderhandelaars hadden het helemaal gehad met de Saoedi’s. Ondanks het feit dat het land inmiddels per hoofd van de bevolking drie keer zo veel CO2 uitstoot als een gemiddeld Europees land, weigerde Saoedi-Arabië mee te betalen aan de klimaatrekening van arme landen.
Daarbij blokkeerde het olieland ook nog eens elke zin waarin expliciet wordt gezegd dat de wereld moet stoppen met fossiele brandstoffen. ‘Onverantwoord’, oordeelde de doorgaans toch zo diplomatieke Nederlandse klimaatgezant Jaime de Bourbon de Parme.
Het zijn nieuwe voorbeelden waarmee de Saoedi’s hun status bewijzen als opperbazen van de klimaatobstructie. Al meer dan dertig jaar grijpen zij elke gelegenheid aan om zand in de raderen te strooien wanneer landen op het punt staan afspraken te maken voor een schonere wereld. Wat drijft hen, en waarom zijn ze zo waanzinnig effectief?
Het Saoedische ministerie van Media reageert niet op een verzoek om een toelichting op die vraag. Dus moet het antwoord komen van de mensen die al jaren met de Saoedische onderhandelaars te maken hebben.
Zoals Pieter Pauw, onderzoeker aan de Technische Universiteit Eindhoven, gespecialiseerd in financiering van klimaatbeleid. Hij woonde regelmatig bijeenkomsten bij van het Green Climate Fund in Zuid-Korea. Drie keer per jaar buigen 24 vertegenwoordigers van landen uit de hele wereld zich daar, in de futuristische stad Songdo, over projecten om in ontwikkelingslanden bijvoorbeeld groene stroom op te wekken of dammen te bouwen.
Ayman Shasly, vertegenwoordiger van de ‘Arab Group’, waarin de Saoedi’s een bepalende factor zijn, vloog naar verluidt altijd met een privéjet naar Zuid-Korea, vertelt Pauw. ‘Tijdens die vergaderingen hield hij steevast lange betogen met principiële bezwaren. Ik herinner me een projectvoorstel voor ondernemers in Ghana dat geheel uit leningen bestond. Omdat kleine ondernemers in Ghana niet verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering, eiste Shasly dat die leningen omgezet zouden worden in giften. Zo leek hij op te komen voor arme mensen, maar hij torpedeerde feitelijk een projectvoorstel waar vaak maanden aan was gewerkt. Want banken doen niet aan giften.’
Mede door Shasly’s lange betogen liepen de vergaderingen vaak uit. Daar maakte hij vervolgens ook weer een punt van, herinnert Pauw. ‘Hij keek dan op zijn horloge en zei dat hij echt weer naar huis moest, en dat de nog te behandelen voorstellen maar naar de volgende vergadering verplaatst moesten worden.’ De tactiek was, zo vermoedt Pauw, niet eens principieel gericht tegen de projecten. ‘Het ging erom het fonds en de samenwerking te benadelen.’
Het belangrijkste doel is helder: voorkomen dat er beslissingen worden opgenomen die de productie van olie en gas bedreigen. Saoedi-Arabië is de op een na grootste producent van olie ter wereld. En daarmee ook van de plastics die uit fossiele brandstoffen worden gemaakt. Jaarlijks stromen er zo’n 300 miljard oliedollars het land in, ruim 8.000 dollar per inwoner. Hoewel het land ook zeker de gevolgen voelt van klimaatverandering, zoals extreme hitte en dalend grondwater, is een verlies van oliedollars voor de positie van het Saoedische koningshuis nog net wat bedreigender.
Dus spaart de Saoedische regering kosten noch moeite om die positie te beschermen. In drie decennia is er een zeer verfijnd en effectief arsenaal aan diplomatieke strategieën opgebouwd, stelt Kari De Pryck vast. De Pryck, onderzoeker internationale milieupolitiek aan de Universiteit van Genève, is een van de auteurs van een uitgebreid artikel waarin de geschiedenis van Saoedische obstructie wordt geanalyseerd.
De eerste belangrijke slag werd al direct in 1992 geslagen. Tijdens de Earth Summit in Rio de Janeiro, waar de basis werd gelegd voor mondiaal klimaatbeleid, was Saoedi-Arabië een van de landen die wisten te bereiken dat beslissingen unaniem genomen moesten worden. Zonder een stemming waarbij een (ruime) meerderheid voldoende is voor een akkoord, heeft elk land dus macht om een akkoord te torpederen.
Die mogelijkheid hebben de Saoedische onderhandelaars vervolgens ten volle benut. De Pryck: ‘Ze zetten onderhandelingen op slot die voor hen niet eens per se van direct belang zijn. Zoals maatregelen om arme landen te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Zo krijgen ze een machtsmiddel om in te zetten op onderwerpen die wel zwaar wegen. En soms, als een discussie helemaal niet naar hun zin verloopt, gijzelen ze de onderhandeling gewoon door de zaal uit te lopen.’
Saoedi’s blinken ook uit door de kwaliteit van hun onderhandelaars, zegt De Pryck. ‘Ik heb voor mijn onderzoek heel wat LinkedInprofielen bekeken. En bijna alle Saoedische klimaatdiplomaten hebben aan Amerikaanse en Britse topuniversiteiten gestudeerd.’ Hun interne training moet ook uitstekend zijn. Bijna niemand kent de details van de internationale verdragen zo goed als de Saoedische onderhandelaars, zegt iedereen die weleens met ze in een zaaltje heeft gezeten. De Pryck: ‘En dan zijn ze ook nog eens met veel, zodat ze elkaar tijdens lange nachtelijke onderhandelingen kunnen vervangen.’
Dat laatste is zeker ook een gevaarlijk wapen, weet Heleen de Coninck. De hoogleraar innovatie en klimaat aan de TU Eindhoven was hoofdauteur van enkele recente IPCC-rapporten. Bij die rapporten wordt altijd een ‘samenvatting voor beleidsmakers’ opgesteld waarover alle landen het eens moeten worden. ‘Die tekst is heel relevant voor de uiteindelijke klimaatakkoorden, omdat er vaak naar wordt verwezen’, legt De Coninck uit.
Dus is totstandkoming van zulke samenvattingen steevast een slopend gevecht om elke komma, waarbij de Saoedi’s op volle oorlogssterkte aanschuiven. De Coninck: ‘Zij waren de afgelopen paar keer met negen mensen, terwijl bijvoorbeeld de EU met vijf was. Ik herinner me een lange strijd over een verwijzing naar een heel specifieke studie die volgens de Saoedi’s uit de tekst moest. Dat verloren ze uiteindelijk wel. Maar zo’n discussie duurt uren. En na een tijdje vervingen zij hun onderhandelaars. Terwijl wij gek werden van het slaaptekort, gingen die vervolgens weer de strijd aan over een heel nieuw punt. Het was slopend, om daar toch scherp te blijven.’
Zulke diplomatieke strategieën kunnen heel frustrerend zijn, erkent Yvo de Boer. Hij was als jonge ambtenaar al betrokken bij de eerste klimaattop in Berlijn in 1995, leidde daarna zowel Nederlandse als Europese delegaties en was ook nog enige jaren secretaris-generaal van de VN-klimaatorganisatie UNFCCC. Al die jaren lukte het Opec, het kartel van olieproducerende landen, om elke referentie aan fossiele brandstoffen uit de akkoorden te houden, vertelt De Boer. ‘Terwijl iedereen toch weet dat dat de belangrijkste oorzaak is van klimaatverandering. Ik heb weleens verzucht dat je toch eigenlijk niets te zoeken hebt op een klimaattop als je dat weigert te onderkennen?’
Toch kijkt De Boer vooral naar de Saoedi’s als onderhandelaars die opkomen voor hun belangen. ‘Kleine eilandstaten vechten voor het behoud van hun land, dat steeds verder verzwolgen wordt door de zee. Het economische voortbestaan van de Saoedi’s is nog altijd compleet afhankelijk van het exploiteren van bodemschatten. Hoe dat je onderhandelingspositie bepaalt, zie je nu ook bij landen in Oost-Afrika waar olie wordt gevonden. Die pleiten ook minder hard voor teksten die het winnen van fossiele brandstof verbieden.’
Daarbij wijst De Boer erop dat Saoedi-Arabië de afgelopen jaren ook wel íéts heeft bewogen. Zo is het verzet tegen het gebruik van de term ‘fossiele brandstoffen’ wat verlegd. De Saoedi’s hebben de strijd tegen verwijzingen naar fossiele brandstoffen inmiddels deels vervangen door een strijd voor de toevoeging unabated. Daardoor hoeft olie- en gaswinning niet zozeer te stoppen, zolang de CO2 maar wordt afgevangen of gecompenseerd door bomen te planten.
En, zo roept De Boer in herinnering, het Saoedische staatsoliebedrijf Aramco heeft zich vier jaar geleden in Glasgow gecommitteerd aan het doel om in 2050 ‘netto-nul’ CO2 uit te stoten. Die laatste doelstelling gaf voor De Boer de doorslag om dit jaar ‘ja’ te zeggen tegen een plek in de ‘strategische adviesraad voor duurzaamheid’ van Aramco.
Voor de paar dagen die hij aan die baan kwijt is, wordt hij goed betaald, erkent De Boer. ‘Maar het is zeker geen gemiddeld Nederlands jaarsalaris.’ Hij begrijpt dat er vast veel mensen kritisch zullen zijn op de positie. ‘Het was geen makkelijke beslissing, maar als ik er als pensionado nog iets aan kan bijdragen dat zo’n grote uitstoter daadwerkelijk minder CO2-uitstoot, dan heeft dat natuurlijk wel een enorme impact.’ Hij ziet bovendien dat het land ook mogelijkheden heeft om bijvoorbeeld groene waterstof te maken uit zonne-energie. ‘En er is kapitaal om nieuwe, schone technieken te ontwikkelen.’
Over het gebrek aan wil van Saoedi-Arabië om de CO2-uitstoot terug te dringen wordt intussen door velen geklaagd. Tijdens de top in Bakoe schreef Ban Ki- moon, voormalig secretaris-generaal van de VN, zelfs samen met enkele andere klimaatprominenten dat de ondermijning door oliebelangen de klimaattoppen eigenlijk ‘niet geschikt’ maakt om het grote doel te bereiken. Om niet veel later toe te voegen dat er helaas ook geen ander, beter systeem te bedenken is.
Vertegenwoordigers uit ontwikkelingslanden stellen intussen dat de verontwaardiging van veel westerse landen over Saoedi-Arabië erg selectief is. De VS en Europa zijn ook niet vies van door eigenbelang ingegeven obstructie van de onderhandelingen.
Die kritiek kwam in Bakoe onder meer van de Braziliaanse milieuminister Marina Silva. Zij baalde van de westerse focus op ‘het wegbewegen van fossiele brandstoffen’. Dat is vorig jaar toch al besloten, stelde zij. ‘Om door te gaan met ambitieus klimaatbeleid moet in Bakoe vooral een akkoord komen over het geld dat ontwikkelingslanden krijgen.’ En als het om dat geld ging, bleken de westerse onderhandelaars geen haar beter dan de Saoedi’s, was de boodschap. Ook zij blijken zeer goed in vertragen. Zo kwamen de 23 geïndustrialiseerde landen, die volgens het klimaatverdrag moeten meebetalen aan de klimaatkosten van arme landen, pas vlak voor het einde van de top met een bedrag op tafel.
Onderzoeker Kari De Pryck ziet daarbij nog een andere tactiek die zo van de Saoedi’s lijkt afgekeken: afleiding. ‘De ontwikkelingslanden wilden een veel hoger bedrag dan de rijke landen willen betalen. Door maar te blijven praten over de Saoedische weigering probeerden ze de aandacht bij zichzelf weg te halen.’
Ook Yvo de Boer benadrukt dat de Saoedi’s in wezen doen wat elk land op een klimaattop doet. ‘Iedereen zit ook aan tafel met het eigen economische belang in het achterhoofd. Het lastige aan Saoedi-Arabië is alleen dat dat belang wel heel scherp in strijd is met het tegengaan van klimaatverandering.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant