Buurtbewoners zijn verbijsterd na de verwoestende explosies in de Tarwekamp en hun vragen worden ook een dag later niet beantwoord. ‘Ik heb tot drie uur ’s nachts naar de reddingswerkers staan kijken. Ik kon toch niet slapen.’
is verslaggever van de Volkskrant.
De buurtbewoner houdt haar teckel strak tegen zich aan, als een kalmerend kussentje. Ze is toch maar even naar buiten gegaan deze zondagmiddag en staart naar de plek die ze altijd voor lief nam, zoals je dat doet met een uitzicht. De bruidsmodewinkel, de bar, de mensen die altijd op het balkon een sigaretje stonden te roken. Aan het begin van de nacht van vrijdag op zaterdag liep ze er nog met haar hondje. En zes uur later? Bam.
Ze vertelt in korte zinnen over wat er zaterdagochtend gebeurde, staccato bijna. Ze werd wakker van harde knallen, haar bed schudde ervan. Ze trok de gordijnen opzij en zag vlammen, rook, puin. Ze hoorde kinderen gillen – of misschien was het maar een kind, ze weet het niet.
Niet veel later stortte het gebouw in. ‘Het geluid dat je dan hoort’, zegt ze. ‘Terwijl je even daarvoor nog mensen om hulp hebt horen roepen.’
Aan de Tarwekamp in Den Haag klinken er ook zondag meer vragen dan antwoorden. Buurtbewoners weten niet hoe het gaat met de mensen die in de huizen rondom de explosie woonden, wie er precies slachtoffer of vermist zijn. Aan speculeren over de toedracht komen ze niet eens toe.
Burgemeester Jan van Zanen heeft een noodbevel afgegeven voor de omgeving. Alleen bewoners en pers mogen in de buurt komen. Een politieagent begeleidt een man en vrouw die langzaam gearmd komen aanlopen. Zij is al negen jaar eigenaar van de beautysalon om de hoek van de rampplek, het raam is eruit geblazen en de kerstverlichting wappert in de wind. ‘Dit is een rustige buurt’, zegt de vrouw. ‘Met lieve mensen.’
Toen ze zaterdagochtend hoorden over de explosie zijn ze meteen in de auto gestapt. Ze zagen veel politie en brandweer, mochten er niet bij. De vrouw slikt haar tranen weg. Ze weet niet hoe het met de kinderen gaat die rondom de getroffen plek wonen, zegt ze. ‘Zij kwamen ook weleens bij mij in de salon, ik volg ze op Instagram.’ Net nog zag ze hun foto’s voorbij komen op het sociale medium, geplaatst toen alles nog normaal was. ‘Dat is heel pijnlijk.’
Politie, brandweer en andere mensen uit het zoek- en reddingsteam kunnen of willen ook geen antwoorden geven. Ze zoeken er zelf ook nog naar, beter gezegd. Een kraan grijpt in het puin dat uit de ondergelopen kelders komt. Als het water eruit is gelopen, stort de grijper het puin voor de voeten van vier brandweermannen in oranje pakken, als een huisdier dat zijn prooi voor de voeten van een baasje legt. De vier mannen stappen gelijktijdig naar voren en prikken met een riek in het puin, want misschien ligt er wel een flard van de oplossing.
De rituele dans met de riek herhaalt zich steeds weer op zondagmiddag, een opvallende oefening in orde op een plek die geëxplodeerd is in chaos. ‘Die reddingswerkers zijn keien’, zegt de buurtbewoner met de teckel. ‘Ik heb vannacht tot drie uur ’s nachts naar ze staan kijken, want ik kon toch niet slapen.’
Om 14 uur bezoeken premier Dick Schoof, justitieminister David van Weel en burgemeester Jan van Zanen de Tarwekamp. Na een bezoek aan het wijkcentrum roemt Schoof de initiatieven die snel op gang zijn gekomen in de wijk. ‘Het is mooi om te zien hoe mensen in ellende elkaar helpen.’
Het kloppend hart van die noodhulp is het centrum Lichtpuntjes van Mariahoeve, een stichting die in het winkelcentrum een ontmoetingsruimte heeft. Normaal gesproken kunnen buurtbewoners er voor een klein bedrag eten op vrijdagavond, of voor weinig geld tweedehandskleding of nieuwe verzorgingsproducten aanschaffen. Het is een wijk met grote inkomensverschillen, legt medewerker Patricia Rodrigues (47) uit. ‘We zijn goed in signaleren, omdat de contrasten hier zo groot zijn.’
Soms staan ze mensen in een acute crisis bij, zoals de alleenstaande moeder met acht kinderen die plotseling op straat stond. Maar echte noodhulp op grote schaal? Nee, dat gebeurt dit weekend voor het eerst.
Op zaterdagochtend stroomde groepsapp snel vol, vertelt vrijwilliger Tamara Mosselman (48), die in het dagelijks leven maatschappelijk werker is. ‘Ik dacht: ik stap onder de douche en ga ernaar toe.’ De stichting begon een doneeractie waarbij op zondag al meer dan 250 duizend euro was opgehaald. Ook kwamen buurtbewoners zoveel kleding brengen dat er inmiddels een innamestop is.
De buren van de getroffen huizen worden dit weekend in ontmoetingscentrum opgevangen voor kleding en eten. Ze moesten zaterdagochtend halsoverkop hun huis verlaten, liepen vaak nog in pyjama. ‘Een oudere vrouw in pyjama en slofjes vertelde dat ze al 39 jaar woonde op die plek’, zegt Rodrigues. ‘We proberen de mensen op hun gemak te stellen, vragen wat ze nodig hebben. We hebben veel goede tweedehandskleding hier, maar hebben ook nieuw ondergoed en sokken in het winkelcentrum gekocht.’
In de getroffen huizen woonden ook mensen die Lichtpuntjes van Mariahoeve geregeld bezoeken of vrijwilliger zijn. Hoe het met hen gaat, is onduidelijk. Bij de persconferentie die de Haagse driehoek zondagavond gaf, werd geen informatie gegeven over de identiteit van de slachtoffers of het aantal vermisten.
Niet de verhalen van de buurtbewoners maakten zaterdag de meeste indruk op haar, zegt Rodrigues desgevraagd. ‘Het was hun stilte, hoe overdonderd ze waren.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant