Als hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket, de tak van het OM die verantwoordelijk is voor de bestrijding van alle vormen van witteboordencriminaliteit, heeft Michiel Zwinkels een zware maatschappelijke opdracht. De zaken die het Functioneel Parket onderzoekt zijn vaak complex, en de tegenstander is gehaaid.
Er zijn van die restaurants die er op een zeker moment achter komen dat ze te ingewikkelde dingen doen om de drukte aan te kunnen. Te uitgebreide menukaarten. Te veel ingrediënten. Tijdrovende processen. Personeelstekort. Veeleisende klanten. En allerlei lastige regels en randvoorwaarden.
Michiel Zwinkels (55) is de uitbater van zo’n tent. Sinds vorig jaar is hij de hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket, de landelijke tak van het Openbaar Ministerie die verantwoordelijk is voor de bestrijding van alle vormen van witteboordencriminaliteit: van fraude tot criminele geldstromen, van corruptie tot terrorismefinanciering, van arbeidsuitbuiting tot illegale lozingen, van de smokkel van sanctiegoederen tot de invoer van illegaal tropisch hardhout. Zesduizend zaken per jaar. Geen gemakkelijke zaken.
En dat moeten er veel meer worden, als het aan hem ligt. Door efficiënter te werken, minder versnippering, zaken compacter aan te pakken, soms door te schuiven van het strafrecht naar het bestuursrecht, en door vaker te schikken.
‘Het interessante aan dit werk is dat er een groot grijs gebied is’, zegt Zwinkels. ‘Iemand doodmaken, daarvan zeggen we met z’n allen: dat mag niet. Maar iets als dividendstrippen? Vijftien jaar terug werd dat misschien nog geaccepteerd. Nu zeggen we: dat mag niet. Maar daartussen zit een periode waarin het soms onduidelijk is. Daar moet je wel rekening mee houden.’
Het waren de veranderende maatschappelijke mores die hem aantrokken om weer terug te keren op het oude nest. Zwinkels begon twintig jaar geleden bij het Openbaar Ministerie met fraudezaken. Later kreeg hij bekendheid als hoofdofficier van justitie in Den Haag, waar hij vooral achter ‘gewone’ boeven aan zat. Nu is hij degene die verantwoordelijk is voor de jacht op witteboordencriminelen.
En daarvan zijn er dus steeds meer – of preciezer, ze worden eerder verdacht van strafbare feiten. Onder Zwinkels’ leiding worden Sywert van Lienden en zijn kompanen vervolgd voor hun mondkapjeshandel, heeft het corruptieonderzoek bij scheepsbouwer Damen een nieuwe impuls gekregen, zijn handelaren veroordeeld die spullen naar Rusland hebben gesmokkeld en worden bestuurders van chemiebedrijven Chemours en Tata mogelijk vervolgd voor mogelijke milieuovertredingen.
Alleen: in die dadendrang ging het OM zelf ook zijn boekje te buiten. Een uitspraak van de Hoge Raad daarover maakt het er niet makkelijker op.
Is de maatschappelijke behoefte om ook witteboordencriminelen te straffen gegroeid?
‘Ik voel de roep van de maatschappij om op te treden in elk geval heel sterk op milieugebied. Ik merk het ook aan de mensen die bij ons solliciteren. Die hebben een intrinsieke maatschappelijke motivatie om iets te doen met het milieu. Daar geldt een verschuiving in het denken.
‘Kijk bijvoorbeeld naar pfas, de stoffen die worden uitgestoten door Chemours. Dat we ons daar druk over maken is best recent, terwijl er in het verleden gewoon vergunningen voor zijn verleend. Misschien komt het doordat we steeds meer weten over de schadelijke effecten van die stoffen. Misschien ook omdat we in zijn algemeenheid hebben gezien dat bedrijven daarover moedwillig informatie achterhielden.
‘Ook heeft de Europese Unie recentelijk een nieuwe richtlijn aangenomen om het strafrecht effectiever in te zetten bij milieudelicten. Het punt van milieucriminaliteit is dat het over het algemeen weinig zichtbaar is. Ik noem milieucriminelen soms sluipmoordenaars. Op het moment dat je een lijk op straat ziet liggen, denk je: hé, daar is iets gebeurd, en dan ga je op zoek naar de moordenaar. Maar milieucriminaliteit kan hetzelfde effect hebben. Mensen gaan dood. Het duurt alleen veel langer.’
Maken bedrijven daar misbruik van?
‘We zien dat daarop wordt ingespeeld. Bedrijven hebben grote financiële belangen om zich niet aan de regels te houden. Misdaad mag geen uitkomst van een kosten-batenanalyse zijn. Daarom vinden wij dat we daar strenger in moeten gaan straffen. Dat kan door een grote omzetgerelateerde boete, of persoonlijke vervolging van leidinggevenden.’
Is dat al gelukt?
‘We hebben begin dit jaar een heel mooie veroordeling gehad in de zaak tegen chemiebedrijf Sabic op het Chemelot-complex in Geleen. Het hoger beroep loopt nog, maar het bedrijf is veroordeeld tot 10 miljoen euro boete na een serie bedrijfsongevallen. We hadden voor het eerst een percentage van de omzet geëist. Niet van de lokale maar van de mondiale omzet. Zo kun je een afschrikwekkend voorbeeld stellen.’
De omzet van Sabic is 50 miljard euro. Is een boete van 10 miljoen afschrikwekkend genoeg?
‘Het is veel, zeker als je het afzet tegen andere boetes in de orde van 50 duizend euro. We hadden 25 miljoen geëist. In het strafrecht zijn dit enorme bedragen.’
Voor de buitenwacht stond Zwinkels niet bekend als een groene pitbull. In 2022 trad hij hard op tegen de klimaatdemonstranten die de A12 in Den Haag blokkeerden. Op LinkedIn betreurde hij de ‘maatschappelijke verharding en polarisatie’ die volgens hem door de strategie van de actievoerders verergerde. Maar hij is inhoudelijk niet veranderd, zegt hij. ‘Je kunt best sympathie hebben voor de boodschap, maar dat betekent niet dat je niet moet optreden als er strafbare feiten worden gepleegd.’
Onder Zwinkels heeft het Functioneel Parket vorig jaar een strafrechtelijk onderzoek geopend naar Chemours in Dordrecht, waarvan de vraag is of de uitstoot van pfas-stoffen schadelijk is geweest voor mens en milieu, en of het chemiebedrijf dat wist. Daarbij wordt ook bekeken of de leidinggevenden strafrechtelijk kunnen worden vervolgd. Eerder is een vergelijkbaar onderzoek gestart tegen staalproducent Tata Steel in Velsen-Noord.
Bij het vervolgen van leidinggevenden zijn drie elementen van belang, zegt Zwinkels. Wist de baas ervan? Was hij of zij in de positie er wat aan te doen? En wat heeft die persoon vervolgens gedaan? Als de leidinggevende geprobeerd heeft om de misstand te voorkomen of te stoppen, dan is dat vaak genoeg om vrijuit te gaan. Of dat gelukt is, is een tweede. De enkele constatering dát er iets misgegaan is, is niet voldoende voor strafrechtelijke aansprakelijkheid.
Is er op die manier al iemand veroordeeld?
‘Ja, bijvoorbeeld de directeuren van een Limburgs adviesbureau dat betrokken was bij mestfraude. Die zijn veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie. Aan hen zijn straffen tot een jaar cel opgelegd.’
Het OM is pas met het onderzoek naar Tata en Chemours begonnen na publiciteit en een aangifte van omwonenden. De toezichthoudende diensten controleren te weinig of te beperkt, was ook een van de conclusies van het twee jaar oude rapport van Van Aartsen en Sorgdrager over het hele stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving op milieugebied. Daarin staat dat er bij het Openbaar Ministerie en de politie te weinig aandacht is voor milieucriminaliteit.
Volgens recente cijfers is het aantal zaken dat de politie oppakt gehalveerd: van 246 vier jaar geleden tot 100 tot en met oktober dit jaar. Het aantal onderzoeken van andere instanties, zoals de inspectiediensten, is wel op niveau gebleven.
Doen jullie genoeg onderzoek naar milieucriminaliteit?
‘We trekken ons de kritiek aan. Een van de conclusies was dat er wat betreft de opsporing te weinig urgentie was, te weinig capaciteit, en dat er te weinig informatie werd uitgewisseld. Het hele stelsel is erg versnipperd. We hebben nu een Strategische Milieukamer met politie en opsporingsdiensten, om de samenwerking te verstevigen en keuzes maken.’
Speelt ook mee dat milieu als luxe wordt gezien? Dat de politie liever ouderwetse boeven gaat vangen?
‘Grappig dat je dat zegt. Ik denk dat milieucriminaliteit van oudsher altijd voor een selectief gezelschap was. Maar ook bij de opsporing is dat aan het veranderen. Een groep politiemensen heeft kort geleden een brief gestuurd aan de korpsleiding, waarin ze stellen dat er meer gedaan moet worden. Ook wij zijn met de politie in gesprek om de milieucapaciteit te vergroten. Vroeger kon die capaciteit nog wel eens verdwijnen zodra er een moord werd gepleegd. We hebben afspraken gemaakt om dat te voorkomen.’
De zaken die het Functioneel Parket onderzoekt zijn vaak complex, en de tegenstander is gehaaid. Of het nou een lozing is of belastingfraude: bedrijven of vermogende Nederlanders kunnen de beste advocatenteams inhuren, die weten dat het vaak een grijs gebied is waarin ze kunnen bewegen.
Het onderzoek naar corruptie bij scheepsbouwer Damen bijvoorbeeld begon met een inval in 2017 en is nog steeds niet afgerond – hoewel er de laatste tijd wel weer beweging in zit. Een deel van de vertraging heeft te maken met rechtshulpverzoeken aan het buitenland en met het verschoningsrecht van advocaten, waardoor het in beslag genomen materiaal eerst gefilterd moest worden. Ook is mogelijke ontwijking van Russische sancties door Damen aan het onderzoek toegevoegd.
In een andere geruchtmakende zaak, de mogelijke vervolging van ING-topman Ralph Hamers, was het probleem alle getuigen te kunnen horen die soms in het buitenland wonen en waarmee een afspraak maken soms lastig is. Over beide zaken wil Zwinkels niets zeggen.
‘We moeten proberen om effectiever te zijn’, zegt hij in algemene zin. ‘Sneller naar de zitting gaan. We willen nu vaak te compleet zijn. Er is altijd nóg een strafbaar feit te onderzoeken. Dan worden de onderzoekswensen ook groter, dan heb je meer mensen nodig, meer tijd, soms meer hulp van het buitenland, dan is de capaciteit die er nodig is bij de rechtbank ook veel groter, en per saldo ben je dan jaren verder.
‘Wat wij nu proberen is om meer aan de voorkant te kiezen. Als wij een bestuurder van een onderneming willen vervolgen, moet dat dan voor vijf strafbare feiten zijn? Nee. Twee zijn voldoende om een maatschappelijk signaal af te geven. Dat is niet ideaal. Maar als je zo na een compact onderzoek met een beperkte tenlastelegging binnen afzienbare tijd een veroordeling krijgt, is dat effectiever. Bijkomend voordeel is dat de mensen die aan de zaken werken enthousiaster worden omdat ze veel meer in de actualiteit werken.’
Geldt dat ook voor de sanctiezaken?
‘We hebben er een speciaal team opgezet met officieren en juristen die zich daar specifiek mee bezig houden. En na 2022 zijn er extra sanctiepakketten gekomen, die hebben geleid tot drie onderzoeken die zijn geëindigd met gevangenisstraffen tot enkele jaren. Ik vind het een prestatie dat onze mensen, samen met de Fiod en de douane, in die korte tijd zulke complexe onderzoeken hebben afgerond. Daarmee krijgen we Rusland niet op de knieën. Maar dat is ook niet iets wat je van ons mag verwachten.’
Hebben jullie überhaupt genoeg mensen om alle zaken op te pakken?
‘We hebben inmiddels bijna vijfhonderd mensen, we zijn een van de grootste parketten. Maar als we duizend mensen zouden hebben, hebben we ook voor hen meer dan genoeg werk. De criminaliteit stopt nooit. En we hebben ook niet de illusie dat we alles oppakken. We moeten keuzes maken.’
Kunnen de mensen die jullie hebben de complexiteit aan?
‘Wij proberen steeds meer expertise binnen te krijgen. Fiscaal juridische adviseurs, wetenschappers, forensische accountants voor het afpakken van crimineel vermogen. Met civiel juridische adviseurs voeren we civiele procedures – want het strafrecht is niet het enige middel. We willen vaker via het bestuursrecht ingrijpen, of met schikkingen.
‘Ook grijpen we in in het bestuur van bedrijven via de Ondernemingskamer, zoals in de mondkapjeszaak en bij automatiseringsbedrijf Centric (waar directeur en eigenaar Gerard Sanderink werd weggestuurd na wanbeleid, red.). Wij zijn in staat om specialisten uit de markt te halen, bijvoorbeeld voormalige advocaten die de overstap maken. Ook van de Zuidas.’
Kunnen jullie met goed betalende Zuidas-kantoren concurreren?
‘Ik denk dat wij twee types binnenkrijgen. Mensen die in het begin van hun loopbaan staan en al snel zien dat de Zuidascultuur niet bij hen past. Of mensen die al wat verder in hun loopbaan staan en het tijd vinden om wat maatschappelijkers te gaan doen. De interne opleiding die ze krijgen is een vrij lang traject, en de salarissen zijn behoorlijk anders dan ze gewend waren. Die mensen zijn dus echt intrinsiek gemotiveerd.’
De wil om de witteboordencriminaliteit doortastender aan te pakken stuit wel op principiële rechtsstatelijke vangrails. Eén daarvan, het zogeheten verschoningsrecht, is het afgelopen jaar zo verlegd dat daarmee een soort wegversmalling is ontstaan.
Het verschoningsrecht garandeert dat burgers vrijuit kunnen praten met hun advocaat of bijvoorbeeld een arts of geestelijke, zonder dat de uitgewisselde informatie ooit tegen hen kan worden gebruikt. De communicatie met deze ‘geheimhouders’ is dus geheim en blijft geheim.
In het geval van een individuele verdachte en zijn advocaat is het vrij duidelijk welke communicatie ‘verschoningsgerechtigd’ is, maar bij bedrijven is dat soms lastig te ontwaren. Wanneer het OM een inval doet en alle dossiers en harde schijven in beslag neemt, moet het vervolgens zijn ogen sluiten voor alles wat het niet mag zien – een taak die tot voor kort bij een zogeheten ‘geheimhoudingsofficier’ van het OM lag, die verder niet bij het onderzoek betrokken mocht zijn.
Maar dat mag niet langer zo. De Hoge Raad oordeelde namelijk vorig jaar dat het OM te ver is gegaan bij het kijken naar de communicatie tussen een bedrijf dat van fraude werd verdacht en zijn advocaten. Het OM erkende dat het fouten heeft gemaakt en moest deze zaak, Castor geheten, seponeren.
Dat niet alleen: voortaan mag het OM het in beslag genomen materiaal niet meer zelf filteren, maar moet een rechter-commissaris dat doen, de functionaris die er (namens de rechtbank) op toeziet dat een onderzoek volgens de regels verloopt.
Wat betekent die uitspraak voor jullie?
‘Het betekent dat de werkwijze zoals het OM die had, niet meer kan. Als wij een administratie in beslag nemen, dan zit daar per definitie veel verschoningsgerechtigd materiaal in. Zeker als het gaat om grote gegevensbestanden. Het zit overal. Dat is gewoon een gegeven. Juist omdat het een grijs gebied is waarin wij opereren. De verdachten in onze zaken zeggen vaak dat het wél mag wat ze doen, en dan kom je in ingewikkelde juridische discussies terecht. Dat maakt dat wij verhoudingsgewijs meer last hebben van het verschoningsrecht dan bij wat jullie de stoppelbaardcriminaliteit noemden – commune strafbare feiten.’
Is het niet raar dat jullie dat zelf filterden?
‘Het is nooit in de wet vastgelegd hoe we met dat verschoningsrecht moeten omgaan. De Hoge Raad heeft niet gezegd dat wat we in het verleden hebben gedaan allemaal verkeerd was. Ze zeggen: jullie hadden niet kunnen weten dat het verkeerd was, omdat we nu pas voor het eerst zeggen hoe het moet. Dat betekent dat wij veel vaker een beroep moeten doen op de rechter-commissaris.’
Kan die dat aan?
‘Die heeft al zo veel te doen, en daar komt echt niet meer capaciteit bij.’
Dat klinkt als een dreigende flessenhals.
‘We moeten bij de inbeslagname selectiever zijn. Want hoe meer je binnenhaalt, des te meer verschoningsgerechtigd materiaal daarin kan zitten. Maar dat is ongelooflijk moeilijk. Daarom heb ik ook de advocatuur nodig. Help ons zo min mogelijk van dat materiaal binnen te krijgen. Het liefst zou ik hebben dat de advocatuur en hun cliënten in een afgeschermde omgeving communiceren. Zoals het medisch portaal van artsen, maar dan voor advocaten. Of een specifieke e-mailextensie, zoals ze in Frankrijk doen. Dan weten wij: daar komen we gewoon niet aan.
‘Het gaat erom dat we nu met de rechtspraak en de advocatuur een nieuw proces bedenken. Daarin moet het verschoningsrecht maximaal worden gewaarborgd, maar ook het opsporingsbelang worden gediend.
Kan dat niet ook misbruikt worden?
‘Dat idee heb ik niet. Wat we nu wel zien, bij zaken die in de onderzoeksfase bij de rechter-commissaris liggen, dat er eindeloos wordt geprocedeerd over bijvoorbeeld de zoektermen. Dat kunnen namen van advocaten zijn, of van een advocatenkantoor. Maar we hebben een advocaat gehad die zei dat zijn cliënt zich liet bijstaan door honderdvijftig geheimhouders, waarvan honderd advocaten. Ja, dat wordt dan wel ingewikkeld. Sommige zaken liggen al bijna twee jaar bij de rechter-commissaris. Of dat misbruik is, dat kunnen wij niet beoordelen.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant