In Een tijdje zonder laat de Amerikaanse schrijver en uitgever John Oakes nauwelijks een historisch aspect of betekenis van het vasten onbehandeld. Vasten, maakt Oakes aannemelijk, is nauwelijks minder oud dan de homo sapiens zelf.
is redacteur van de Volkskrant.
Menige uitgeverij prijst Trattato de la vita sobria (‘Verhandeling over het sobere leven’) van de Venetiaanse edelman Luigi Cornaro aan als ’s werelds oudste zelfhulpboek. Of dat zo is valt te bezien. Zeker is dat dit werk sinds 1558 altijd in druk is geweest. Volgens de overlevering was Cornaro een gulzige kerel die een losbandig leven leidde dat hem allerhande fysieke kwalen opleverde.
Van al die kwalen genas hij toen hij greep leerde krijgen op zijn eetlust en serieus ging vasten. In zijn everseller hekelde deze ‘ex-vreetzak’ niet alleen ‘ondraaglijke overvloed’ en ‘schandelijke feesten’ in het 16de-eeuwse Italië – hij ging zover te stellen dat vraatzucht daar jaarlijks meer slachtoffers maakte dan pestepidemieën en veldslagen samen.
De Amerikaanse schrijver en uitgever John Oakes herkent in Cornaro de aartsvader van een beweging die al een paar eeuwen lang ‘heel weinig eten’ propageert als remedie tegen nagenoeg alle kwalen die een mens kunnen treffen.
Een indrukwekkend gezelschap gevaarlijke geneesheren passeert de revue in Oakes’ studie Een tijdje zonder – Vasten als levenskunst. De Amerikaanse arts Isaac Jennings genas ‘gedegenereerde mensen’ met ‘een zeer karig dieet’. Dokter Edward H. Dewey sleet zijn ‘geen-ontbijtplan’ als een ‘morele wetenschap van spijsverteringsenergie’. In Europa had je dokter Otto Buchinger, die steenrijke mensen fors liet betalen ‘voor het voorrecht om in een ongerepte en luxueuze omgeving geen eten te krijgen’.
Het Engelse origineel van Een tijdje zonder heet The Fast – The History, Science, Philosophy and Promise of Doing Without. De verwachtingen die Oakes met die titel wekt maakt hij waar. Nauwelijks een historisch aspect of betekenis van het vasten blijft bij hem onbehandeld.
Oakes verdiept zich net zo rigoureus in de functie van het vasten voor de collectieve beleving van godsdiensten als in de wortels van anorexia nervosa. Hij bestudeert mensen die vasten om los te komen van beslommeringen op aarde, maar ook mensen die juist vasten om op aarde een rechtvaardige maatschappij af te dwingen, ook bekend als hongerstakers. Onderwijl vast Oakes zelf ook: een week lang neemt hij alleen vloeibaar voedsel tot zich.
De persoonlijke anekdotes – het vasten bevalt Oakes erg goed, althans tot de vijfde dag – vallen in Een tijdje zonder echter in het niet bij alle filosofen, schrijvers en wetenschappers die de auteur aan het woord laat. ‘Een omgevallen boekenkast’ wordt zelden gebruikt om een auteur aan te prijzen, maar dat is John Oakes – geen auteur voor mensen die een hekel hebben aan namen, fragmenten en citaten – wel voor mensen die graag hun voordeel doen met andermans belezenheid.
Vasten, maakt Oakes aannemelijk, is nauwelijks minder oud dan de homo sapiens zelf. De aanwezigheid van geringe hoeveelheden extra voedsel in de steentijd zorgde al voor de mogelijkheid zulk eten vrijwillig te weigeren. In de 5de eeuw voor Christus kwam de Griekse filosoof Parmenides met het idee dat onze zintuigen ons afleiden van waar het werkelijk om gaat.
Plato ging nog iets verder door te stellen dat het vermaledijde lichaam de kennisneming van de zuivere waarheid in de weg staat. De vroegste asceten van Europa en Azië zochten al naar een alternatief voor ‘de gevangenis van het lichaam’. Vasten, wisten zij, koppelt ons los van al het lage dierlijke in ons, en kan ons toegang verschaffen tot het hogere.
Via oosterse wijzen, kerkvaders en hardnekkig vastende middeleeuwse vrouwen in wie Oakes vroege anorexiapatiënten herkent (hij bestrijdt nadrukkelijk de eigentijdsheid van deze aandoening), belandt hij bij de monotheïstische godsdienst waarin de vastenperiode zich in de moderne tijd het beste handhaaft: de islam. Oakes citeert een islamitische geleerde die de populariteit van de ramadan verklaart als een reactie op ‘het hyperindividualisme van de westerse spiritualiteit’.
Interessant is dat het vasten vanaf de 19de eeuw ook een uitdrukking van ‘westers hyperindividualisme’ kon zijn. Oakes laat een reeks Wim Hof-achtige mannen de revue passeren die soms wel dertig dagen publiekelijk in glazen kooien vastten om hun enorme lichamelijke weerbaarheid te tonen. ‘In een periode waarin machines steeds meer konden, verlangden meer mensen dan ooit tevoren naar het bewijs dat hun medemensen nog steeds tot verbazingwekkende dingen in staat waren.’
Diverse christelijke ascetische vrouwen uit de middeleeuwen namen hun toevlucht tot radicaal vasten om aan de macht van mannen of aan gedwongen huwelijken te ontsnappen. Er loopt een lijn van hen naar hongerstakers uit de 20ste en de 21ste eeuw. Van Mahatma Gandhi tot Angela Davis, van de IRA-leden in de Noord-Ierse gevangenissen tot de terreurverdachten in Guantanamo Bay: de hongerstaking was voor hen een middel zich in hachelijke omstandigheden te kunnen blijven verzetten.
De Russische dissident Vladimir Boekovski beschreef in zijn memoires hoe zijn weigering te eten de gevangenisautoriteiten tot razernij dreef: ‘Ze wisten dat ze moesten reageren maar niet hoe.’ Vele autoriteiten gingen over tot pogingen deze vorm van verzet te breken met dwangvoeding. De plastische beschrijvingen van dwangvoeding in Een tijdje zonder zijn niet de makkelijkste om te lezen, maar maken aannemelijk dat het hier om een wrede martelmethode gaat.
Aan het einde van het boek keert Oakes bijna nonchalant terug naar de merites van het vasten die hij zelf ondervond. ‘Vasten lijkt wel iets wat ik de rest van mijn leven regelmatig zal doen. Na een week vasten voel ik me altijd als herboren.’
Schrijver Mark Twain had beslist geen gelijk toen hij stelde: ‘Een beetje uithongering kan echt meer voor de gemiddelde zieke mens doen dan de beste medicijnen en de beste doktoren’ – maar Oakes citeert uitgebreid uit recente bevindingen van het Amerikaanse National Institute Of Aging dat ‘vasten het verloop van processen remt die de achteruitgang van het organisme veroorzaken’. Als dit boek een conclusie heeft, dan is het dat vasten met mate merites kan hebben, al wemelt het van de historische personages voor wie ‘vasten met mate’ een pure contradictio in terminis was.
John Oakes: Een tijdje zonder – Vasten als levenskunst. Uit het Engels vertaald door Jörgen van Drunen. Ten Have; 348 pagina’s; € 24,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant