Home

Glitters, gejakker en onderbroekenlol: ‘Die Fledermaus’ heeft er allemaal te veel van

De Nationale Opera brengt weer eens een operette. De regie van Barrie Kosky is grotesk. Tussen de muziek van Johann Strauss II klinkt een nummer van Snollebollekes.

schrijft voor de Volkskrant over klassieke muziek.

Er hangt iemand aan de kroonluchter. In zijn onderbroek slingert hij extatisch boven het gedruis van feestgangers die verentooien en glitterhakken dragen. Het is een effectief beeld om een urenlang, uitgelaten bacchanaal in te vangen. De ensceneringen van de Australische regisseur Barrie Kosky zijn beroemd om de vindingrijke decors, sensuele energie en onderbroekenlol, om maar wat te noemen.

Zijn nieuwste productie bij De Nationale Opera in Amsterdam, Die Fledermaus, die donderdag in première ging, heeft dat allemaal, maar er ook te veel van. Zet je schrap voor een lange zit en een te hoog toerental.

Om de titel te benadrukken, laat Kosky een groep dansers verkleed als vleermuizen de avond openen. Ze fladderdansen terwijl het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Lorenzo Viotti de ouverture speelt. Je hoort de muzikale synopsis van de operette van Johann Strauss II (1825-1899) gespeeld met een lekkere schwung en je verkeert nog in de zalige onwetendheid van het gejakker dat zal volgen.

Gemaskerd bal

Eerst het verhaal: Gabriel von Eisenstein (Björn Bürger) moet acht dagen brommen vanwege het beledigen van een ambtenaar. Zijn vriend Dr. Falke (Thomas Oliemans) overtuigt hem op de vooravond van zijn celstraf mee te gaan naar het gemaskerd bal van Prins Orlofsky (Marina Viotti, zus van). Eisenstein doet tegenover zijn vrouw Rosalinde alsof hij al naar de gevangenis gaat.

Rosalinde (Hulkar Sabirova) trekt haar eigen plan en laat zich ondertussen versieren door haar vroegere minnaar Alfred (Miles Mykkanen). Wanneer Frank de gevangenisdirecteur (Frederik Bergman) Eisenstein komt halen, doet Alfred zich voor als de veroordeelde om Rosalinde gezichtsverlies te besparen.

Op het feest doet iedereen zich voor als een ander en daar maakt Falke gebruik van. Hij wil wraak nemen op Eisenstein die hem ooit dronken op straat heeft achtergelaten, in het vleermuiskostuum (ziedaar ‘die Fledermaus’) van het feest van die nacht. ’s Ochtends werd Falke door mensen op straat uitgelachen. Daarom laat hij nu Rosalinde ook naar het feest komen, zodat ze kan zien wat haar man uitvreet.

Als Hongaarse gravin wint ze Eisenstein weer voor zich. In de opzwepende csardas-aria Klänge der Heimat laat Sabirova horen en zien hoe zij de hele voorstelling draagt met haar smeuïge stem en podiumprésence.

Slapstick

Bürger en Mykkanen zetten respectievelijk Eisenstein en Alfred neer als manische en aanstellerige dandy’s, hun stemmen snerpen, maar zijn wel effectief voor het bereik in de zaal. De Puccini-flardjes die Alfred uitschreeuwt, de bromance van Eisenstein en Falke; het is heerlijk geëxalteerd allemaal. Toch gaan de slapstick-lichaamstaal, geslaakte kreetjes en giecheltjes gaandeweg irriteren. De konkelfoezende Falke met zijn geheime agenda is Oliemans op het lijf geschreven, hoewel overeenkomsten met zijn Billy in Kurt Weils Mahagonny zich opdringen.

Een koddige vondst is de tapdance van cipier Frosch op de Pizzicato Polka van Strauss II, in plaats van een monoloog door een acteur. Bergman is knap droogkomisch als de nog dronken Frank, die van het feest direct doorgaat naar zijn werk in de gevangenis, op hakken en in een glitteronderbroek plus bijpassende tepelklosjes. Hij spreekt Nederlands, een leuke aanpassing speciaal voor het publiek in Amsterdam. Zo liep hij eerder nog in de polonaise Links Rechts van de Snollebollekes te brullen.

Turnpakjes met glitters

De kostuums (Klaus Bruns) zijn een lust voor het oog. Het Koor van De Nationale Opera draagt jurken van uitbundige tule en baarden van pailletten; prettige uniformiteit die genderonderscheiding onmogelijk maakt. Dansers dragen kokette, transparante turnpakjes met glitters op de edele delen.

Marina Viotti, in net zo’n pak, is de androgyne Orlofsky, kronkelend als een krolse kat, met haar zweep fel als een tijger. Haar aria Ich lade gern mir Gäste ein klinkt alsof ze is weggelopen uit een Duits muziektheater in het interbellum. Toch blijft haar donkere mezzo, met de operavreemde huig-r, verder kleurloos.

Broer Lorenzo (het is zijn laatste operaproductie voor hij afscheid neemt als chef-dirigent) doet ondertussen een schepje bovenop de losgeslagen gekte en vuurt de boel vinnig aan – tot op punten dat de op hol geslagen carrousel soms nauwelijks bij te houden is voor de zangers. Ze volgen de versnellingen en vertragingen niet die Viotti, blijkbaar spontaan, aan wil brengen.

De solisten krijgen geen ruimte en inzetten zijn rommelig. Het enige rustpunt, het moment dat iedereen zingend op de grond zit en naar de dirigent kan kijken, is Brüderlein und Schwesterlein. De bezongen verbroedering is ook tussen podium en orkestbak even voelbaar.

Ontsnappen uit keurslijven, jezelf en je sociale milieu ontstijgen; in operettes wordt dat van oudsher uitbundig uitgewerkt. Met zijn groteske regie doet Kosky precies dat. Hij laat je ook ongecompliceerd ontsnappen aan de realiteit. Maar dan moet je wel van melodramatische glitters en verkleedpartijtjes houden.

Luchtiger

Operette betekent letterlijk ‘kleine opera’, waarmee niet zozeer de duur bedoeld wordt maar het verhaal, dat een stuk luchtiger is dan in de gemiddelde opera. Johann Strauss jr. stond niet alleen bekend als de walskoning van Wenen, hij schreef ook zo’n vijftien operettes, waarvan Die Fledermaus wereldwijd de populairste was en nog altijd is.

Die Fledermaus

Opera

★★☆☆☆

Van Johann Strauss II door solisten, het Koor van De Nationale Opera en het Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Lorenzo Viotti.

5/12, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Voorstellingen t/m 29/12.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next