Helmond werd deze week opgeschrikt door een misbruikzaak op een basisschool. Het Openbaar Ministerie (OM) verdenkt medewerker Wesley W. van het misbruik van twintig kinderen. Hoe heeft W. jaren zijn gang kunnen gaan? ‘De meeste kinderen zwijgen als zoiets gebeurt.’
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Zoveel kinderen, en gedurende zoveel jaar: hoe heeft dat kunnen gebeuren? Dat was deze week in Helmond de geschokte reactie nadat aan het licht was gekomen dat Wesley W. in ongeveer zes jaar tijd twintig kinderen had misbruikt op en rondom de basisschool waar hij werkte. W. werd al in september gearresteerd, nadat de school een melding van een ouder had ontvangen over grensoverschrijdend gedrag.
Bestuursvoorzitter Ingeborg Schrama van de overkoepelende organisatie van de Helmondse basisschool zei in gesprek met Omroep Brabant dat bij W.’s aanstelling ‘alle procedures’ waren doorlopen. ‘En bij de eerste meldingen zijn we direct in actie gekomen.’
Hoe zoiets dan toch kan gebeuren? Is de wet- en regelgeving op basisscholen wel streng genoeg? Volgens directeur Iva Bicanic van het Centrum Seksueel Geweld (CSG) ligt de oplossing niet in het aanscherpen van de regels.
‘Het vierogenprincipe (waarin er altijd een andere volwassene moet kunnen meekijken of -luisteren met een pedagogisch medewerker, red.) is goed, maar niet voldoende. De potentiële daders moeten worden geholpen, voordat ze over de grens gaan. De samenleving wil deze mensen het liefst naar de maanvlakte sturen. Ik begrijp dat, maar dat gaat niet helpen. Sterker nog, het afwijzen en cancelen versterkt hun lage zelfwaarde. Dit leidt tot isolatie en eenzaamheid, wat het risico op seksueel delictgedrag verhoogt.
‘Als je het hebt over preventie, moeten we een samenleving creëren waarin mensen die hiermee worstelen, naar buiten kunnen komen om om hulp te vragen. Dat is nu niet het geval. We vinden het monsters waar we vanaf willen. Terwijl je juist wil zeggen: zoek hulp, want dit loopt verkeerd af. Dat kan alleen als mensen dat durven te doen, bij hun huisarts, vrienden of familie. Mensen die zich zorgen maken over hun (potentieel) seksueel gedrag tegenover minderjarigen, kunnen ook anoniem bellen met de hulplijn Stop It Now.
Hoe kan het dat Wesley W. zo lang zijn gang heeft kunnen gaan?
‘Uit onderzoek van het Centrum Seksueel Geweld blijkt dat slachoffers van seksueel misbruik er gemiddeld dertien jaar over doen om hun geheim te onthullen. Hoe dichter de pleger bij het slachtoffer staat, hoe langer het zwijgen doorgaans duurt.
‘Een meerderheid van de kinderen spreekt er niet over, wanneer zoiets gebeurt. Dat heeft allerlei oorzaken. De meeste kinderen hebben er letterlijk nog geen woorden voor. Als ze het een naam moeten geven, zeggen ze ‘dingen die niet mogen’, of ‘aanzitten’. Daar hoor je al in terug dat kinderen denken dat ze iets aan het doen zijn wat verboden is, dat ze het gevoel hebben zélf iets verkeerd te doen.
‘Daar komen vaak dreigementen van de pleger bij, die niet wil dat het kind praat. Misbruik vindt vaak plaats door iemand die het kind goed kent, en die het lief en aardig vindt. Iemand die het kind aandacht geeft, en een speciaal gevoel. Dat maakt het heel moeilijk om het te vertellen, want het kind wil die relatie met hem of haar niet kwijt en die aardige persoon niet in een kwaad daglicht stellen. Het kind is vaak heel loyaal.’
Wat doet het met een kind om zoiets zo lang te verzwijgen?
‘Kinderen die een geheim bewaren, zijn er iedere dag mee bezig dat het niet mag uitkomen. Zij ervaren continu spanning of maken zichzelf wijs dat het niet is gebeurd. Het kind trekt al op jonge leeftijd een verkeerde conclusie over zichzelf, en dat gaat in het koppie een eigen leven leiden. Het kind denkt dat het raar of smerig is, sluit zichzelf af van contact met andere kinderen. Dat kan de sociale ontwikkeling onderbreken, en ook de seksuele. Een volwassen persoon legt zijn of haar seksualiteit aan je op, terwijl je nog in de groei bent.
‘Het dragen van een geheim, zoals seksueel misbruik, gaat voor veel kinderen ten koste van hun concentratie, hun vermogen om te leren en de cognitieve ontwikkeling. Je kunt er als kind echt ziek van worden.’
Als het dan toch gebeurt, hoe creëer je voor kinderen een veilige omgeving waarin ze erover durven te praten?
‘Ondanks dertig jaar ervaring vind ik dat nog altijd een uitdaging: hoe maak je kinderen duidelijk dat misbruik niet hun schuld is, dat iemand ze heeft wijsgemaakt dat ze hun mond moeten houden, en dat ze het mogen vertellen aan iemand die te vertrouwen is? Het is in ieder geval goed dat programma’s als het Jeugdjournaal en Het Klokhuis dit soort zaken steeds vaker behandelen. Het is niet dat het daardoor niet gebeurt, maar het zorgt er wel voor dat kinderen die slachtoffer worden, kunnen denken: hé, dit gaat over mij.
‘Het leed is dan weliswaar geschied, en dat is heel spijtig, maar hoe eerder kinderen naar buiten komen, hoe eerder we kunnen werken aan het helen. Ik denk dat het een realistisch doel is om die onthullingstijd van dertien jaar omlaag te krijgen door kinderen meer te vertellen over dit het onderwerp.’
Voor wie is daarbij de belangrijkste rol weggelegd?
‘Dat vind ik een taak voor ouders en scholen. We kunnen het ons ook niet veroorloven om er niet over te praten. Als je zoiets meemaakt als kind en je brengt het niet naar buiten en blijft ermee doorlopen, dan kan dat doorwerken in de vorming van wie jij bent. Als het uitkomt en je wordt geloofd en gesteund, en je ouders slagen erin kalm te blijven, ben ik optimistisch over de kans op herstel.’
Hoe moet je als ouder met een vermoeden omgaan?
‘Suggestieve en sturende vragen raden we af. Als je al een mogelijke dader in je hoofd hebt, kun je bijvoorbeeld eerst vragen wat je kind leuk vindt aan diegene. Een kind kan dan de grapjes noemen die die persoon altijd maakt, of dat diegene lief is. Vervolgens kun je vragen wat je kind minder leuk vindt aan die persoon. Als je kind dan iets vertelt over misbruik, is het heel belangrijk om rustig te blijven, we weten namelijk dat de reactie van ouders op de onthulling meer impact op kinderen heeft dan het misbruik zelf. Dat is ontzettend moeilijk, want de grond zakt onder je voeten vandaan als je zoiets hoort. Maar het is belangrijk om uit te stralen: ik ben er voor je, het is goed dat je het zegt, en je hebt niets misdaan. Je bent een lief kind.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant