Vijfduizend naoorloogse scholen dreigen te worden vervangen door nieuwbouw. Maar veel afgeschreven gebouwen kunnen beter worden opgeknapt, is de overtuiging van kunsthistoricus Wilma Kempinga. De renovaties die haar stichting Mevrouw Meijer bewerkstelligt winnen talloze architectuurprijzen. Wat is haar methode?
schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.
Kunsthistoricus Wilma Kempinga begint de lezingen die ze door het hele land geeft steevast met een quiz. Ze laat foto’s zien van prachtige oude schoolgebouwen, met de vraag: ‘Staat hij er of staat hij er niet?’ Haar toehoorders zijn altijd stomverbaasd als ze zien welke architectonische parels zijn afgebroken.
Voorkomen dat nog meer scholen worden gesloopt door slim te renoveren, dat is wat Kempinga wil bereiken met de stichting Mevrouw Meijer, die ze in 2009 met architect Tjeerd Wessel oprichtte. De naam komt van het kinderboek Mevrouw Meijer, de merel van Wolf Erlbruch. Deze merel maakt zich voortdurend zorgen om niets, tot ze op een dag een vogeltje vindt. Ze voedt het, leert het vliegen en bloeit zelf ook op.
Kempinga zag een analogie met scholen, die zich soms verliezen in getob over hun huisvesting in plaats van zich bezig te houden met de essentie: het kind. Ze kreeg het idee om hen te ondersteunen bij (ver)bouwprojecten.
Een van de scholen die de stichting ondersteunde, was vakschool Nimeto in Utrecht. Onder begeleiding van Mevrouw Meijer werd die door architect Maarten van Kesteren verbouwd. Het vernieuwde gebouw won afgelopen jaar talloze architectuurprijzen. Van de Gouden Piramide – de rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap – tot de Utrechtse Rietveldprijs.
Op 7 december kwam daar de prestigieuze Abe Bonnema Prijs voor jonge architecten bij. Het juryrapport benadrukt de ‘belangrijke rol’ die Mevrouw Meijer in het project speelde, met Kempinga als drijvende kracht achter de ideële organisatie. Wie is zij, en wat behelst de ‘methode-Mevrouw Meijer’?
Kempinga (56) groeit op in Harkstede, een dorp ten westen van Groningen, waar ze onderwijs krijgt in een jarenzeventigschool met kenmerkende zitkuil, houten kozijnen en plavuizen op de vloeren. Die school werd later gesloopt, waarna een groot onderwijscomplex verrees aan de rand van het dorp; precies wat Kempinga wil tegengaan met haar stichting.
Haar interesse in schoolarchitectuur wordt gewekt wanneer ze in 2003 als projectleider onderwijs in de stadsvernieuwingswijk Rotterdam Hoogvliet meewerkt aan de bouw van ‘Schoolparasites’: betaalbare, mooie paviljoens, door jonge architecten ontworpen als alternatief voor standaard noodlokalen.
Ze bedenkt dat ontwerpers wellicht ook gedateerde schoolgebouwen kunnen aanpakken. In Nederland staan vijfduizend naoorlogse schoolgebouwen die toe zijn aan vernieuwing, maar waarvoor sloop dreigt, doordat deze gebouwen na veertig jaar boekhoudkundig zijn afgeschreven. Nieuwbouw wordt gezien als de logische oplossing, met een ‘duurzaam’ gebouw in het verschiet.
Een ‘klassieke drogredenering’, aldus Kempinga, want bestaande ruimtelijke kwaliteiten – solide draagconstructie, ruime lokalen – en materialen gaan verloren, terwijl een gigantische berg CO2 vrijkomt. Ze onderzoekt plattegronden van scholen die in de jaren zestig en zeventig zijn gebouwd en ontdekt dat nieuwe onderwijsmethoden daar prima in passen. Dat wordt de belofte van haar stichting: dat je met ontwerp elke school energetisch en onderwijskundig bij de tijd kunt brengen.
In Haarlem, waar plannen voor sloop-nieuwbouw van veertien scholen liggen, stapt ze op de wethouder onderwijs af. Hij geeft haar de kans om haar renovatiemethode in de praktijk te brengen. Daarbij vraagt ze allereerst drie architecten die nog niet eerder een school ontwierpen om een plan te maken.
Op die manier wil ze jong ontwerptalent een kans bieden om de gesloten scholenbouwmarkt te betreden. Door de eisen die bij aanbestedingen aan referenties en omzet worden gesteld, is het voor beginnende bureaus moeilijk om een opdracht te krijgen. De school beslist of en welk plan uiteindelijk wordt uitgevoerd.
‘Wilma herkent kwaliteiten in gebouwen en ontwerpers, en weet die twee goed te matchen’, zegt architect Gus Tielens, die met haar bureau Korth Tielens basisschool De Molenwiek in Haarlem renoveerde. Zo wist Kempinga dat architect Maarten van Kesteren zelf graag bouwt, waarop ze hem koppelde aan vakschool Nimeto, waar onder meer schilders en restaurateurs worden opgeleid. Hij timmerde samen met hen het meubilair.
Henk Vermeulen, directeur van Nimeto, leerde Kempinga kennen als ‘een paradijsvogel die van mooie dingen houdt’. ‘Het eerste dat me opviel, was haar bontgekleurde jas, die eigenheid uitstraalt en me aan het denken zette: wie willen wij als school zijn? En wat voor gebouw hoort daarbij?’
Kempinga begint elk project met taart voor alle betrokkenen. ‘Ze maakt er een feestje van’, zegt Vermeulen. Tegelijkertijd voert ze een serieuze agenda, die ze serieus aanpakt. Ze neemt een deskundige mee die de kosten voor renovatie en sloop-nieuwbouw berekent en daarnaast de CO2-uitstoot van beide opties vergelijkt. Met harde cijfers toont ze aan: transformatie is goedkoper en beter voor het klimaat.
Vermeulen: ‘Wat ik zo leuk vind, is dat Wilma na vele keren haar neus stoten nog net zo bevlogen is. Ze kan niet begrijpen dat mensen een gebouw platgooien en opnieuw beginnen. Elke keer windt ze zich daarover op, ze betoogt hoe zonde het is. Ik deel die verbijstering, maar herken ook het realisme van een directeur huisvesting, die denkt vanuit een spreadsheet.’
Kempinga kreeg het idee om Vermeulen te vragen als voorzitter van de stichting; hij biedt de ingang vanuit het onderwijs die ze tot nog toe miste. Het helpt. De bouw is een trage branche, projecten kennen een lange aanlooptijd.
Van Mevrouw Meijer zijn tot nu toe pas een handvol projecten gerealiseerd, maar voor komend jaar staan renovaties op stapel in Best, Bennebroek, Velserbroek, Oegstgeest en Roermond. Tegenover gesloopte parels kan Kempinga steeds meer gerenoveerde architectonische juweeltjes stellen.
3x gerenoveerde scholen met hulp van Mevrouw Meijer
Basisschool De Molenwiek, Haarlem. Bureau Korth Tielens renoveerde en voegde een aanbouw toe, die de school een nieuw gezicht geeft naar het aangrenzende Molenpark.
Mbo-vakschool Nimeto, Utrecht. Architect Maarten van Kesteren kwam op het idee om de ongebruikte kelders om te bouwen tot lichte lesruimtes door gaten in de vloeren te maken. Op die manier hoefde niet bijgebouwd te worden.
Basisschool Piramide Boerhaave, Haarlem. Kleinschalige verbouwing waarbij een ongebruikte binnenplaats door architect Serge Schoemaker is omgetoverd in een multifunctionele aula.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant