Wie weet nog wat te doen zodra er natuur is ligt? Hoe zet je een toertocht uit? Met de Club van Natuurijs hoopt de schaatsbond die kennis te bewaren en zo de toekomst van natuurijsclubs veilig te stellen.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Het rimpelloze water weerspiegelt de windstille grauwe lucht. Zo glad is het oppervlak dat het net ijs lijkt, maar even later slaat de regen kringen in die illusie. Nee, dit is geen ijsvloer, maar toch gaat het op deze druilerige dag in het verenigingsgebouw van de Ankeveense IJsclub over natuurijs. Schaatsbond KNSB lanceert er de ‘Club van Natuurijs’, een initiatief om de toekomst van natuurijsverenigingen, -banen en -tochten veilig te stellen.
‘Dit is heilige grond.’ Herbert Dijkstra, die deze grijze ochtend de boel aan elkaar praat, zet het scherp aan. Zouden ze het in de naastgelegen Sint-Martinuskerk ook zo zeggen? De ijsclub hier is in elk geval heel actief en organiseert al meer dan 137 jaar wedstrijden en tochten. IJs en weder dienende natuurlijk. En daar schort het nogal aan de laatste jaren.
Jurre Trouw, manager sportparticipatie bij schaatsbond KNSB en aanjager van de ‘Club van Natuurijs’, merkt hoe de steeds warmere winters de kennis en kunde rond natuurijs onder druk zetten. En dat is zonde.
Juist in tijden van warmere winters is het zaak dat iedereen snel kan handelen als de vorst en schaatskoorts wel toeslaat, zegt Trouw. ‘De luxe van twintig schaatsdagen in de winter is er niet meer. Als we willen schaatsen, dan moeten we er klaar voor zijn op het moment dat het kan.’
IJsclubs lopen ondertussen juist tegen allerlei obstakels aan, van vergrijzing onder de vrijwilligers en het verdwijnen van kennis tot de toenemende regeldruk. Rieks Poelman, voorzitter van ijsbaan Witten en met een lang en divers cv in de schaatssport: ‘Vroeger kreeg je een stempel op het gemeentehuis en zeiden ze: ga maar lekker schaatsen, joh. Nu zit er een afgestudeerde hbo’er die zegt: op pagina 32 van de vergunningsaanvraag ontbreekt er nog wat.’
De nieuw opgerichte club moet met hulp van donateurs en leden – een lidmaatschap kost 15 euro – een soort spilfunctie gaan vervullen in alles wat met natuurijs te maken heeft: van werving van vrijwilligers tot opleidingen en van juridische adviezen tot draaiboeken. Misschien kunnen op termijn clubs en organisatoren zelfs wel terecht voor veegmachines of andere apparatuur. Het moet een breed opererend goed doel worden, zegt Trouw.
Als er ijs ligt, binden grofweg 4,5 miljoen schaatsers de ijzers onder. IJsclubs regelen de lokale banen en zetten als het kan tochten uit. Maar bij de laatste echte schaatsperiode, in de winter van 2021, merkte Trouw hoe lastig het voor vrijwilligers is om op dat ijs iets te doen, een wedstrijd of een tocht. De moeilijkheden lopen van vergunningen tot het bemensen van stempelposten. Oplossingen kunnen straks komen van de nieuwe club. ‘Dit was al een langer lopende wens.’
Een dag voor de bijeenkomst in Ankeveen verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift Nature een artikel waarin klimaatwetenschappers Céline Heuzé en Alexandra Jahn, verbonden aan de Universiteit van Göteborg, een nieuwe stap in de opwarming van de aarde voorspellen. Als het tegenzit is er een kans dat de eerste ijsloze dag in de Noordelijke IJszee al voor 2030 is. Helemaal ijsloos is het dan rond de Noordpool overigens niet. Wetenschappers houden een oppervlakte van minder dan 1 miljoen vierkante kilometer zee-ijs aan als ‘ijsvrij’.
Op basis van rekenmodellen concluderen de onderzoekers dat het remmen van de opwarming tot 1,7 graad Celsius een ijsvrije dag niet kan voorkomen. Wel zou strikt klimaatbeleid die dag kunnen uitstellen. En daarbij mogelijk voorkomen het dat het zee-ijs een maand of nog langer verdwijnt. Maar feit blijft dat het klimaat zich niet eenvoudig laat bijsturen.
Poolijs heeft, net als sneeuw in Rusland of het dichtvriezen van de Botnische Golf, ook in Ankeveen effect. Dat legt weerpresentatrice Amara Onwuka uit in een mini-college voor de ongeveer tachtig aanwezigen in Ankeveen. Koude wind komt in ons land uit het noordoosten of oosten, maar als het in Rusland groen is en het water tussen Zweden en Finland onbevroren heen en weer klotst, dan brengt dat minder vorst dan wanneer het wit en met ijs bedekt is in die regio.
Kwakkelwinters zijn funest voor natuurijsverenigingen. Trouw weet niet precies hoeveel, maar er zijn de laatste jaren al een heel aantal ijsclubs gestopt. En er zijn toertochten verdwenen. Als het niet vriest, zijn de inkomsten beperkt terwijl de uitgaven zoals de huur van het clubhuis en de onderhoudskosten doorlopen. En dan zien de verenigingen in ijsloze winters ook nog eens de ledentallen en dus contributie teruglopen.
Bij de lancering van de Club van Natuurijs zijn vooral mannen van een zekere leeftijd aanwezig. Mannen met een hart voor natuurijs en een hoofd vol verhalen. Van hoe ze vroeger zelf leerden schaatsen op de bevroren plassen en sloten in hun buurt. Dat dat het échte schaatsen is, buiten in de vrieskou. Nog los van de houten schaatsen die aan de spanten van het clubgebouw hangen – Friese doorlopers, houten noren – is de bijeenkomst doortrokken van nostalgie.
Spreekstalmeester Herbert Dijkstra heeft wat sterke verhalen uit de wedstrijdsport paraat. Eentje over Lammert Huitema bijvoorbeeld, de marathonschaatser die twee dagen voor het NK op natuurijs in 1994 door het ijs zakte en poedelnaakt en met de verwarming op tien in zijn Renault Clio naar huis reed. Had hij zijn natte goed aangehouden, dan zou hij nog verder onderkoeld zijn geraakt, dus wat had hij anders moeten doen? Toch stond even later de politie voor zijn deur. Er was een melding over potloodventerij gedaan.
Oud-schaatser Ben van der Burg, samen met Elfstedentochtwinnaar Henk Angenent ambassadeur voor de club, heeft een ander perspectief. Ook hij heeft een jeugdverhaal over het schaatsen in het Westland, waar je als het kon naar Vlaardingen reed om speciale koeken, de ‘Vlaardinger moppen’, te halen. Maar hij legt toch vooral de nadruk op het culturele aspect, de betekenis van natuurijs in de Nederlandse geschiedenis.
Hij legt uit hoe het ijs in vroeger eeuwen als brug fungeerde. Mensen die in andere seizoenen door water van elkaar gescheiden woonden, konden elkaar bij vorst ineens eenvoudig bereiken. ‘IJs verbindt ons, het schaatsen zit in ons dna. Dat mag niet vergeten worden.’
Dat klinkt misschien een beetje hoogdravend, maar helemaal ongelijk heeft Van der Burg niet. In 2017 is schaatsen op natuurijs toegevoegd aan de lijst Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Verenigde Naties.
Naar eigen zeggen rijdt Van der Burg zo nu en dan naar het Rijksmuseum om daar twintig minuten naar Winterlandschap met schaatsers van Hendrick Avercamp te turen. Een blik in een vierhonderd jaar oud verleden, maar evengoed een tijd waarin van het ijs werd genoten. Iets waarvan Van der Burg hoopt dat het over vierhonderd jaar ook nog kan.
Er zal heus nog weleens geschaatst kunnen worden op meren, vaarten en grachten, zegt Onwuka, maar veel minder vaak. De kansen zijn groter op ondergelopen stukken land en landijsbanen. En daar is met wat slimmigheden veel meer uit te halen dan tot nu toe gebeurt.
Neem de baan in Winterswijk, waar deze herfst al kort is geschaatst. Omdat de betonnen vloer daar van onderen geïsoleerd is en zo de aardwarmte tegenhoudt en wit geschilderd is, waarmee het warmte weerkaatst, is één nachtje vorst al genoeg voor een ijsvloer.
Ook dat is natuurijs, vindt Trouw. ‘Want er wordt van natuurlijke omstandigheden gebruikgemaakt. Die proberen ze daar optimaal te benutten en dat is wat we ook met de Club van Natuurijs willen. We willen de omstandigheden voor verenigingen en stichtingen toegankelijker maken om iets te organiseren.’
Wie het ondanks de zwart-witfoto’s aan de wand en de erwtensoep op de bar nog niet wist, zal na een bezoek aan de wc’s in het Ankeveense clubhuis wel weten voor wie dit gebouwtje er staat. De toiletpotten zijn opvallend hoog aan de wand gemonteerd. Logisch. Ze zijn bedoeld voor mensen met schaatsen aan hun voeten, hoog klunend op de ijzers.
Komt het er nog van dit jaar? Iedere schaatsliefhebber stelt zich die vraag als de dagen korter worden. De langetermijnvoorspellingen beloven weinig goeds: vooral veel nattigheid en weinig kou komende maanden. Ach, zegt Angenent, een bakje koffie bij de hand. ‘Mijn gevoel zegt dat het wel eens een echte winter zou kunnen worden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant