Home

Je kunt je ook gewoon kapotschamen omdat je je telefoon tien keer vaker aanraakt dan je kind

Toen smartphones net bestonden, kon je in de winter soms meerdere minuten per dag je telefoon niet bedienen. Op het isolement dat mensen toen ervoeren is de touchscreenhandschoen bedacht. Deze week klaagde mijn zoon achterop de fiets over koude vingers, dus ik naar de Hema. Daar zag ik dat kinderhandschoenen inmiddels ook touchscreenvingers hebben. Nu wil ik niet al te dramatisch doen, maar kindertouchscreenhandschoenen worden in de toekomst denk ik tentoongesteld als belangrijke artefacten in het museum over de uitgestorven mensheid.

Deze week las ik veel over ‘brainrot’, Oxford Dictionary-woord van het jaar 2024, omschreven als ‘de veronderstelde achteruitgang van de mentale of intellectuele toestand’ door het al te gulzig opslokken van onlinetroep, op met name TikTok. Eigenlijk heeft brainrot voor de TikTokgebruiker (pakweg Gen Z en jonger) een iets andere betekenis: voor hen slaat het meer op de stompzinnige content zelf. In de term zit een soort berusting, over het feit dat je lichaam en brein achterlaat om onsamenhangende ongein te consumeren. Ook in onze krant stond dat TikTokfilmpjes zouden ‘kunnen leiden tot afbraak van mentale en intellectuele vermogens’.

Over de auteur
Emma Curvers is mediaverslaggever en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Dat inmiddels alom wordt aangenomen dat vooral TikTok zorgt voor psychische problemen en breinverpapping is niet vreemd: media staan in de rij voor dat geluid, bijvoorbeeld van psycholoog Jonathan Haidt. Minder aandacht is er voor de substantiële groep wetenschappers die zegt dat onderzoek een veel complexer beeld laat zien. Onschuldig is het TikTokterreurverhaal dus niet: als je de schuld van bijvoorbeeld de psychische problemen van pubermeisjes, of de dalende leesvaardigheid van 15-jarigen naar TikTok schuift, houd je andere oorzaken, zoals verslechterend onderwijs, buiten schot. Ook kunnen ouders gevoeglijk doorswipen op hun eigen volkoren, niet-verrotte sociale media, waar ze eindeloos kijken naar de gesponsorde verbouwing van een BN’er.

Wat mij stoort is dat we sociale media steeds moeten pathologiseren om excessief schermgebruik een halt toe te roepen. Een paar jaar geleden mochten wetenschappers overal vertellen dat Instagram-likes je ‘dopamine-shots’ geven, dat we dáárdoor ‘verslaafd’ raakten – wat niets meer zei dan dat het prettig was. Nu willen we graag horen dat TikTok de hersenen ‘herbedraadt’: de jeugd lobotomiseert zichzelf! Intussen is nog onbekend of de capaciteit van kinderen en tieners om zich op lange stukken tekst te concentreren afneemt, alleen dat hun bereidheid daartoe afneemt. Net als volwassenen die steeds minder kranten lezen, eigenlijk.

Er zijn simpeler redenen om schermtijd in te perken dan hersenschade, namelijk: omdat een kind (en vader/moeder) in die tijd niet iets ánders doet. Bij die touchscreenvingers dacht ik aan Hubert Dreyfus, de Amerikaanse internetfilosoof die het TikToktijdperk niet meer heeft meegemaakt. Hij vond onlinedomeinen waardevol, omdat je er schadevrij kunt experimenteren met je identiteit. Maar precies onze fysieke afwezigheid op die plekken maakt ze ook zulke onbevredigende kopieën van live-interactie, omdat een wezenlijk aspect van menszijn onder de mensen ontbreekt: risico. Om verbindingen aan te gaan, en om iets te leren, moet je het risico lopen écht te falen of pijn te lijden, en anderzijds échte beloning kunnen ervaren bij succes.

Het rijmde met wat experts een paar weken terug in deze krant zeiden over de schermtijd van de allerjongsten: nee, via een scherm leert een kind niet zoals hij offline leert, al helemaal geen fijne motoriek of sociale vaardigheden. En álle telefoontijd gaat af van gesprekken tussen ouder en kind, ook de Instafeed van papa en mama. Je kunt bang zijn voor breinrot, maar je kunt je ook gewoon kapot schamen omdat ook jij waarschijnlijk je telefoon elke dag tien keer langer aanraakt dan je geliefde of kind. Eigenlijk beschrijft de Gen Z-ervaring van brainrot onze werkelijkheid prima: de rot zit in de vreemde berusting van ons allemaal, over onze afwezigheid op de plekken waar het leven zich afspeelt. Breinrot zit in touchscreenhandschoenen voor je kind. Mij lijken wanten voor iedereen het beste.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next