In de zomer van 1970 ontmoet Klaas de Finse Christine. Ze brengen een aantal dagen met elkaar door en blijven elkaar nadien schrijven. Maar als hij haar een jaar later opzoekt, zit zijn verlegenheid hem in de weg.
‘In 1970 liftte ik als 20-jarige naar Oslo. In Winschoten kreeg ik een rechtstreekse lift naar Denemarken. Twee vrienden zouden me achterna reizen, maar zij zijn nooit aangekomen, vermoedelijk hadden ze minder geluk dan ik en zijn ze halverwege omgekeerd.
‘Zo ging dat vroeger: je kon elkaar kwijtraken, dat wist je. Vanuit Kopenhagen reisde ik via Stockholm verder naar Noorwegen. Veel geld had ik niet, dus slapen deed ik buiten in het gras in mijn slaapzak op een bedje van plastic zakken. Het was het einde van de flowerpowertijd; Scandinavië baadde, net als een groot deel van Europa, in gemoedelijkheid en optimisme.
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
‘In Oslo ontmoette ik twee jongens en een meisje van mijn leeftijd. Waar kun je hier uitgaan, vroeg ik. Ga maar met ons mee, antwoordden ze. Dat meisje was Christine. Hoogblond en met haar 1,76 meter maar iets kleiner dan ik, een echte Scandinavische. Niet dik en niet dun en heel vriendelijk. In de disco vergat ik de jongens en had alleen oog voor haar.
‘We dansten op Venus van Shocking Blue, een Nederlandse band met een wereldhit. We flikflooiden wat en ik geloof dat we ook hebben gezoend. Ze kwam uit Finland en had in Oslo een logeeradres. Ik sliep die nacht weer buiten, want tegen de tijd dat we afscheid namen was de jeugdherberg op slot. Het was augustus, donker werd het niet.
‘De volgende ochtend ontmoetten we elkaar opnieuw. Samen gingen we naar het Munch-museum. Alles voelde onwennig: de stad, het meisje, en van Munch had ik nooit eerder gehoord. Net voordat ik Christine leerde kennen had ik een beetje verkering gehad, maar ervaren was ik niet.
‘Ik had geen idee waar dit met haar op zou uitdraaien toen ik twee dagen later weer verder liftte en we elkaar beloofden te schrijven. Ik was zo verlegen dat het me zelfs ontbrak aan woorden om mijn gevoelens, al was het maar in gedachten, te vertolken.
‘Ik woonde met zes andere studenten in een huis en in het jaar dat volgde, kwam er iedere week een brief op dun luchtpostpapier. Vaak meerdere velletjes. Ze zat in het laatste jaar van de middelbare school en schreef vooral over haar ouders en haar vrienden. ‘Er is weer een brief voor je’, riepen mijn huisgenoten naar me als ik binnenkwam. Dan griste ik die uit hun handen, liep ermee naar mijn kamer, maakte ’m open en schreef er daarna een terug.
‘Het was zo spannend, deze correspondentie, dat het niet in mijn hoofd opkwam om iets meer te wensen dan opschrijven wat ik wekelijks meemaakte. Romantische verklaringen deed ik niet, laat staan dat ik toespelingen maakte op mijn groeiende verlangen.
‘Terugdenkend vermoed ik dat het voor mij al belangrijk genoeg was dat ik een meisje kende zoals zij. De verwarring die ervoor had moeten zorgen dat ik actie ondernam was er wel, maar zo ver weggedrukt in de uitwisseling van alledaagse, feitelijke ervaringen, dat ik die makkelijk kon negeren. Ik vroeg haar niks, ik maakte geen plannen, bracht niks wezenlijks ter sprake.
‘Een jaar later liftte ik in de zomer met een vriend naar Turkije. Aansluitend zou ik doorliften naar Helsinki, waar ik haar voor het eerst weer zou zien. Die weken in Turkije waren niet meer dan een opmaat naar het hoogtepunt van die zomer: de portiekflat waar Christine met haar ouders woonde, twee, drie verdiepingen hoog.
‘Kort voordat ik aanbelde had ik twee jonge mensen in een park horen neuken; een vreemde ervaring om het soort intimiteit dat ik zelf aan het ontdekken was, zo voor mijn ogen te zien gebeuren. Dat vertelde ik haar later, overigens weer zonder duidelijk plan.
‘Ik herinner me nog goed hoe ze de deur opende. Haar ouders waren niet thuis, dat wist ik. Van tevoren had ik me voorgesteld hoe we elkaar zouden omhelzen, misschien zouden kussen. Ik had een cadeautje voor haar bij me uit Turkije, een sieraad, maar ze leek niet erg enthousiast.
‘Die avond mocht ik blijven slapen, maar er kwam niks van de grond en in de dagen die volgden zat ik vaak in mijn eentje op die tweekamerflat terwijl zij met haar vriendinnen elders was.
‘Als protestantse jongen bij wie in het gezin altijd werd gedaan of seks niet bestond, met een godvrezende moeder die mij onbevlekt had ontvangen, hield ik het netjes bij wat knuffelen. Ik was als de dood dat ze me voor te opdringerig hield. Mijn verlangen suste ik met af en toe masturberen als ze weg was, en wanneer we elkaar weer zagen was de allesverpletterende schroom er weer.
‘Ze nam me samen met wat vrienden mee naar hun buitenhuisje – alle Finnen hebben een huisje aan een meer met sauna. Een fantastische ervaring, die natuur, maar als ik mezelf op foto’s terugzie, zit ik er een beetje verloren bij. Had ik goddomme maar wat meer van die bevrijdende jaren zestig meegekregen, had ik me maar eerder van de invloed van mijn preutse moeder ontdaan, had ik toen al met de kerk kunnen breken in plaats van jaren later, dan hadden we gewoon als jonge mensen plezier kunnen hebben, in elkaars armen in slaap kunnen vallen, naakt in zo’n Fins meer kunnen zwemmen.
‘Maar er zat geen schot in en na tweeënhalve week ben ik weer vertrokken. Het afscheid was al even koeltjes als de ontvangst, en toen ik op de boot stapte en geen geld had om iets te eten te kopen aan boord, was het niet Christine maar een onbekende medepassagier die me wat leende.
‘Thuis stuurde ik haar een brief hoe ongemakkelijk ik me had gevoeld en eindigde met de woorden ‘blijkbaar kan het niets worden tussen ons’. En dat was dat. Ik kreeg geen antwoord meer.
‘Een jaar later ontmoette ik mijn huidige echtgenote. Alle brieven heb ik nog niet zo lang geleden stuk voor stuk versnipperd. Omdat ik aan het opruimen was en dacht: wat moet ik ermee, na al die jaren? Maar in mijn hoofd dwaalt ze nog steeds weleens rond.
‘Ik was zo graag wat vrijer geweest tijdens mijn eerste kennismaking met haar en met de liefde. Haar adres ken ik nog altijd uit mijn hoofd. Maar ik ben nooit meer teruggegaan, wat zou ik er moeten zoeken, wat zou ik er vinden?’
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Klaas gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant