Ann Powers is niet alleen heel goed thuis in leven en werk van zangeres Joni Mitchell, ze weet al haar kennis, fascinatie én ergernis in de biografie Travelling ook nog eens mooi te verwoorden.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.
De Amerikaanse muziekjournalist Ann Powers heeft met Travelling, haar lijvige boek over Joni Mitchell, nadrukkelijk geen biografie willen schrijven, maar ‘een verslag van een lange reis door een leven dat de populaire muziek heeft veranderd (…) en van mij die haar pad volgt’.
Dat pad loopt tot en met de wederopstanding van Mitchell (81), die in 2015 werd getroffen door een hersenaneurysma. De zangeres moest opnieuw leren lopen, praten en zingen maar verbaasde in 2022 de hele wereld door onaangekondigd op te treden op het Newport Folk Festival.
Powers was daar niet bij, ook niet bij de enkele concerten die Mitchell, omringd door bevriende muzikanten, later nog zou geven. Ze heeft zo veel ruimte nodig om uit te leggen waarom niet, dat je bijna zou denken dat het haar spijt. Zoals ook de verklaring waarom ze Mitchell niet voor haar boek heeft willen interviewen niet helemaal overtuigt. Het argument dat zelfs biograaf David Yaffe niet goed de kern wist te raken omdat de twee nogal eens met elkaar overhoop lagen, is niet sterk. Yaffe is de auteur van de geprezen, meest recente Mitchell-biografie, Reckless Daughter (2017).
Zo zijn er meer terzijdes in Travelling waarin Powers zichzelf net iets te belangrijk wil maken. Is het bijvoorbeeld echt nodig dat ze meldt als rockjournalist hetzelfde vrouwonvriendelijke gedrag als Mitchell te hebben meegemaakt? Of dat ze van het zestien minuten durende Paprika Plains ‘na bijna een halve eeuw toch de kriebels krijgt’? Een aansporing als: ‘Leg dit boek nu vier minuten weg om naar River te luisteren’, is ook wat ongebruikelijk.
En toch wordt Powers in de bijna vijfhonderd bladzijden van Travelling steeds meer een autoriteit, die veel uitlegt en verduidelijkt over Mitchells werk dat, zo stelt ze terecht, steeds populairder wordt.
Powers is niet alleen erg goed thuis in leven en werken van de in Canada geboren en in Amerika groot geworden zangeres, over wie ze werkelijk alles gelezen lijkt te hebben. Ze kan ook haar fascinaties en ergernissen mooi verwoorden.
Zo bewondert ze Mitchells vroege gitaarspel, want: ‘Er lijkt voortdurend iets niet helemaal te kloppen, zoals een lui oog in een beeldschoon gezicht.’ Of, over haar artistieke relatie tot David Crosby, James Taylor, Graham Nash en andere mannen met wie ze eind jaren zestig de Laurel Canyon-sound op de kaart zette: ‘Joni was dat meisje dat bij een basketbalwedstrijd de jongens aanmoedigt en dan de bal pakt om met een perfect jumpshot te scoren.’
Die rake typering wordt door deze mannen ook allemaal onderschreven in Powers’ boek. Want al heeft ze Mitchell zelf niet gesproken, ze interviewde tientallen muzikanten onder wie Crosby, Taylor en Nash. Allen slaan Mitchells muzikale kwaliteiten hoger aan dan die van henzelf.
Powers schetst een mooi beeld van het popklimaat van de late jaren zestig en vroege jaren zeventig. Een periode waarin het ‘travelling’ van Mitchell begint, het zoeken naar nieuwe muzikale uitdagingen, terwijl haar vrienden toch een beetje in het singer-songwriterstramien blijven hangen.
Het helpt beslist dat Powers, een gelauwerd popjournalist, erg goed thuis is in de muzikale ontwikkelingen, en zo de koerswijzingen van Mitchell in de jaren zeventig, tachtig en negentig goed kan duiden. Dat Mitchell vanaf midden jaren zeventig graag met jazzmuzikanten werkte en dat jazzgigant Charles Mingus haar in 1979 vroeg eens iets samen te doen, kwam voort uit haar diepe interesse in zwarte soul en jazz, zo maakt Powers aannemelijk.
Onvergeeflijk vindt Powers nog altijd Mitchells blackface-periode in 1977. Dat ze met als zwarte man feestjes afging waar zelfs haar vrienden haar niet herkenden is nog tot daar aan toe, maar dat ze zich als diezelfde zwarte man met snor, verkleed en al, op de platenhoes van het album Don Juan’s Reckless Daughter (1977) presenteerde, kan volgens Powers echt niet. Ondanks de weerstand daartegen heeft Mitchell zich nooit voor deze misstap verontschuldigd.
Het is inderdaad een kleine smet op haar blazoen en het lijkt ook alsof ze dat vijftig jaar later eindelijk beseft. Het album heeft sinds april van dit jaar zowel fysiek als op Spotify een nieuwe hoes. Maar toen was Travelling, dat in juni verscheen en nu vertaald is, al naar de drukker.
Ann Powers: Travelling – In de voetsporen van Joni Mitchell. Uit het Engels vertaald door Robert Neugarten. Xander; 482 pagina’s; € 34,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant