L’effondrement begint op de feitelijke manier die we van Louis kennen. Maar om zijn overleden, verslaafde broer beter te begrijpen, moet hij dieper graven. Dan vindt hij een getraumatiseerde man met dromen groter dan zijn milieu hem toestond.
recenseert Franse literatuur voor de Volkskrant.
Op de laatste bladzijde van Monique s’évade (Monique ontsnapt) schrijft Edouard Louis dat hij niet eerder iets heeft geschreven dat hem zo veel plezier verschafte. Dat het nieuw was voor hem om te schrijven in dienst van iemand anders, zijn moeder, die hem half grappend de opdracht voor dit boek had gegeven. En ook dat hij ermee is begonnen terwijl hij eigenlijk aan iets anders werkte. Aan een tekst over de relatie met zijn oudere broer, die op zijn 38ste aan een alcoholverslaving is overleden.
Dat boek, L’effondrement, dat je zou kunnen vertalen met ‘ineenstorting’ of als ‘teloorgang’ of ‘verwoesting’, is onlangs verschenen. Het is in zekere zin het negatief van Monique ontsnapt. Het leven van de oudste zoon van Monique was het omgekeerde van een bevrijding. Dat begreep hij zelf ook. Een paar maanden voor zijn dood zei hij tegen zijn moeder: ‘Ik dronk om te ontsnappen en de alcohol is mijn gevangenis geworden.’
Op de feitelijke manier die we van hem kennen begint Louis dit relaas bij zichzelf. Niets voelde hij, bij het horen van het nieuws dat zijn broer dood was. Tegen het einde begrijpen we dat hij ook niet bij de uitvaart is geweest. Hij haatte zijn broer. Die begon al jong met drinken en weed roken. Hij stal de spelcomputer van hun jongste broertje en verkocht die om drank en drugs te kopen.
Vanaf zijn 16de woonde hij niet meer thuis maar bij vrienden, jongens die in het dorp slecht bekendstonden. Er begonnen praatjes over hem rond te gaan. Vóór zijn 20ste kwam hij voor het eerst in contact met justitie. Hij was agressief, gewelddadig tegen de vriendinnen die hij had. Baantjes kon hij niet houden omdat hij altijd te laat kwam en dronken was. Hij was extreem homofoob.
Dit zijn de feiten. Edouard Louis had goede redenen om hem op afstand te houden. Maar om zijn broer beter te begrijpen zoekt hij een verklaring, iets dat dit zo treurige leven betekenis kan geven. Hij zoekt bij andere schrijvers als Jamaica Kincaid en Anne Carson, laat ex-vriendinnen van zijn broer aan het woord, voert zijn broer op in een soort Hamlet-achtige dialoog met hemzelf. Filosoof en psychiater Ludwig Binswanger zet hem op het spoor van de existentiële psychologie, die aandoeningen verklaart door middel van het verhaal dat we van onszelf creëren.
‘La Blessure’, ‘de Wond’, zoals Louis het noemt, is alles in zijn broers leven gaan bepalen. Hij is verlaten door zijn eigen vader, uitgelachen en vernederd door zijn moeders tweede man (Edouard Louis’ vader) en dan was er zijn moeder die het nooit voor hem opnam. Hij was niet in staat die trauma’s achter zich te laten.
Het leek wel of hij juist elke situatie aangreep om zijn Wond te voeden en zo leed hij alleen maar meer. Hij beheerste niet de die kunst van het vluchten, zoals Edouard Louis, en ook zijn moeder, die wel beheersten. Hij droomde van een groots leven, van grootse daden, en zijn dromen stonden niet in verhouding tot het milieu waarin hij opgroeide. Misschien was dat de reden voor zijn lijden, schrijft Louis.
Als hij niet dronk was zijn broer de meest zachtaardige en behulpzame jongen die je je kunt voorstellen. De herinneringen die Edouard Louis zelf heeft aan die momenten komen hem niet goed uit voor dit verhaal, geeft hij toe. Maar hij heeft ze wel opgeschreven.
Zijn broer die heel geconcentreerd zijn studentenkamer in Amiens aan het witten is. Of die keer dat hij iedereen die hij kende met een auto heeft gebeld om ervoor te zorgen dat Edouard Louis alvast een dagje kon gaan kijken op het lyceum waar hij was toegelaten. Omdat zijn vader hem niet wilde brengen. ‘Ik laat onze vader jou niet vermorzelen zoals hij mij heeft vermorzeld.’
Dat is het knappe aan dit boek. Dat Edouard Louis een ontroerend portret heeft geschreven over iemand die hij niet kon uitstaan. Dat hij niet volstond met de geijkte sociologische verklaringen voor zo’n leven, maar dat hij verder is blijven zoeken. En dat hij, anders dan in zijn vorige boeken, openlijk twijfelt, toegeeft dat duiding hier niet zo makkelijk is, dat er altijd dingen zullen zijn die hij niet weet over zijn broer.
Edouard Louis: L’effondrement. Le Seuil; 228 pagina’s; € 22,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant