PSV’er Guus Til gaf zondag aan dat hij geen plezier meer heeft in voetbal. Een markante verzuchting. Zeker na de wedstrijd tegen FC Utrecht, waarin Til twee keer scoorde. Wie is deze voetballer?
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
PSV-speler Guus Til is een lachebek, zeggen ploeggenoten. Niemand die meer uit zijn dak ging tijdens PSV’s kampioensfeest begin mei. Met zanger en PSV-supporter Guus Meeuwis vormde Til (bijna 27) het olijke duo Guus & Guus. Niemand die ook vrolijker is op trainingen, niemand die scherper uit de hoek komt in de kleedkamer.
Tegelijkertijd is Til een denker. Met oog voor de wereld om hem heen. Kritisch op misstanden. Op zijn omgeving. Op zichzelf. Hij komt uit een sociaal nest. Als een adviseur hem erop wijst hoe hij minder belasting kan betalen, dan reageert hij verbaasd. ‘Hoezo zou ik minder belasting betalen? Ik heb het toch hartstikke goed?’
‘Een overpeinzer’, noemt trainer Marino Pusic, die Til bij AZ en Feyenoord meemaakte, hem. ‘Dat is niet altijd een voordeel in de voetballerij.’
Til, die vrijdagavond met PSV, FC Twente ontvangt, was de voorbije week de meestbesproken speler. Hij scoorde zondag twee keer en gaf een assist tegen FC Utrecht. Maar nog veel meer aandacht genereerde het korte interview bij ESPN na afloop, waarin hij tamelijk opgewonden sprak over een gebrek aan vuur in zichzelf, dat hij er ‘verloren bij liep’. ‘Ik voel het op dit moment niet. Ik kan niet eens juichen. Ik probeer het wel, maar het lukt me gewoon niet.’
Er werd gespeculeerd over een burn-out, over ernstige psychische klachten. Dat was allemaal niet het geval, vertelde Til een dag later op de website van PSV. ‘Er is niets aan de hand. Ik besprak daar hoe ik me voelde. Ik zit er even niet lekker in. Ik ben makkelijk in het bespreken van mijn emoties.’
Maar juist vanwege die eigenschap geeft Til liever geen lange interviews meer. Hij wordt gek van het ‘misquoten’ door voetbalmedia om maar clickbait te genereren, om de ophef die zijn serieuze noten en grappen veroorzaken in de vrij conservatieve voetbalwereld.
Pusic: ‘Jammer. Guus is een eerlijke, openhartige jongen. Een prachtig mens, hij volgt alles, hij heeft een goede, originele mening. Die heeft hij altijd gehad.’
Zo stormachtig als de voetballer Guus Til in 2016 doorbrak bij AZ, zo daverend was ook zijn entree in de media. Vooral een reportage van voetbaljournalist Nik Kok in het Algemeen Dagblad met de tiener voelde als een frisse wind tussen de vaak clichématige vraaggesprekken met voetbalprofs. ‘Mijn ouders vinden de voetbalwereld vreselijk, ik snap dat wel’, was de kop. ‘Het gaat om geld en status en daar heb ik zelf ook niks mee. Ik zet me er niet tegen af, maar verafschuw het soms wel.’
Til spendeerde zijn eerste levensjaren in Afrika, waar zijn vader ontwikkelingswerk deed, maar groeide op in de Amsterdamse buurt de Bijlmer. Hij voetbalde er op pleintjes met Antillianen, Ghanezen, Marokkanen, Surinamers en Burundezen, kwam ook bij ze thuis.
‘Dat is toch schitterend? Ik weet nu hoe het eraan toegaat bij een Ghanees feest. Iedereen danst en in witte gewaden. Veel goud. Van die kastjes helemaal van glas met foto’s erin. Donkerbruine, glimmende tafeltjes. En dan daarnaast een leren bank. Mooi man! Dat verrijkt je leven.’
Wandelend door de Bijlmer zei hij al te weten dat hij dit soort interviews over drie jaar niet meer zou kunnen geven. ‘Als de belangen groter worden, kunnen voetballers niet alles meer zeggen. Jammer, want zo komen ze dommer over dan ze zijn.’
Kok zei later tegen Til dat hij nog nooit zoveel positieve reacties had ontvangen over een stuk. Til vertelde er juist een minder goed gevoel over te hebben. Hij werd in de kleedkamer anders bekeken. Zo van: hij moet weer anders doen.
Til is ook als voetballer fascinerend. Qua motoriek en balgevoel oogt het weinig verfijnd wat hij doet. Ajax liet hem links liggen. Er waren lang ook grote twijfels bij AZ. Hij stond zelfs op het punt af te vallen in de jeugdopleiding, maar ineens stond hij in het eerste, waar hij veel scoorde. Al op zijn 20ste was hij aanvoerder en international.
Bij Oranje verbaasde Til zich openlijk over de omvang van de bovenbenen van Virgil van Dijk en Memphis Depay. ‘Ik dacht: tsjongejonge Guus, er mag bij jou wel wat bij. Maar ja, ik ben een laatrijper. Ik heb nog nergens haar. Dan heb ik het over baardgroei, hè.’
Vrij verrassend ging hij in 2019 naar Spartak Moskou, dat 18 miljoen euro voor hem neerlegde en hem een riant salaris bood. Rusland had toen al niet het beste imago, zowel qua politieke koers als qua voetballand.
Vriend en mediamaker Neal Petersen weet nog dat ze er op een terras over spraken. ‘Vooral het avontuur trok hem. Hij was heel nieuwsgierig naar Rusland, zou er in de Champions League spelen, wilde Russisch leren, historische plekken bezoeken.’
Zijn loopbaan stagneerde. Bij Spartak en later ook op huurbasis bij Freiburg kampte hij met blessures en werd er een systeem (5-3-2) gespeeld dat hem niet lag. De armoede die hij zag in Rusland greep hem aan.
‘Moskou is top als je geld hebt, maar als je arm bent verschrikkelijk’, zei hij in de zomer van 2020 in een interview met VI. ‘Ik had het niet slecht, alleen zag ik om me heen de armoede wel.’
Tijdens de coronalockdown had hij het zwaar gehad. ‘Jongens die naar buiten toe heel vrolijk en open zijn, zijn binnen vier muren vaak anders. Ik ben echt een denker, een binnenvetter, dan gaat het malen in mijn hoofd. Soms niet echt een handige eigenschap.’
Geregeld bekruipt hem het gevoel dat hij iets heel anders moet doen. De voetbalwereld is vrij monotoon, spelers staan voortdurend onder druk. Dan is Til ook nog een enorme perfectionist die vertrouwen moet voelen.
In 2020 in de podcast Cor Potcast zei hij het meest te genieten van een potje vier tegen vier met vrienden. ‘Ik vind het spelletje heel mooi, alles eromheen niet. De belangen die erbij komen kijken, de oneerlijkheid... Een speler die niet eens goed is, moet spelen omdat hij gekocht is. Geld... Het wordt alleen maar erger, met al die oliedollars.’
Dan met een lach: ‘Ik ben in Rusland gaan voetballen dus ik ben onderdeel van het probleem.’
Til doet qua media alleen nog de verplichte nummers. Daaronder vallen dus gesprekjes na wedstrijden met zendgemachtigde ESPN.
Petersen: ‘Hij appte van de week dat hij verbaasd was over alle ophef over dat laatste interviewtje. Dat verbaasde mij dan weer. Ik dacht: Guus, je weet nu toch wel hoe het werkt? Toch is het goed dat hij dat gezegd heeft.’
Pusic, thans werkend bij Sjachtar Donetsk: ‘Iedereen roept dan: niet handig. Hijzelf ook. Schei uit. Het is wél handig dat iemand roept dat voetballers ook gewoon mensen zijn en geen robots. Profvoetbal moet je vergelijken met een enorm complex bedrijf. Ook daar zie je juist de gevoelsmensen, de denkers soms vastlopen.’
Bij AZ en Feyenoord was Til zeker van zijn plek en rendeerde hij uitstekend, bij PSV is de concurrentie enorm.
Pusic: ‘Hij heeft unieke kwaliteiten. Gevoel voor diepte, een enorm loopvermogen, kopkracht, kan goed afwerken, is tactisch slim. Dat type voetballer wordt in Nederland door mensen van buitenaf vaak minder gewaardeerd.’
PSV-aanvoerder Luuk de Jong: ‘Guus en ik hoeven niet eens naar elkaar te kijken. Als ik naar een bepaalde richting druk zet, weet ik dat Guus meeloopt. Guus is een heel intelligente speler die normaliter ook veel goals maakt. Hij maakt slimme loopacties om anderen in betere posities te krijgen.’
Petersen en Pusic zouden het goed vinden als Til weer langere interviews gaat geven.
Pusic: ‘Je moet eigenlijk denken: de mening van andere mensen is mijn probleem niet.’
Petersen: ‘Hij is heel breed georiënteerd. Sport, politiek, maatschappelijke issues. Je moet van goede huizen komen om hem te overtuigen. Tegelijkertijd is hij enorm professioneel en correct. Hij was al rond met Spartak, maar stond erop om nog de laatste Europese wedstrijd voor AZ te spelen tegen een Zweedse club in de vrieskou. Ik zei: straks raak je geblesseerd! Maar hij wilde per se goed afscheid nemen.’
Pusic: ‘Wees blij met een interessante denker die zich kwetsbaar durft op te stellen. Stop met roepen dat voetballers vooral stoer moeten zijn. Je kan heel goed stoer zijn zonder stoer te zijn. De voetbalwereld zou de woorden van Guus moeten omhelzen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant