Home

1942 Parade van NSB

Het oorlogsarchief met daarin gegevens van honderdduizenden mensen die werden verdacht van samenwerking met de Duitse bezetter in de Tweede Wereldoorlog, wordt voorlopig toch niet online toegankelijk. Dat besloot cultuurminister Eppo Bruins na een waarschuwingsbrief van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Het beladen Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) zou begin 2025 online komen. Maar in een brief van 26 november stelde de toezichthouder dat dit de privacy kan schenden van mensen die in het archief voorkomen en nog in leven zijn. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zou dat als onrechtmatig beschouwen.

Minister Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) wil daarom de Archiefwet wijzigen, zodat het CABR alsnog online toegankelijk gemaakt kan worden. Daarmee moet het mogelijk worden om een "belangenafweging" te maken tussen openbaarheid en privacy.

Het CABR bevat de dossiers van ongeveer 425.000 Nederlanders die werden verdacht van collaboratie met de Duitse bezetter in de Tweede Wereldoorlog. Op 1 januari worden die op grond van de Archiefwet volledig openbaar en kan iedereen de dossiers opvragen.

Het was de bedoeling dat het oorlogsarchief vanaf 2 januari ook stapsgewijs digitaal toegankelijk en doorzoekbaar zou worden via een speciale website. Voor het eerst kon dan bijvoorbeeld ook op de namen van slachtoffers worden gezocht.

Het Centraal Joods Overleg (CJO) is "diep teleurgesteld" dat het archief nog niet online wordt opengesteld.

Het CJO betreurt dat "directe toegang tot essentiële informatie voor joodse overlevenden en nabestaanden die de geschiedenis van hun families willen reconstrueren", verhinderd wordt door het besluit van Bruins. Het uitstel betekent volgens het samenwerkingsverband dat veel families mogelijk nooit de kans krijgen om het lot van hun vermoorde familieleden te achterhalen.

"Het CABR-archief bevat naast informatie over daders ook cruciale slachtofferinformatie. Hiermee zou eindelijk inzichtelijk worden hoe, op persoonsniveau, joden in Nederland in handen vielen van de nazibezetters, bijvoorbeeld door arrestatie tijdens onderduik. Dit uitstel is niet alleen een enorme teleurstelling, maar feitelijk een schande, nu het op de valreep voorlopig niet doorgaat", aldus CJO-voorzitter Chanan Hertzberger. "De tijd dringt. Het is inmiddels tachtig jaar geleden."

Het CJO roept de minister dan ook op ervoor te zorgen dat het CABR zo snel mogelijk online komt.

Betrokkenen bij het CABR, waaronder beheerder Nationaal Archief, kondigden eerder al maatregelen aan om eventuele privacyvraagstukken het hoofd te bieden. Zo zouden de documenten uit het archief straks niet vindbaar zijn via zoekmachines als Google. Ook zouden de dossiers van verdachten alleen online komen als vaststaat dat ze zijn overleden.

Voor nog levende getuigen of slachtoffers die in de dossiers van de verdachten voorkomen, kon dat alleen op verzoek. Om de persoonsgegevens van die mensen bestaan dus zorgen.

Bruins gaat nu in gesprek met de AP over hoe het Nationaal Archief vanaf januari in afwachting van de wetswijziging toegang kan bieden tot het digitale oorlogsarchief. Hij zegt het uitstel te betreuren met het oog op het grote maatschappelijke belang van de openbaarheid en digitale beschikbaarheid van het archief.

"Daardoor is het voor het eerst mogelijk voor nabestaanden van slachtoffers informatie te vinden over het lot van hun familie", aldus de minister. "Openheid van archieven is belangrijk voor nabestaanden, wetenschap, educatie en in dit geval ook in de strijd tegen antisemitisme."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next