De Nederlandse oorlogsarchieven worden voorlopig niet digitaal doorzoekbaar vanuit huis. Het monsterproject van het Nationaal Archief voldoet niet aan de privacywet. Onder de vlag van drie ministeries werd jaren gewerkt aan de digitale beschikbaarstelling.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Op 2 januari had het eerste deel van de archieven voor het publiek ‘digitaal open moeten gaan’. De bedoeling was dat de dossiers van Nederlandse collaborateurs uit de Tweede Wereldoorlog voor iedereen en op afstand toegankelijk zouden worden. Minister van Cultuur Eppo Bruins (NSC) heeft nu bepaald dat dit niet zal gebeuren.
Eerder meldden bronnen al aan de Volkskrant dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zich verzette tegen de openbaarmaking zoals het Nationaal Archief die voor ogen had. Dat had te maken met mogelijk gevoelige informatie over familieleden van ‘foute Nederlanders’ die niets met de gepleegde strafbare feiten te maken hebben. De onrust onder nabestaanden was dan ook groot, zij vreesden voor verwijten.
Dat minister Bruins voorlopig een streep zet door de beschikbaarstelling, heeft te maken met een waarschuwing van de AP, zo staat in een vrijdag gepubliceerde persverklaring. De privacywet schrijft voor dat er geen gevoelige gegevens over nog levende personen openbaar mogen worden gemaakt.
Het Nationaal Archief werd in de zomer van 2023 al gewaarschuwd voor de gevolgen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). In een intern rapport waarschuwden juristen dat openbaarmaking alleen onder specifieke voorwaarden zou mogen. Het zou volgens hen alleen verantwoord zijn om geïnteresseerden de beladen dossiers op locatie te laten bestuderen en doorzoeken.
Een wijziging van de Archiefwet moet op termijn mogelijk maken dat de dossiers alsnog openbaar worden. Wanneer dat zal zijn, is nog niet duidelijk: Bruins noemt geen nieuw tijdspad. De bewindsman zegt het besluit ‘te betreuren’.
Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) is het grootste en meest geraadpleegde archief over de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het wordt beheerd door het Nationaal Archief in Den Haag. Alleen onderzoekers, journalisten en nabestaanden kunnen nu toegang tot de dossiers krijgen. Zelfs zij mogen de documenten alleen inzien in de studiezaal van het Nationaal Archief in Den Haag.
De archiefinstelling hamerde de afgelopen jaren meermaals op het maatschappelijk belang de stukken te digitaliseren en openbaar te maken. Dankzij de dossiers zouden nabestaanden van verraden Joodse slachtoffers en verzetsmensen na tachtig jaar eindelijk antwoord kunnen krijgen op hun vragen.
Ook Bruins onderstreept vrijdag het maatschappelijk nut van digitalisering: ‘Openheid van archieven is belangrijk voor nabestaanden, wetenschap, educatie en in dit geval ook in de strijd tegen antisemitisme. Dit archief is een stille getuige van de Holocaust.’
Het Centraal Joods Overleg, dat intensief betrokken was bij de openbaarstelling, zegt ‘diep teleurgesteld’ te zijn over het besluit van de minister. ‘Deze beslissing verhindert directe toegang tot essentiële informatie voor Joodse overlevenden en nabestaanden die de geschiedenis van hun families willen reconstrueren’, schrijft de belangenorganisatie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant