Home

‘Of het nu gaat om de Schilderswijk of Bloemendaal, je treft overal mensen die iets goeds willen doen’

Ze streed voor internationale vrouwenrechten, maar richt zich nu op het versterken van de solidariteit in de Nederlandse samenleving door op te komen voor de belangen van miljoenen vrijwilligers. ‘We hebben het in Nederland niet zo goed voor elkaar als we dachten’, zegt Laila Ait Baali.

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

‘In mijn jeugdjaren speelden mijn afkomst en mijn geloof geen enkele rol. Ik was een leergierig, uitgesproken meisje, dat zich in vrijheid kon ontwikkelen. Margriet, de moeder van een familie verderop in de straat, was als een tweede moeder voor me. Bij de keuze voor vriendinnetjes telde afkomst niet. Het draaide alleen om: wie vind ik leuk?’

Ze blikt terug op een gelukkige jeugd in Heerenveen. Van haar ouders, beiden afkomstig ten zuiden van het Marokkaanse Atlasgebergte, krijgt Laila Ait Baali ‘als regel één’ mee dat het leven is bedoeld ‘om anderen te helpen’. Op de basisschool is ze ‘een bemoeial’, zeker wanneer er niet tegen pestgedrag wordt opgetreden.

‘Soms hadden andere leerlingen het zwaar, omdat ze niet de nieuwste schoenen of de nieuwste kleren droegen. Wanneer leraren niet ingrepen, sprak ik hen daarop aan. Dat vonden ze niet leuk, het draaide er dan op uit dat ik moest nablijven.’

In Heerenveen doet ze vwo op een christelijke scholengemeenschap, waarna ze voor een rechtenstudie kiest, ‘vanwege mijn afkeer van onrecht’. Kort daarvoor, tijdens haar eindexamen, vinden de aanslagen op het World Trade Center in New York plaats.

‘Wat me toen schokte, was hoe snel de stemming over moslims omsloeg. Wij vonden het net zo verschrikkelijk als iedereen, maar werden vanwege ons geloof erop aangesproken. Sommigen hielden ons zelfs verantwoordelijk. Dat heeft me veranderd. Ik was altijd het meisje dat haar woordje klaar had. Vanaf dat moment ben ik behoedzamer geworden.’

Na haar studie werkt ze als wetgevingsjurist op het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar ze een ‘kledingregeling’ voor de politie moet aanpassen. De aanleiding is het hoofddoekendebat - zelf draagt ze sinds haar studententijd een hijab. De traagheid van de rijksoverheid staat haar tegen. ‘Jij bent meer iemand voor op de barricaden’, merkt haar leidinggevende op.

Na vijf jaar maakt ze de overstap naar het actiewerk van het internationale vrouwenfonds Mama Cash. Daarna klimt ze bij het lobbyplatform voor gelijke vrouwenrechten, Wo=Men, op tot directeur. Na twaalf jaar internationale vrouwenstrijd richt de 41-jarige Ait Baali zich sinds dit jaar op Nederland, als directeur van de koepel van vrijwilligersorganisaties, NOV. De rode draad? ‘Ik kom op voor iedereen die dreigt te worden gemarginaliseerd.’

Wat heeft u van uw ouders meegekregen?

‘Bij ons thuis leerde ik vooral: hoe meer je hebt, des te meer je deelt. Mijn ouders hebben zes kinderen, mijn vader monteerde in de Batavus-fabriek fietsen. We hadden het niet breed, maar toch deden mijn ouders alles om familie en bekenden in hun geboortestreek te helpen. Ze cijferden zichzelf weg. Dan kochten ze voor ons wel nieuwe kleren, maar niet voor zichzelf.

‘Mijn vader stuurde van alles op: kleren, fietsen, schoolspullen. Van huis uit lag bij ons grote nadruk op school – mijn ouders wilden dat we alles uit onszelf haalden. Dat ging ver. Als ik een 8 haalde, kreeg ik als vraag: waarom geen 9? Zelf hadden ze geen kans gekregen een opleiding te volgen, mijn vader heeft veel opgegeven voor ons.

‘Mijn moeder had vooral een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Na 11 september kwam ze in actie toen er een poging tot brandstichting bij de moskee was gedaan. Ze wilde die gevoelens in de kiem smoren en organiseerde met de wijkagent een informatieavond. Dat heeft geholpen. Wij konden toen duidelijk maken dat we de aanslagen evenzeer veroordeelden, dat ze niet moesten worden gebruikt als stok om onze godsdienst mee te slaan. Nederlanders toonden daarvoor begrip en zijn toen in actie voor ons gekomen.’

Zelf bent u na 11 september een hoofddoek gaan dragen. Waarom was dat?

‘Ik denk dat ik dat sowieso wel zou hebben gedaan, mijn geloof is altijd belangrijk voor me geweest, maar door die aanslagen is het wel versneld. Ik voelde de behoefte te laten zien dat de manier waarop ik mijn geloof beleef er mag zijn. Ik zou het laf van mezelf hebben gevonden dat niet te tonen alleen maar uit angst voor wat anderen ervan zouden denken. Misschien zijn het te grote woorden, maar ik voelde een verantwoordelijkheid het op te nemen voor mijn geloof zoals ik het beleef.’

U heeft een baan als rijksambtenaar ingeruild voor een bestaan als activist voor vrouwenrechten. Wat dreef u?

‘Iedereen verklaarde me destijds voor gek dat ik zo’n mooie positie met heel goede secundaire arbeidsvoorwaarden en allerlei groeikansen bij de overheid opgaf voor een hongerloontje bij Mama Cash. Zo werd dat in mijn omgeving gezien. Ik was op dat moment kostwinner – mijn man had ik in Marokko leren kennen, hij had zijn baan daar opgezegd en moest hier de taal nog leren, dus we waren afhankelijk van mijn inkomenEn we hadden op dat moment ook al een kind.

‘Toch ging ik op die baan bij Mama Cash in, omdat ik dat veel belangrijker werk vond dan de regels voor het trekker-rijbewijs waar ik me op mijn ministerie mee bezig moest houden. Naast mijn werk als ambtenaar was ik ook vrijwilligerswerk voor Amnesty International gaan doen en voor een organisatie die oudere buitenlandse vrouwen die naar Nederland waren gekomen hielp om hun potentie te benutten. Ik merkte dat die activiteiten me veel meer energie gaven dan mijn gewone werk.’

Zagen ze bij Mama Cash een vrouw met een hoofddoek wel zitten? In feministische kringen wordt die nog weleens als symbool van vrouwenonderdrukking gezien.

‘Nederlandse feministen in de jaren zestig en zeventig hebben zich erg tegen religie afgezet, dus ik begrijp dat het dan wennen is aan een nieuwe generatie die weer openlijk voor haar geloof uitkomt. Ik ben het debat met hen niet uit de weg gegaan. Dat is goed verlopen – er waren geen conflicten, het was vooral onwennigheid.

‘Bij Mama Cash kon ik projecten doen die ik veel belangrijker vond dan wat ik als ambtenaar deed – ik kon van betekenis zijn voor vrouwen die met grote problemen worstelden. We deden bijvoorbeeld veel voor de vrouwen van het Tahrirplein in Caïro. Die hadden tijdens de Arabische Lente te maken gekregen met verkrachtingen en ander seksueel geweld door politieagenten en hun medestanders.

‘Die mannen wilden daarmee duidelijk maken dat vrouwen niet aan politiek moesten doen, maar achter het aanrecht thuishoorden. Wij hebben de vrouwen geholpen zich te organiseren om hun verhaal te kunnen doen.’

Waarom bent u zich op het vrijwilligerswerk in Nederland gaan richten?

‘In mijn werk voor internationale vrouwenrechten kwam ik er steeds meer achter dat het idee dat we het in Nederland zo goed voor elkaar hebben niet bleek te kloppen – de problemen doen zich niet alleen in het buitenland voor, maar evengoed hier.

‘Denk alleen maar aan de manier waarop in de afgelopen jaren vrouwelijke politici werden belaagd. Wat iemand als Sigrid Kaag (D66-leider en vicepremier, red.) over zich heen heeft gekregen, is schrikbarend.Het denken over vrouwen in termen van ongelijkheid hebben we zien toenemen, bijvoorbeeld bij Forum voor Democratie, in het voetspoor van politieke leiders als Donald Trump en Viktor Orbán.

‘Het onderscheid tussen tussen vrouwenrechten in binnen- en buitenland werd ook steeds minder goed te maken door bijvoorbeeld het lot van vrouwelijke Syrische vluchtelingen die hierheen kwamen. De koppeling tussen die twee werelden beperkt zich voor mij niet tot vrouwenrechten. Nederland heb ik altijd als een solidaire samenleving gezien, maar het is steeds moeilijker geworden dat ook echt zo te ervaren. Dus wil ik daarvoor opkomen, dan wil ik aan de versterking van onze solidariteit bijdragen.

‘Die vind je vooral in het vrijwilligerswerk terug – of het nu gaat om de Schilderswijk of Bloemendaal, je treft overal mensen die intrinsiek gemotiveerd zijn iets goeds voor de gemeenschap te doen. Dat moet je koesteren, het draagt bij aan de sociale cohesie in ons land. Er zijn maar liefst zeven miljoen vrijwilligers, maar hun werk staat wel onder druk. Dus wil ik voor hen opkomen, laten zien hoeveel moois zij iedere dag weer tot stand weten te brengen. Ik zie hun werk als een medicijn tegen de polarisatie.’

Hoe moet ik me dat concreet voorstellen?

‘In de politiek en de media wordt voortdurend uitvergroot hoe verschillende groepen lijnrecht tegenover elkaar staan. Als je alleen maar dat blijft benadrukken, lijkt het alsof dat de enige realiteit is. Terwijl ondertussen ook miljoenen mensen in stilte zich inzetten voor een betere samenleving.

‘Veel wijken worden door vrijwilligers gerund – de buurthuizen, de sportverenigingen, noem maar op. Vrijwilligers zijn onmisbaar voor het sociale weefsel van de samenleving. Alleen worden ze lang niet altijd gezien, of worden ze gebruikt als een doekje voor het bloeden.’

Hoe bedoelt u dat?

‘Wat je nu ziet, is dat een systeem dat piept en kraakt een beroep doet op de morele verantwoordelijkheid van vrijwilligers om de gaten te dichten. Neem de zorg met zijn grote arbeidstekorten, waar ook nog eens bezuinigingen op de wijkverpleging bij komen. De tendens is om medische handelingen, zoals het inspuiten van insuline, van vrijwilligers te verwachten. Terwijl dat helemaal niet hun eigenlijke rol is. Hij of zij wil gewoon bij die eenzame buurman aankloppen, een kop koffie met hem drinken of zijn boodschappen doen.

‘Je ziet nu dat lokale overheden en verzekeraars erop rekenen dat vrijwilligers de gaten in de zorg wel zullen opvullen en ook medische handelingen gaan verrichten. Maar dat is kortzichtig, we zien vrijwilligers daardoor afhaken, ook omdat hun organisaties met steeds meer regels te maken krijgen. Die maken dat mensen denken: ik ben meer met verantwoording bezig dan dat ik anderen help. In plaats daarvan zou je het vrijwilligerswerk moeten koesteren.’

Wat zijn de consequenties als de samenleving dat niet doet?

‘Dat merk je pas wanneer het misgaat. We hebben er als gemeenschap belang bij dat we signalen van maatschappelijke onrust vroeg oppikken. Dat lukt alleen als het sociale weefsel goed is, dan kan het als een early warning-systeem werken. Maar dat vraagt wel dat je erin wilt investeren, zoals in Finland wordt gedaan.

‘Helaas doen we hier het omgekeerde, kijk maar naar de bezuinigingen op buurthuizen. Of naar het afschaffen van de maatschappelijke diensttijd voor jongeren. Die stelde hen in staat ervaring op te doen met werken voor de gemeenschap. Dat begon zijn vruchten af te werpen, maar de regering heeft het helaas wegbezuinigd.

‘Terwijl het sociale weefsel een goudmijn kan zijn, waar je als samenleving veel baat bij kan hebben. Ook op het moment dat maatschappelijke onrust uitbreekt. Na elf september vond ik het erg fijn dat er krachten bleken te zijn die juist om ons als moslims gingen heenstaan, die opstonden tegen krachten die ons wilden uitsluiten. Dat voelde veilig.’

Bent u somber gestemd?

‘Nou, ik maak me soms wel zorgen om de wereld waarin mijn kinderen opgroeien. In mijn jeugd werd onze religie nog niet geassocieerd met terrorisme, was er nog geen ‘minder, minder Marokkanen’. Maar als ik zie hoe ze dat van zich laten afglijden, hoe nuchter ze ermee omgaan, stemt me dat optimistisch. Ze hebben Hollandse vriendjes en vriendinnetjes. Ik denk dat hun generatie weer wat Hollandser is dan die van mij.’

Boekentip Hope and Other Dangerous Pursuits, Laila Lalami

‘Ik werd geraakt door dit aangrijpende verhaal van vier sterk verschillende Marokkaanse migranten die alles op het spel zetten door met een bootje de oversteek naar Spanje te wagen. Het biedt een genuanceerde kijk op migratie en maakte voor me duidelijk hoezeer mensen bereid zijn voor een beter bestaan grote risico’s te nemen.’

Klaar? Vergeet de doorleessuggesties niet

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next